Kernfusie lokt

De Europese Unie stelt miljarden beschikbaar voor een kernfusieproject.

Dit project biedt mogelijkheden voor een aantal Nederlandse bedrijven.

„En het mooie is, er kan niets misgaan. Nooit meer Tsjernobyl dus, zelfs niet met een halve zool in de controlekamer.” Jan Sijnja, projectmanager van Demaco Holland BV, bejubelt het mirakel dat kernfusie (zie inzet) heet; volgens hem dé schone energiebron van de toekomst. Maar voordat het zover is moeten er nog heel wat stappen worden gezet.

Het bedrijf Demaco uit Noord-Scharwoude maakt goede kans op een order van circa twintig miljoen euro bij de bouw van de eerste experimentele kernfusiefabriek in het Zuid-Franse Cadarache, waarvoor de eerste heipaal eind 2008 in de grond moet.

Sinds 1988 werken de Europese Unie, Verenigde Staten, Rusland, China, India, Japan en Zuid-Korea samen in het prestigieuze project International Thermonuclear Experimental Reactor (Iter) om de mogelijkheden van kernfusie voor de wereldwijde energievoorziening te verkennen. Met de bouw en het operationeel maken van de reactor in Cadarache is ongeveer tien miljard euro gemoeid. De helft van de kosten wordt betaald door de EU. Europa wil met de bouw van de reactor hoogwaardige kennis vervaardigen. Mede dankzij die kennis moet de Europese economie in 2010 „de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld” zijn. Daarnaast kan met behulp van de reactor de CO2-uitstoot in Europa flink teruggebracht worden, zoals de EU-leiders onlangs hebben besloten.

„Een uitgelezen mogelijkheid voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf”, zegt Peter Verhoeff van TNO Industrie en Techniek (TNO) over de prominente rol van de EU in Iter. TNO organiseerde zich medio vorig jaar samen met de kennisinstellingen Nuclear Research Group Petten (NRG) en het FOM-instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen in het consortium Iter NL. Het consortium wil ervoor zorgen dat Nederland blijft meedoen bij de wetenschappelijke ontwikkeling van kernfusie. Ook Iter NL de Nederlandse industrie en het mkb klaarstomen voor als er straks, in 2009, vijf miljard euro aan opdrachten in de EU wordt verdeeld. Iter NL wil 60 miljoen euro aan opdrachten voor Nederlandse bedrijven binnenslepen, maar hoopt stiekem op meer. Verhoeff: „Het zou mooi zijn als we de 100 miljoen euro zouden halen. Want dat is via het EU-lidmaatschap ongeveer de Nederlandse bijdrage aan Iter.”

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) gelooft in het voorbereidende werk van Iter NL en verleende het consortium eind maart een subsidie van 15 miljoen euro voor de komende drie jaar. „Dit neigt naar industriepolitiek”, reageert oud-staatssecretaris van Onderwijs Rick van der Ploeg over de telefoon vanuit Florence. Tegenwoordig doceert Van der Ploeg als hoogleraar economie aan het Europees Universitair Instituut. „Ik zou eerst eens inzetten op meer en grondiger onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van kernfusie. Het zal niet de eerste keer zijn dat de EU struikelt over haar goede bedoelingen”, aldus Van der Ploeg, refererend aan de complicaties rondom een ander miljardenproject, de Galileo-satellieten ten behoeve van één Europees gps-systeem.

Onderzoeksleider Jerome Pamela verzekert telefonisch vanuit München, waar de organisatie van de European Fusion Ervan zetelt, dat „iedere eurocent” zal worden aanbesteed volgens de Europese aanbestedingregels. „Daarbij maakt iedereen evenveel kans.”

De Nederlandse industrie en het mkb zullen de strijd met industriereuzen uit Frankrijk, Italië en Duitsland moeten aangaan, beseffen de bestuurders van het consortium Iter NL. Ze hebben alle vertrouwen in Nederlandse bedrijven. Verhoeff van TNO: „De hightech bedrijfjes die we hebben bewegen zich op hun specialismen in de voorhoede. Daarbij zijn kleine bedrijven flexibel. Ze kunnen zich makkelijker dan grote bedrijven plooien naar de eisen van een gecompliceerd project zoals Iter.”