Uit eten op school

Gezond overblijven, dat is het doel van ‘Tijd voor Eten’. “Hoe krijg jij die asperges wél lekker?”Jacqueline Kuijpers

Groep 6 van de Daltonschool neemt ‘tijd voor eten’. foto jØrgen krielen Jorgen Krielen/Amsterdam, 30-04-2007/ Overblijvende kinderen in buurthuis Olympus eten oa asperges bereid door koks vh ROC. eten kinderen overblijven voedsel
Groep 6 van de Daltonschool neemt ‘tijd voor eten’. foto jØrgen krielen Jorgen Krielen/Amsterdam, 30-04-2007/ Overblijvende kinderen in buurthuis Olympus eten oa asperges bereid door koks vh ROC. eten kinderen overblijven voedsel Krielen, Jorgen

Terwijl Sharon Dijksma, staatsecretaris van Onderwijs, in Zweden ging kijken naar de buitenschoolse opvang, werd in Amsterdam Oud-Zuid een bleek vergaderzaaltje van buurthuis Olympus omgetoverd tot een vrolijk kindereetcafé, een vorm van buitenschoolse opvang. Gasten waren de leerlingen van groep 6 van de nabijgelegen Daltonschool. Om 12.00 uur werden ze verwelkomd in een versierde eetzaal, met gezellig gebloemde bordjes op groen geruite tafelkleedjes, bloemen op tafel en een heuse kok die in vol ornaat met de pollepel zwaaide. Op het menu: asperges!

Dit is ‘Tijd voor Eten’, een kleinschalig initiatief om gezonde voeding in combinatie met een gezellige overblijf op de schoolagenda te krijgen. Drijvende kracht erachter is Doris Voss, moeder van Emma (9), voorheen styliste en nu projectleider van ‘Tijd voor eten’ met behoud van haar bijstandsuitkering. Het begon allemaal met haar ergernis over de destijds gebrekkige overblijf op de school van haar dochter, de Europaschool. “Op een dag heb ik een pan soep op tafel gezet en de tafels bij elkaar geschoven. En dat sloeg aan. Toen ben ik gaan denken hoe ik dat meer structureel vorm kon geven, zo is het balletje gaan rollen.”

Met steun van de stichting DOEN, het stadsdeel Oud-Zuid en sponsoring in natura van diverse kanten (een biologische groentewinkel en bakker, koks van verschillende restaurants, een bloemenwinkel) kon vorig jaar de pilot van ‘Tijd voor eten’ van start gaan. Ook het regionaal opleidingscentrum van Amsterdam doet mee: koks van de opleiding hotelschool koken nu voor ‘Tijd voor Eten’, samen met leerlingen voor wie deze ervaring een praktijkopdracht is. Zo snijdt het mes aan meerdere kanten.

De overblijf is al jaren een terugkerend onderwerp in de politiek en media. Zonder resultaat, vertelt Conny Bergé, van de stichting PEP International, die zich inzet voor het oplossen van knelpunten tussen overheid en burgers, waaronder ook de schooltijden. “Hoewel al in 1983 in de overblijfwet werd vastgelegd dat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de overblijf, bleef het in de praktijk op het bordje van de ouders liggen. De overblijf was en bleef een rommeltje, met een provisorische ruimte en vrijwilligers die een oogje in het zeil hielden. Maar er zijn wel 750.000 kinderen die iedere week een aantal keer overblijven.”

Vorig jaar is vastgelegd dat scholen nu werkelijk hun taak op dit vlak moeten oppakken, maar Bergé heeft er een hard hoofd in dat het goed komt. “Er is gewoon weerstand tegen.” Dat blijkt ook uit onderzoek van sociologe Rineke van Dalen, die dit wijt aan een diepgewortelde zelfzorgideologie. “Het krijgen van kinderen wordt als een privézaak beschouwd.” En dat geldt ook voor de zorg die dat met zich meebrengt.

In buurthuis Olympia heeft één jongen voor de zekerheid zijn broodtrommeltje bij zich. Maar verder staat iedereen open voor wat er komen gaat. Natuurlijk zijn er stoere jongens die zeggen nooit asperges te zullen gaan eten: “gètver!!” Maar dat mag niet: proeven is verplicht. Kok René Ameling: “Vies bestaat niet”. Na iedere gang komt hij, zijn handen drogend aan een geruite keukendoek, de zaal binnen. “Dames en heren, appels en peren: vandaag gaan jullie lekker eten, maar ook wat leren!”

Hij ontrafelt met de kinderen de ingrediënten van de dipsaus bij de groentendip, legt uit hoe asperges groeien en wat het verschil is tussen de witte en de groene. De kinderen hangen aan zijn lippen. “Hoe krijg jij die asperges wél lekker?” wil Tip (8) weten. Een ander vraagt het recept van de dipsaus. Het bestek schraapt over de borden, de schaal met brood gaat nog eens rond, de glazen water raken langzaam leeg. In de eetzaal klinkt het echte restaurant-gekwebbel.

Met ‘Tijd voor Eten’ biedt Doris Voss de kinderen geen alternatief voor de gewraakte overblijf. Daarvoor is het te incidenteel. “Ik noem dit ‘uit eten op school’. De kinderen eten dingen die ze niet dagelijks eten en leren iets over voeding.” Wat ze in eerste instantie hoopt is gezonde voeding op de agenda te krijgen (water drinken, fruit verstrekken), én scholen aan het denken zetten over de de opvang. Het ideaal is een schoolkantine (in brede scholen bestaan die faciliteiten vaak al), waar eenvoudige, gezonde maaltijden – “Geen pakjes en zakjes met E621!” – worden klaargemaakt. “Zo werkt het overal in het buitenland, waarom hier dan niet?”

Hoe ‘Tijd voor Eten’ verder gaat is nog onzeker. Maar op de Europaschool is de overblijf inmiddels sterk verbeterd. En welzijnsorganisatie Combi wil ‘Tijd voor Eten’ wel als project overnemen in het kader van de zogenoemde dagarrangementen, waarbij ouders een complete daginvulling voor hun kind(eren) inkopen. Doris Voss gaat verder met haar grootste talent: mensen bij elkaar brengen. Op de agenda: een biologische lunch voor de beleidsmakers.

www.tijdvooreten.nl