8.346 cricketkilometers is Heerlen te veel

De Heerlen Cricket Club speelt dit seizoen in de Belgische competitie. De Limburgers vinden dat de cricketbond te veel gericht is op clubs uit de Randstad en het Nederlands elftal.

De spelers van de Antwerp CC zijn laat, maar met drie kwartier vertraging arriveren de Belgen dan toch op het sportpark van de Heerlen Cricket Club (HCC). Dat kon van de Nederlandse tegenstanders niet altijd worden gezegd. Die kwamen vaak helemaal niet opdagen voor de wedstrijd bij Limburgs enige cricketclub. Te ver weg, te weinig spelers.

Goodbye Holland, Hello Belgium, staat er op de site van de club. Sinds Heerlen van de Nederlandse naar de Belgische competitie is overgestapt, heten de tegenstanders niet meer Kampong of Zeist, maar Antwerp Indian Cricket Club, Royal Brussels en The Optimists Luxembourg. „Cricket is in Nederland vooral een Randstadsport”, zegt Andrew Davies, secretaris van de club, die in 2003 werd opgericht.

Heerlen bestaat uit een bont gezelschap van spelers uit het grensgebied van Nederland, België en Duitsland. De meesten hebben hun roots in cricketlanden als Pakistan, India of Australië. Twee jaar geleden kwam de zoon van de legendarische Australische wicketkeeper Rodney Marsh, Jamie, aanwaaien in de ‘cricketwoestijn’ Limburg. „Rodney heeft hier nog de nieuwe pitch in gebruik genomen”, zegt Davies, geboren in Manchester. Inmiddels praat de vertaler onvervalst Limburgs.

De eerste jaren ging het uitstekend met Heerlen: in 2004 en 2005 werd het eerste elftal kampioen. Gemakkelijk was het niet. De clubs die enigszins in de buurt liggen zijn PSV Tegenbosch (Eindhoven, 90 kilometer, enkele reis), Son (106) en MOP (Vught, 125). Maar Bloemendaal uit (233 kilometer enkel) is meer dan alleen ‘lastig’. „We gingen dan om zeven uur ’s ochtends weg en kwamen ver na middernacht terug. Dan moesten we nog de jongens uit Aken naar huis brengen”, zegt Davies.

Vorig jaar rekenden ze uit hoeveel zij reden in het laatste Nederlandse seizoen: 8.346 cricketkilometers. En met drie auto’s per wedstrijd is het krap zitten voor een elftal. Elke speler bracht 28 uur door in de auto. De benzinekosten: duizend euro.

In Heerlen leefden meer ergernissen. Clubs zegden op het laatste moment af als ze zélf in het Heuvelland moesten spelen. Davies: „Kampong heeft in één seizoen drie keer keer afgezegd.”

Ook ontbrak het volgens de Limburgers wel eens aan gastvrijheid boven de rivieren. „Dan hadden we een paar uur gereden en lag er een plakje hotelcake”, zegt Davies. „In Arnhem kregen we helemaal niks. Wij proberen het gezellig te maken met broodjes, salade en vlaai.” De club had vooral het gevoel dat Heerlen eerder lastig was dan een aanwinst voor het Nederlandse cricket. De cricketbond KNCB zou vooral geïnteresseerd zijn in de Randstad en het Nederlands elftal. „De KNCB zette niet echt zijn tanden in het zuiden”, zegt Heerlen-voorzitter Stephan van den Brand, die tegen Antwerp zelf meespeelt. „Ze deden weinig moeite het cricket in de provincie te verspreiden. Het was vooral pappen en nathouden.”

Die houding voelde ook Andrew Davies toen hij de bond om advies vroeg voor het opzetten van cricketclinics op scholen in de Euregio. „Ik ben niet eens teruggebeld.” Ook toen Heerlen de bond uitnodigde voor de opening van de nieuwe pitch door Rodney Marsh bleef het stil. „Dat was een grote gebeurtenis die op de voorpagina van Cricket Magazine moet staan”, zegt speler Martin Pellegrine, een Engelsman die bij het luchtverkeersleidingscentrum Eurocontrol werkt. „Maar ze vinden het te ver.”

Ook andere ‘provincieclubs’ zijn bezorgd. Tien dagen geleden trokken de voorzitters van Groningen, Arnhem, Hengelo, Quick Nijmegen en MOP aan de bel bij de bond. „Het aantal cricketers buiten de Randstad is sinds 1990 teruggelopen van 700 tot 200”, zegt voorzitter Arie Teeuw van CC Arnhem. „Als je niks doet is het over drie jaar voorbij. En het is echt niet zo ingewikkeld in Apeldoorn, Tilburg, Zwolle of Venlo een club te beginnen. Overal wonen cricketers, zoals Pakistanen of Tamils.”

Meer propaganda op scholen zou al schelen. „Ik denk dat de KNCB het nu oppakt”, zegt Teeuw. Hij erkent dat zijn club heeft nagedacht over een overstap naar de competitie in Noordrijn-Westfalen.

Voor Heerlen gaven de reisafstanden de doorslag. Maar zodra er meer clubs in het zuiden zijn, zal de club weer gaan meedoen in Nederland, denkt voorzitter Van den Brand. „Onze overstap is niet onomkeerbaar.”

De spelers van Heerlen voelen zich ondertussen thuis in België, ook al moesten ze weer in de laagste klasse beginnen. „We krijgen nu bij alle wedstrijden umpires van de bond”, vertelt Martin Pellegrine. „In Nederland moesten we die zelf aanstellen. Dat leverde in het verleden weleens problemen op.”

Het gaat er ook sportiever aan toe. „Je hebt in België geen ruzies tijdens de wedstrijd”, zegt aanvoerder Matt Birch. „Er wordt meer gespeeld in de spirit of the game. Belgische clubs vinden verliezen niet erg, als het maar een leuke wedstrijd is geweest. Nederlanders doen alles om te winnen.”