China krikt militaire uitgaven op

China is uitgegroeid tot het Aziatische land dat het meeste geld besteedt aan militaire middelen. Het land, dat zijn leger in rap tempo aan het uitbouwen is, spendeerde vorig jaar naar schatting 49,5 miljard dollar (37 miljard euro) aan defensie en overvleugelde daarmee Japan.

Dat blijkt uit het gisteren gepresenteerde jaarrapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), een Zweeds onderzoeksbureau op het terrein van internationale vredes- en veiligheidsvraagstukken.

De Verenigde Staten blijven met afstand wereldwijd koploper qua militaire bestedingen, zo blijkt uit het onderzoek. De VS gaven vorig jaar 529 miljard dollar uit aan defensiemiddelen, een toename van 5 procent vergeleken met het jaar daarvoor. De groei is grotendeels te verklaren door de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlogen in Irak en Afghanistan.

De Amerikaanse uitgaven beslaan bijna de helft (44 procent) van de wereldwijde uitgaven voor militaire doeleinden. De bestedingen van alle landen bij elkaar stegen vorig jaar met 3,5 procent, naar twaalfhonderd miljard dollar (900 miljard euro). In de afgelopen tien jaar zijn de wereldwijde militaire uitgaven met bijna 40 procent toegenomen.

In zijn rapport schaart het SIPRI voor het eerst ook Noord-Korea tot de nucleaire machten. Pyongyang hield vorig jaar een ondergrondse atoomproef. Hoewel het volgens het SIPRI onduidelijk is of Noord-Korea zijn nucleaire capaciteit inzetbaar heeft weten te maken op militair vlak, schat het instituut dat het land zes kernkoppen kan produceren met zijn huidige voorraad plutonium.

Iran is volgens de onderzoekers eveneens in staat uit te groeien tot een kernmacht. Het land zou daarvoor zijn uraniumverrijkingsprogramma moeten aanwenden voor militaire doeleinden.

Het rapport: www.yearbook2007.sipri.org