Dit is straks niet te betalen

Stacaravans en huisjes in volkstuinen zijn populair onder een nieuw publiek.

De komst van tweeverdieners heeft de prijzen opgedreven.

Adriaan en Brenda Lindenhovius, met kinderen, voor hun stacaravan op camping Bakkum. Foto Maarten van Haaff Adriaan en Brenda Lindenhovius voor hun stacaravan op camping Bakkum. „Je mag de staplaats zelf doorverkopen.” Foto Maarten van Haaff Adriaan Lindenhovius en Brenda Koster met hun zonen op camping Bakkum bij Castricum. 8 juni 2007. foto Maarten van Haaff
Adriaan en Brenda Lindenhovius, met kinderen, voor hun stacaravan op camping Bakkum. Foto Maarten van Haaff Adriaan en Brenda Lindenhovius voor hun stacaravan op camping Bakkum. „Je mag de staplaats zelf doorverkopen.” Foto Maarten van Haaff Adriaan Lindenhovius en Brenda Koster met hun zonen op camping Bakkum bij Castricum. 8 juni 2007. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Veel Nederlanders verruilen in de zomermaanden het benauwde stadsappartement voor een huisje op een volkstuin of een stacaravan op een camping. Ons land telt honderden tuinparken en campings met vaste plaatsen. Het huisje of stacaravan moet gekocht worden, de tuin of staanplaats gehuurd. Wie voor een stacaravan kiest, koopt deze pas als hij zich verzekerd weet van een plek op de camping. Een tuin plus huis komen samen vrij.

Zo’n 400.000 mensen bezitten een volkstuin, al dan niet met huisje erop. Tot een jaar of twintig geleden waren het vooral mensen met weinig geld die de hele zomer vakantie vierden in dit soort huisjes en stacaravans. De komst van tweeverdieners, die er vakantieverblijven ‘voor erbij’ van maakten, heeft de prijzen opgedreven.

Op sommige campings zijn de prijzen zo gestegen dat er geen wachtlijst meer is voor een plek. Op camping Bakkum verdween de lijst toen het stageld steeg tot 1.500 euro per jaar. „De camping mikt voor de toekomst duidelijk op een andere doelgroep dan de oorspronkelijke Bakkummers”, zegt Adriaan Lindenhovius. Hij en zijn vrouw Brenda wilden per se op Bakkum staan, omdat hun kinderen er vriendjes hebben.

Ze betalen het bedrag gelaten. Hun caravans tikten ze voor 2.350 euro op de kop, relatief goedkoop. „De prijzen voor plekken op onze camping worden steeds hoger”, zegt Lindenhovius. „Je mag je stacaravan zelf doorverkopen, inclusief of exclusief plaats. Dus zonder inmenging van de camping. De woekerprijs is een kwestie van vraag en aanbod.”

Carel en Marleen Brak hebben een landje van tien bij vijftien meter op een camping die ooit begon als een groep van ongeveer tien caravans op een weilandje bij de boer. De camping is uitgegroeid tot een vereniging van veertig caravanbezitters die elk 650 euro per jaar huur betalen. Ze kochten hun stacaravan voor 2.500 euro. Dat is niet duur: op marktplaats.nl worden stacaravans aangeboden tussen de 7.000 en 18.000 euro.

De Braks moeten ook vrije tijd investeren in de camping. Ze verrichten dertig uur per jaar onderhoudswerk op het gemeenschappelijk terrein. Daarnaast ontkomen ze niet aan bestuurs- en commissietaken.

Wie liever een huisje met tuin heeft in plaats van op een camping, kan terecht op een tuincomplex. Tuinpark Rust en Vreugd bijvoorbeeld, aan de rand van Amsterdam. Prijzen voor een huis variëren hier van drie- tot negenduizend euro, voor een tuin van 400 tot 600 euro per jaar huur, afhankelijk van de grootte.

Er zijn ook luxere parken met navenant hogere prijzen. Voor een huisje op natuurpark Botshol in de gemeente Ronde Venen betaalde Marloes de Groot 27.000 euro. Het park bestaat uit mooie lommerrijke tuinen. Haar tuin van 150 vierkante meter kost 1.100 euro huur per jaar. Aan planten en onderhoud is ze jaarlijks zo’n 400 euro kwijt.

Dit zijn wel inclusiefprijzen: De Groot hoeft geen onderhoud aan het park te leveren. Ook zijn er geen commissies waar ze haar vrije tijd aan moet besteden, want haar park is eigendom van een boerenfamilie die de organisatie in eigen hand houdt. Nadeel is dat huizenbezitters voor verbouwingen toestemming aan de boer moeten vragen.

De Groot heeft iets moois van haar huisje gemaakt. Die overwaarde betaalt zal zich in haar geval echter niet uitbetalen, mocht ze haar huisje verkopen. De boer die het landgoed bezit, heeft bepaald dat eigenaars geen winst mogen maken. Hij stelt zelf de prijs vast. „Maar het plezier van jarenlang in zo’n huisje vakantie vieren is voor mij al overwaarde genoeg.”

Bouw- en andere vergunningen zijn doorgaans niet nodig voor een vakantieonderkomen. Om het te financieren spreken de meeste mensen hun spaargeld aan. Een enkeling kiest voor een consumptieve lening. Wie al een koophuis heeft, kan zijn hypotheek verhogen. Dat is aantrekkelijker dan een extra hypotheek afsluiten omdat je de rente voor het tweede huis niet mag aftrekken.