VS gevraagd voor ingreep in Suriname

Veel aandacht voor Nederland heeft de Amerikaanse president Ronald Reagan nooit gehad. Maar ergens in de vijf donkerrode in leer gebonden dagboeken die Reagan tijdens zijn achtjarige presidentschap volschreef, memoreert hij dat de Nederlandse regering afziet van een verzoek om militaire steun voor een ingreep in Suriname. Het verzoek is gedaan in 1986.

De in 2004 overleden Reagan noteerde in 1987 dat het verzoek voor steun werd ingetrokken, zo blijkt uit het boek The Reagan Diaries van historicus Douglas Brinkley, dat onlangs in Amerika verscheen.

Het jaar waaraan Reagan refereert, 1986, maakte deel uit van een uiterst instabiele periode in Suriname. Het land was na de ‘Decembermoorden’ van 1982 internationaal geïsoleerd geraakt. Bovendien woedde er in het oosten de ‘binnenlandse oorlog’ tussen rebellenleider Ronnie Brunswijk en het Surinaamse leger onder bevel van Desi Bouterse. Tragisch dieptepunt was het bloedbad in het dorpje Moiwana, waar in november 1986 ongeveer vijftig mensen, vooral vrouwen en kinderen, werden vermoord door het leger.

Die gebeurtenis was al eerder aanleiding tot speculaties over een militair ingrijpen door Nederland. In 1998 tekenden wetenschappers Bob de Graaff en Cees Wiebes in een boek over de geschiedenis van de Inlichtingendienst Buitenland (Villa Maarheze ) al op dat Nederland en de VS plannen hadden om een invasie uit te voeren in Suriname en daarmee Bouterse ten val te brengen. De plannen zijn nooit officieel bevestigd. Goed ingevoerde bronnen uit die tijd wijzen erop dat het voornemen zeer prematuur was en dat de Nederlandse regering grote aarzeling had om het initiatief te nemen tot een militaire actie. Oud-minister van buitenlandse zaken Hans van den Broek (CDA) noemde de plannen uit 1986 gisteravond tegenover de NOS „een voorzorgsmaatregel”.

Kort na de moorden in Moiwana kondigde Bouterse vrije verkiezingen aan. Die werden het jaar daarop gehouden. Bouterse’s partij, de NDP, verloor dramatisch. Daarna trad hij af als legerleider. De slachtoffers van de moorden hebben onlangs financiële genoegdoening toegezegd gekregen van de Surinaamse regering, nadat de staat door het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens was veroordeeld.