Te weinig water voor brandweer bij grote brand

De brandweer heeft structureel onvoldoende bluswater bij het bestrijden van grote branden. Daardoor branden gebouwen langer dan wenselijk, waardoor meer schade ontstaat.

Dat blijkt uit nog vertrouwelijk onderzoek uitgevoerd in opdracht van drie brandweerregio’s Twente, IJssel-Vecht en Friesland. „Er is een grote tekortkoming in de bluswatervoorziening naar capaciteit en aanlevertijd bij vrijwel alle branden waarbij tankautospuiten naar vermogen ingezet moeten worden”, aldus het rapport.

Het bluswatertekort zal de komende jaren groter worden doordat er minder water beschikbaar komt uit de drinkwaterleidingen van de waterbedrijven. De leidingen worden steeds smaller om de doorstroomsnelheid van het water te vergroten, de druk te doen stijgen en te bevorderen dat leidingen zichzelf schoonspoelen.

De brandweer rukt bij de meeste branden uit met tankautospuiten die niet genoeg water kunnen bevatten. Ter ondersteuning worden doorgaans ook slangen aangelegd op brandkranen van het drinkwaternet. Vooral bij grote branden moet vervolgens langdurig met grote volumes water worden geblust. Zoveel water is er in veel gevallen niet meer, schrijft onderzoeker Ynso Suurenbroek. Tenzij er een ‘bluswaterwinplaats’ (vijver, gracht) direct naast het brandende pand ligt die te gebruiken is.

De vereniging van waterbedrijven in Nederland, de Vewin, erkent het probleem, maar stelt dat de waterbedrijven geen leveringsplicht hebben voor bluswater. „De zorg voor voldoende bluswater is een verantwoordelijkheid voor de gemeenten. Die moeten ons opdracht geven aldus de woordvoerder van de Vewin.

Als oplossing voor het watertekort suggereert het rapport de inzet van grote watertanks, die samen met de tankautospuiten kunnen uitrukken. Verder, stelt het onderzoek, moet de brandweer niet alleen prioriteit leggen bij het redden van mensen, maar ook bij het blussen daarna. Het resultaat van de bestaande denkwijze „lijkt langzamerhand dat, indien er geen slachtoffers bij een brand te verwachten zijn, de zaak verder wel mag afbranden (‘we werken niet voor de verzekering’).”