Wees ridder zonder vrees of blaam

De oom van een lezer liet hem tien jaar geleden een flinke erfenis na. Na betaling van de helft aan belasting (helaas) bleef er bijna 100.000 gulden over. De gelukkige ontvanger zat er mee in zijn maag, want hij had het geld niet nodig en wist niet wat hij er mee aan moest. Daarom verpieterde het jaren op een spaarrekening.

Een geraadpleegde adviseur, in feite een verkoper/bemiddelaar, twijfelde niet en bracht het geld tegen 5 procent provisie onder bij een vermogensbeheerder, die het in enkele van zijn beleggingsfondsen stopte. Nu zit er 200.000 euro in de pot. Een inspirerende mijlpaal op weg naar het (tweede) miljoen. Toch tobde de lezer er mee. Mag je zomaar geld opnemen uit je depot? Hoe moet dat? En hoe gaat het dan verder?

Totdat een vriend hem duidelijk maakte dat het om zijn eigen geld gaat en hij er mee mag doen wat hij wil. Daarom nam hij op een dag voor een lange vakantie 10.000 euro op. Je moet jezelf af en toe belonen, lekker verwennen, anders is beleggen voor een (tweede) miljoen geen inspirerende bezigheid.

1 Mensen die weinig afweten van geldzaken lijden vaak onnodig onder de angsten die ze minder goed begrijpen. De bekende voorbeelden zijn inflatie, belastingen, (bank)kosten en koers- en prijsdalingen van aandelen, obligaties (dus stijgende lange rente) en woonhuizen. Begrijp je wat die inhouden, dan lig je er niet wakker van en kan je er misschien van profiteren.

2 Neem inflatie, een prijsstijging van goederen en diensten. Berekent een Nederlandse of Europese instelling dat de prijzen in het afgelopen jaar met bijvoorbeeld 2 procent stegen, dan betekent dit niet dat je 2 procent duurder uit bent. Dit geldt alleen voor consumenten die precies kopen volgens het pakketje en de (theoretische) prijzen die de rekenmeesters hanteren. En dat doet niemand. Bovendien is het inflatiecijfer dat eruit rolt een gemiddelde van stijgingen en dalingen, een mix van inflatie en deflatie. Leef je (in theorie) alleen op deflatoire zaken (computers, digitale camera’s, vliegreizen en zo), dan ben je elk jaar goedkoper uit. Net als een alerte koopjesjager.

3 De tweede miljoen-strategie is voor de lange termijn, zeg twintig, dertig of meer jaar. Daardoor tikt zelfs een geringe inflatie al flink aan qua koopkracht, cumulatief gerekend. Is dat wel zo? Waarschijnlijk niet, want je ontwikkelt op de (lange) duur een natuurlijke, persoonlijke inflatiecorrectie. Je behoeften nemen immers met het stijgend aantal grijze haren af. Je hebt alles al. Statusoverwegingen, impulsneigingen en modegevoeligheid verflauwen. Daardoor koop je minder lucht bij de aanschaf van een auto, kleding en dergelijke. Een peperdure, platte, reusachtige, haarscherpe televisie die elke pukkel laat zien? Nee dank u, de programma’s worden er niet beter door.

4 Mede daarom speelde de inflatie geen rol in de voorgaande rendementsberekeningen in deze rubriek. Deze is te weinig tastbaar, te persoonlijk en amper te kwantificeren. Je hoeft de belastingen, kosten en koersdalingen evenmin te vrezen. Daarom is een miljoen euro over twintig, dertig jaar nog steeds heel veel geld, gevoelsmatig.

Adriaan Hiele