Gekke Willem schieten we niet af

Bevers in natuurreservaat De Gelderse Poort blijken holen te graven in de dijken van de Ooijpolder. Om passende maatregelen te kunnen nemen, heeft Staatsbosbeheer onderzoeksbureau Alterra gevraagd uit te zoeken waarom bevers in de dijklichamen wegkruipen. Boswachter Gerrit van Scherrenburg is niet bevreesd voor het lot van de bevers: „De bevers hebben een stukje meerwaarde.”

Hoe onderscheidt u beverholen van de holen van muskus- en beverratten?

„Je herkent ze aan vraatsporen en voetafdrukken. Normaal bouwen bevers van hout en klei burchten aan de waterkant. Maar als ze in dijken graven, ontdekken we nu, doen ze dat bij steile taluds, zodat ze het hol in kunnen zwemmen.”

Om onze dijken te beschermen jagen we fanatiek op muskus- en beverratten. Waarom krijgen bevers een voorkeursbehandeling?

„Muskus- en beverratten zijn exoten, die horen hier van nature niet thuis. De bever wel. Hij heeft echt waarde voor de natuur. Door zijn geknaag aan bomen zorgt hij voor meer variatie in de natuur. Op de jonge scheuten aan die afgeknaagde bomen komen weer reeën en koeien af.”

Staatsbosbeheer had eerder last van ‘Gekke Willem’, een bever die hele gangenstelsels groef in de Waaldijk. Hoe is het met hem afgelopen?

„Op de plek waar Gekke Willem gangen groef, hebben we gaas in de dijk ingebracht. Toen is hij uit zichzelf verkast naar een mooi plekje waar hij geen kwaad kan. Mensen die zeggen dat je zo’n overlast gevende bever moet afschieten, snappen het niet. De natuur laat zich niet dwingen. Als we Willem hadden afgeschoten, had zich op die plek vermoedelijk een andere bever gevestigd. Je moet uitzoeken waarom die dieren gangen graven, en daar maatregelen op nemen.”

Arjen Ribbens