Schaker en politiek functionaris

Schaker en journalist Alexander Rosjal stond ooit in Italië met een pistool te zwaaien toen hij Anatoli Karpov niet kon vinden. Hij overleed vorige maand in Moskou.

Van Alexander Borisovitsj Rosjal, die op 21 mei in Moskou overleed, vroeg ik me wel eens af of hij in de eerste plaats een schaker of een politieke functionaris was. In de jaren 70 mocht hij vaak op reis met Anatoli Karpov, over wie hij ook een boek schreef, Karpovs Vertikalen, dat veel op de beschrijving van een heiligenleven leek.

Toen ik als secondant van Kortchnoi in 1977 in een klein Italiaans dorp was, vertelden twee Italianen me dat Karpov en Rosjal daar een tijdje eerder ook waren geweest. Karpov ging een simultaan spelen en Rosjal bleef achter. Toen Karpov onverwacht laat terugkwam, werd Rosjal volgens de Italianen erg zenuwachtig, zozeer zelfs dat hij begon te roepen over een ontvoering en opeens met een pistool zwaaide. Een sovjetburger die in Italië met een pistool kon zwaaien? Als het waar is, moet hij uitstekende politieke contacten hebben gehad.

In 1988 werd Karpov in de Spaanse stad Gijon Europees kampioen in het rapidschaak. Rosjal was er ook bij en zei toen dat veel mensen dachten dat hij bij de entourage van Karpov hoorde, maar dat klopte volgens hem niet meer, hij was nu onafhankelijk.

Dat hij een echte schaker was, had ik in de jaren daarvoor overigens wel gemerkt. Als journalist was hij bij bijna alle belangrijke internationale wedstrijden aanwezig en als hij dan een stelling analyseerde zei hij altijd verstandige dingen.

In de Sovjet-Unie had hij de titel ‘sportmeester’, wat ongeveer overeenkwam met de internationale meestertitel.

Een overtuigde partijman kan hij ondanks zijn privileges niet geweest zijn. Toen hij een jaar oud was werd zijn vader om politieke redenen geëxecuteerd en zijn moeder verdween voor achttien jaar in een kamp.

Behalve een goede schaker was Rosjal in zijn jonge jaren ook een succesvol schaaktrainer, maar de afgelopen tientallen jaren was hij vooral journalist. Als redacteur van het weekblad 64 – in naam was Karpov hoofdredacteur, maar Rosjal deed het werk – zorgde hij in 1986 voor een primeur door een deel van Vladimir Nabokovs memoires Speak, Memory af te drukken. Het was het hoofdstuk dat over schaken ging, dus niet politiek controversieel, maar toch was het een belangrijke stap, want het was de eerste keer dat er in de Sovjet-Unie iets van Nabokov werd afgedrukt.

Met de ineenstorting van het communisme verdween ook 64, door financiële problemen, maar later wekte Rosjal het weer tot leven door het te privatiseren, nu als een maandblad. Het bleef wat het vroeger ook als weekblad was geweest, een van de beste schaaktijdschriften ter wereld.

Als trainer, organisator en journalist heeft de energieke Rosjal veel voor het Russische schaak gedaan. Zoals gezegd, zelf schaken kon hij ook. Joeri Razoevajev, zijn tegenstander in de volgende partij uit het teamkampioenschap van de Sovjet-Unie van 1966, werd later een sterke grootmeester.

Rosjal - Razoevajev, Moskou 1966

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 d6 4. d4 Ld7 5. Pc3 exd4 6. Pxd4 g6 7. 0-0 Lg7 8. Lxc6 bxc6 9. f4 c5 10. Pde2 Pe7 11. f5 Hij trekt scherp van leer met een pionoffer dat goede aanvalskansen biedt. 11...gxf5 12. Pd5 Waarschijnlijk had hij zijn aanval het best met 12. Pg3 kunnen vervolgen. 12...Pxd5 13. exd5 Df6 14. Kh1 0-0 15. Pf4 Tae8 16. Tf3 Te4 17. Ld2 Dxb2 Niet om een pion te winnen, maar om de mogelijkheid Lc3 voor wit uit de stelling te halen. 18. Tg3 Kh8 19. Tb1 Dd4 20. Dc1 Tfe8 21. Ph5 Le5 22. Lg5 Zwarts indrukwekkende centralisatie is belangrijker dan wits koningsaanval en zwart had hier verschillende goede zetten, bijvoorbeeld 22...Lxg3. 22...c4 Dit gaat ook nog wel, al is het niet duidelijk wat zwart er mee voor heeft. 23. c3 (diagram) Zwart kan nu 23...Dxd5 doen, maar de meest principiële zet was 23...Lxg3. Als wit dan de dame neemt, verliest hij na 24. cxd4 Te1+ 25. Dxe1 Txe1+ 26. Txe1 Lxe1 het eindspel. Een betere kans voor wit na 23...Lxg3 zou 24. hxg3 zijn, want na 24...Te1+ 25. Dxe1 Txe1+ 26. Txe1 Dg4 27. Lf6+ Kg8 28. Pf4 Dxg3 29. Tb1 Le8 30. Tb8 De1+ 31. Kh2 kan zwart ondanks zijn grote voorsprong in materiaal niet makkelijk uit de klem komen. 23...Df2 Maar dit is slecht. Wit krijgt een belangrijk tempo om zijn toren op een veilig veld te zetten. 24. Tf3 Dxa2 25. Pf6 Opeens is het mis met zwart. Niet alleen dat er twee torens en een loper staan aangevallen, wit dreigt ook 26. Th3 met een mataanval. 25...Tg4 26. Pxg4 fxg4 27. Txf7 La4 28. Tb2 Da3 29. Df1 Dxb2 30. Tf8+ Zwart gaf op.