Unilever zit niet voor een dubbeltje op eerste rang

In het artikel over het Top Institute Food and Nutrition (TIFN) `Gezonde, maar wel lekkere voeding`, beweert Frits Baltesen dat Unilever hierbij ”voor een koopje onderzoekscapaciteit [krijgt] om zich met innovaties te kunnen onderscheiden van de namaak van huismerkfabrikanten” (NRC Handelsblad, 2 juni).

Ik zou het beeld van Unilevers innovatiecapaciteit en de rol van Open Innovatie daarin (zoals het TIFN) graag willen corrigeren. Het ontwikkelen van `gezonde, maar wel lekkere voeding` is een onderdeel van Unilevers vitaliteitsmissie waaraan al onze 3000 Foods R&D-medewerkers wereldwijd werken. Dit levert een schat aan onderscheidende en succesvolle innovaties op zoals Becel Pro Activ, Knorr Vie, Blue Band Idee!, Frusi en Adez.

Het ontwikkelen van nieuwe voedingsproducten met wetenschappelijk onderbouwde (gezondheids)claims is een kernactiviteit voor Unilever Foods R&D. Daarnaast hebben we de afgelopen jaren onze hele productportfolio onder de loep genomen en 37.000 ton trans vet en verzadigd vet, 3.000 ton natrium en 17.000 ton suiker verwijderd, waarbij de consumentenwaardering van de producten constant is gebleven (daar zit inderdaad de uitdaging). Unilever is een van de grondleggers van het `Ik Kies Bewust` programma en rolt een vergelijkbaar programma wereldwijd uit. Het verbeteren van het voedingskundige profiel van onze producten is een activiteit die wij zullen blijven voortzetten volgens de laatste inzichten.

Unilever investeert veel in R&D capaciteit, ook in Nederland. In Vlaardingen staat Unilever`s grootste centrum voor voedingsmiddelenonderzoek en -ontwikkeling met 600 R&D experts. Het aangaan van Open Innovatie samenwerkingen, zoals binnen het TIFN, is een belangrijk onderdeel van onze innovatiestrategie.

Open Innovatie heeft tot doel om de kennis en kunde van universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijven door intensieve samenwerking effectiever in te zetten voor innovatie. Het doel is synergie. Niet `voor een dubbeltje op de eerste rang`, maar waardecreatie voor alle betrokkenen. Voor de ontwikkeling van Nederland als kenniseconomie zijn dergelijke vormen van samenwerking onontbeerlijk.