Wij zijn streng voor onszelf

Per jaar overlijden ruim 1.700 patiënten na fouten van artsen. Niet meer dan 200 artsen worden veroordeeld.

Doen de medische tuchtcolleges hun werk wel?

Hoe het kan misgaan in de spreekkamer van de dokter heeft Rudolf Torrenga, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, zelf ervaren. Zijn arts vertelde hem onverwacht dat hij iets vervelends had en dat hij geopereerd moest worden. „Toen ik weer buiten stond, realiseerde ik me dat ik van het tweede deel van het gesprek niets onthouden had.”

Tuchtrechtspraak, bedoelt hij, is een precair soort rechtspraak. Het vaststellen van de feiten is meestal niet moeilijk. De patiënt had buikpijn en was moe. Vaststellen van wat er had moeten gebeuren is, achteraf, meestal ook niet moeilijk. Meteen naar de chirurg, want het was kanker. Maar had de arts dat moeten weten? Artsen zien per dag wel tien vermoeide patiënten met buikpijn. Het duidt bijna nooit op iets ernstigs. „Beoordelen of een arts aansprakelijk is”, zegt Torrenga, „is vaak heel lastig”.

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is er voor patiënten met een klacht over een hulpverlener, die zich niet willen neerleggen bij de uitspraak van een regionaal tuchtcollege. Wie door zo’n regionaal tuchtcollege veroordeeld is, kan er ook naartoe. Vorig jaar werden door alle tuchtcolleges bij elkaar duizend zaken behandeld. Ongeveer tweehonderd keer werd er een ‘maatregel’ opgelegd. Een waarschuwing, een berisping, een geldboete, een tijdelijke of definitieve schorsing.

Tweehonderd veroordeelde artsen en andere hulpverleners tegenover 1.735 patiënten die per jaar na fouten van artsen en ander personeel in ziekenhuizen overlijden. En 30.000 patiënten die na fouten schade oplopen. Die aantallen komen uit het onderzoek dat onder leiding van het VUmc werd gedaan – en dat eind april tot voorpaginanieuws leidde.

Is het niet vreemd dat het tuchtcollege maar zo weinig klachten te verwerken krijgt?

Torrenga: „Wat is weinig? Er zijn gevallen waarin ernstige fouten zijn gemaakt die nooit bij ons terechtkomen. En gevallen waarin helemaal geen fouten zijn gemaakt die wel bij ons terechtkomen. Naar het tuchtcollege gaan, kan ook rouwverwerking zijn. Als er geen god meer is die je verantwoordelijk kunt houden voor het leed dat jou is overkomen, kan de behoefte ontstaan om te achterhalen of de arts een fout maakte. Dan kan die de schuld krijgen.”

Dan zou je toch nog veel meer klachten verwachten? Weten mensen het tuchtcollege wel te vinden?

„Ik zou niet weten wat ik nog meer moest doen om mensen op ons bestaan te attenderen. Je zou denken dat het anders was, maar we zitten bepaald nog niet in een klaag- en claimcultuur.”

Veel mensen denken dat het tuchtcollege artsen beschermt.

„We zijn met z’n vijven, drie juristen en twee artsen of andere beroepsgenoten van de aangeklaagde hulpverlener. Het valt mij op dat beroepsgenoten juist heel hoge maatstaven aanleggen. Zij kijken: is de zorg wel optimaal geweest. Juristen zeggen: wij toetsen of de zorg niet beneden een aanvaardbaar gemiddelde was, dát is het criterium.”

Veel patiënten zullen dat zo niet zien.

„Als het jezelf is overkomen dat er iets is misgegaan, dan is het hoe dan ook heel moeilijk om te accepteren dat er tuchtrechtelijk gezien geen misstap is begaan.”

Torrenga zegt dat hij graag de mogelijkheid zou krijgen een klacht van een patiënt gegrond te verklaren zónder de arts een maatregel op te leggen. Dat kan nu niet volgens de wet. Maar het tuchtcollege doet het toch, vorig jaar zeven keer. „We hopen dat de wetgever door deze rebellie begrijpt dat de wet moet veranderen.”

Wat is het voordeel?

„Artsen, vooral huisartsen, hebben een zeer riskant beroep. De wachtkamer zit vol, de hele dag door moeten er beslissingen worden genomen, meestal op basis van een pluis- of niet-pluis-gevoel. Hoeveel valt hen te verwijten als ze op goede gronden de verkeerde beslissing nemen?”

Houdt u niet te veel rekening met de gevoelens van artsen?

„Nee, nee. Je brengt artsen leed toe met een maatregel, je moet oog hebben voor de proportie van dat leed. Er is een categorie klachten waarvan wij zeggen: zo moet het niet, maar de les is al aangekomen, meer hoeft niet.”

Zou het zinvol zijn als ook een patiënt in het tuchtcollege plaatsneemt?

„Daar zou ik helemaal geen bezwaar tegen hebben. Het kan bijdragen aan het vertrouwen.”

Maar wat voegt het toe?

„In het medisch tuchtrecht gaan veel klachten over de communicatie met patiënten. Ik kan me voorstellen dat dat een blinde vlek is voor een arts.”

Artsen in ziekenhuizen zijn steeds afhankelijker van managers. Zouden patiënten ook managers moeten kunnen aanklagen?

„Er zijn hoogleraren die daarvoor pleiten, en ik verwacht dat het mogelijk zal gaan worden. Maar ik vind niet dat het medisch tuchtrecht zich daarvoor leent. Ik begrijp de redenering wel. Een manager bepaalt bijvoorbeeld dat de eerste hulp wegens personeelsgebrek op zaterdagavond bemand wordt door een onervaren arts-assistent. Dat gaat mis, maar dat valt de arts-assistent niet te verwijten. Wel die managers. Maar wat kan een tuchtrechter zeggen? Die kan niet beoordelen of de manager een foute afweging heeft gemaakt. Misschien waren er veel ergere dingen gebeurd als hij iets anders had besloten. Binnen de kortste keren gaat de tuchtrechter mee oordelen over de verdeling van budgetten in de gezondheidszorg.”

Wie moet dan wel oordelen over fouten van managers?

„Ik zou dat iets vinden voor Pieter van Vollenhoven en zijn Veiligheidsraad. En daarbinnen dan een groep specialisten in de gezondheidszorg.”