Franse oppositie strijdt voor pluralisme

Na de enorme overwinning van de UMP van president Nicolas Sarkozy in de eerste ronde, gisteren, van de Franse parlementsverkiezingen, zoekt de oppositie samenwerking.

Een overmacht schept nieuwe coalities van verslagenen. Ségolène Royal, die zich opwerpt als leider van de Franse oppositiepartij Parti Socialiste, gaat deze week met centrum-politicus François Bayrou bellen. Ze willen overleggen hoe ze komende zondag door een onderlinge alliantie nog zoveel mogelijk kiesdistricten uit handen kunnen houden van regeringspartij UMP en haar satelliet Nouveau Centre. De twee oppositieleiders worden naar eigen zeggen verenigd door een gemeenschappelijk belang: nog een restje pluralisme in stand houden in de Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer.

Want de oppositie is gisteren verpletterend verslagen in de eerste ronde van de Franse parlementsverkiezingen. Volgens de berekening van opiniebureaus kan de PS komende zondag in de tweede ronde hoogstens uitkomen op 170 zetels. En de nieuwe partij van Bayrou, MoDem, kan maximaal vier zetels halen. En dat in een parlement van 577 afgevaardigden.

President Sarkozy en premier Fillon zijn al zeker van een overweldigende meerderheid. Minimaal wordt het twee derde: 384 van de 577 afgevaardigden. Maximaal wordt het meer dan driekwart: 444.

Dit voorjaar waren Royal en Bayrou als presidentskandidaten in de eerste ronde opgeteld nog goed voor ruim 43 procent van de kiezers. In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, begin mei, haalde Royal 47 procent.

Gisteren bleef er voor links in totaal 32 procent over. Sarkozy werd tot president gekozen met ruim 53 procent van de stemmen. De meerderheid van UMP en Nouveau Centre haalde gisteren 42 procent van de stemmen.

Dat daaruit een ruime meerderheid volgt voor Sarkozy, komt door het Franse kiesstelsel. De afgevaardigden in de Assemblée worden gekozen in 577 kiesdistricten. Om in de eerste ronde gekozen te worden, heeft een kandidaat een absolute meerderheid nodig. In de tweede, volgende week zondag, volstaat een meerderheid. De afgevaardigden van de grootste partij zijn daardoor steeds in het voordeel.

Bovendien profiteerde de UMP gisteren van een Franse agendawet: als de parlementsverkiezingen vlak na presidentsverkiezingen plaatshebben, wint de partij van de president. Dat hielp de PS na de verkiezing van president Mitterrand in 1981 en 1988. De UMP veroverde in 2002 na de verkiezing van president Chirac al een ruime meerderheid.

Premier Fillon, die de campagne voor rechts de afgelopen weken leidde, is erin geslaagd die meerderheid nog uit te breiden. Elf van de vijftien ministers waren in hun eigen district kandidaat voor een zetel. Zeven ministers, onder wie Fillon zelf, werden in de eerste ronde al met een absolute meerderheid gekozen. Alleen Alain Juppé, minister van Ecologie, Energie en Transport, begint aan de tweede ronde met een achterstand, in de stad Bordeaux, waarvan hij ook burgemeester is. Als hij zondag verliest, stapt hij uit de regering.

Het grootste slachtoffer van het kiesstelsel zijn kleine partijen die geen alliantie sluiten met een grotere partij voor onderlinge steun. Traditioneel was het extreem-rechtse Front National het grootste slachtoffer van dit stelsel. Vaak meer dan tien procent van de stemmen, maar nauwelijks afgevaardigden. Dit keer heeft alleen Marine Le Pen, dochter van FN-leider Jean-Marie Le Pen, zich gekwalificeerd voor de tweede ronde in haar district. Maar ook procentueel gezien stortte het FN in: extreem-rechts scoorde maar vier procent.