Zee van spiegels 4

Na de repliek van de heer van Voorthuysen gelezen te hebben zou ik het jammer vinden wanneer er over de voor- en nadelen van zonthermische- en kerncentrales een 'nietes-welles' discussie zou ontstaan (W&O, 2 juni, 26 mei en 19 mei).

Ik ben van mening dat zonthermische energie een buitengewoon belangrijke vorm van energievoorziening is naast andere vormen. Daarom wil toch op een paar opmerkingen van de heer Voorthuysen ingaan. Investeringskosten. Ik heb niet gezegd dat "CPS een factor zes duurder dan kernenergie" zou zijn. In mijn opmerking sprak ik over de investeringskosten in de centrale. De heer van Voorthuysen haalt de investeringskosten van de EPR centrale (Olkiluoto 3 in Finland) aan. Dat is er niet een van de huidige generatie maar de eerste van een nieuw ontwerp. Een 1600 megawatt centrale waarvoor een investering van 3 miljard euro wordt geciteerd (euro 1875/kilowatt ). Als we deze centrale met Andosol I vergelijken is het investeringsniveau daar dus 3,2 maal hoger dan van de Finse EPR. Energiekosten. Voor de kosten van de stroomproductie voor de Andosol I centrale wordt 17 cent/kWh geciteerd (W&O19 mei). Dat is 3,4 maal hoger dan de productiekosten van kernstroom. Ook als de investeringskosten van Andosol I van euro 6000/kilowatt op den duur naar een niveau van 4400 zouden dalen is het moeilijk in te zien hoe daardoor de kosten van zonthermische energie met een factor 3,4 zouden kunnen afnemen om de kostprijs van kernstroom te evenaren. Uranium voorraden. Uranium is geen zeldzaam mineraal. Op basis van de huidige lage winningskosten is de voorraad voldoende voor de komende vijftig jaar. Er zijn echter nog grotere reserves die, zij het met hogere mijnbouwkosten, voor een zeer veel langere tijd in kernbrandstof kunnen voorzien. Omdat de grondstof voor de kernbrandstof minder dan vijf procent van de energieprijs uitmaken is verdubbeling van de winningskosten nauwelijks merkbaar. Emissie van broeikasgassen. Zonthermische centrales en kerncentrales stoten geen CO2 uit. Bij een vergelijking van de emissie over de hele levenscyclus vindt die dus niet plaats tijdens de energieopwekking.Volgens de 'Factsheets Kernenergie' van KIVI NIRIA is de emissie over de levenscyclus voor kernenergie vergelijkbaar met die van windenergie en lager dan alle andere vormen. Het argument van de terugverdientijd gaat voor zonthermische energieproductie in het vergelijk met kernenergie daarom niet op. Omdat de laatste lagere emissies veroorzaakt, zouden alle andere vormen bij grotere inzet alleen maar meer achterop raken. Ik zou een goede discussie over de toepassing van de beste mix van energievormen, zeker inclusief zonthermische energie, in de context van de lokale omstandigheden toejuichen. Maar dan wel op basis van de juiste cijfers.