Sugartime

Eerlijk gezegd zat ik klaar voor de tennisfinale in Parijs. De wedstrijd tussen Nadal en Federer zou pas over een kwartier beginnen, dus kon ik met de afstandsbediening nog snel even de kanalen langs. Ik viel in een herhaling van een Europees boksgevecht in Antwerpen.

Het zat stampvol, daar in de Lotto Arena. Zesduizend mensen op de been voor een bokswedstrijd op de zaterdagavond; er moest iets aan de hand zijn in België.

De eerste ronde begonnen de boksers furieus. Ik keek naar de glimmende rug in V-vorm van een zwarte jongen met dreadlocks. De imposante spieren lagen voor het grijpen. De commentator noemde hem liefkozend Sugar. Het was een 26-jarige jongen uit Ghana die met zijn vader was meegekomen naar Antwerpen om daar als elektricien te werken. Maar stilaan liet hij zijn vuisten spreken en werd hij Europees kampioen weltergewicht.

Sugar. Pakkende naam. Natuurlijk, een verwijzing naar de Amerikaanse bokser Sugar Ray Robinson. En Robinson had weer een link met Antwerpen, waar hij op 10 juni 1951 in het Sportpaleis bokste tegen de Nederlander Jan de Bruin. Sugar heet voluit overigens Osei Bonsu ‘Sugar’ Jackson.

Sugar had de Italiaan Cristian De Martinis tegenover zich staan. Vooraf had Sugar laten weten hoe hij het titelgevecht inging: ‘Ik boks voor Antwerpen en ik ga winnen.’ Hij had wekenlang een fotootje van de Italiaan in zijn badkamer hangen. Terwijl hij in zijn blootje het zweet van de training afspoelde, praatte hij tegen zijn tegenstander op zakformaat: ‘I’m the champ, it’s Sugartime.’

België kon wel weer eens een boksheld gebruiken. De laatste was Jean-Pierre Coopman, die beroemd werd door zijn (verloren) partij tegen Muhammad Ali, in februari 1976. Het verhaal gaat dat Ali tijdens de match ingefluisterd kreeg de arme Jean-Pierre niet te snel neer te slaan omdat er nog een hoop tv-commercials vertoond moesten worden. Dus danste Ali nog maar een paar extra rondjes om de Belg heen.

Ik vroeg Coopman ooit waar hij door Ali geraakt was. ‘Overal, overal, overal, overal, overal…’, herhaalde hij, vol ontzag.

Coopman is nog altijd een boksgrootheid in België. Hij zat ook ereloge tijdens het gevecht van Sugar in Antwerpen. Schrijver Hugo Claus en acteur Jan Decleir hadden ook een stoel in de arena. Dan mag je toch zeggen dat er iets aan de hand was, dit weekend in Antwerpen.

De Italiaan ging in de eerste ronden al neer, maar bleek, ondanks een jaap boven zijn rechterwenkbrauw, een taaie tegenstander. Hij hield het bijna twaalf ronden vol. Tot Sugar de Italiaan omver mokerde met een punch die zo vernietigend was dat De Martinis een paar minuten buiten bewustzijn op het canvas bleef liggen.

Sugar is het beste dat Antwerpen kon overkomen. Iedereen ligt aan de voeten van de zwarte, boksende Ghanees. Hij is vastberaden de Europese titel te behouden. In naam van zijn nieuwe vaderland België.

Sugar is glashard en sportief. Een uur na het gevecht vroeg men hem of hij zich zorgen maakte om de staat van de Italiaan, die ter observatie in het ziekenhuis lag. In redelijk Vlaams: ‘Neuh, in de ring eet ik iedereen op. Maar ik wilde hem achteraf wel uitnodigen in een Italiaans restaurant. Samen scampi’s eten.’

Gisteren won Vlaams Belang licht tijdens de verkiezingen in België. ‘Stem de multikullers weg’, stond er de afgelopen dagen op hun site. Ik neem aan dat de razend populaire Sugar nog wel even mag blijven.