Performance? Psychologie? Pop in potpourri!

‘Sharing the same shade’ van De Veenfabriek (Foto Jochem Jurgens)
‘Sharing the same shade’ van De Veenfabriek (Foto Jochem Jurgens) Jurgens, Jochem

Voorstelling: Sharing the Same Shade door Veenfabriek. Regie: Paul Koek, muziek: Rik Elstgeest en Bo Koek. Gezien: 8/6 Westergasfabriek, Amsterdam. Herh. t/m 16/6. Info: www.hollandfestival.nl.

Ik repareer graag een deurklink. Ja of nee? Ik praat graag over seks. Ja of nee? Mijn vader is een goed mens. Ja of nee? De persoonlijkheidstest van de psychologen Hathaway en McKinley bestaat uit 576 stellingen, en wordt dagelijks gebruikt om een beeld te krijgen van de persoonlijkheid van, bijvoorbeeld, jonge criminelen.

Voor Paul Koek, regisseur van het avontuurlijke muziektheaterensemble De Veenfabriek, was de vragenlijst gefundenes Fressen om een voorstelling aan op te hangen waarin alle facetten van de menselijke ziel aan bod komen. Eerder maakte hij onder meer de voorstelling Zieke Zielen, op locatie in het Diaconessenziekenhuis in Leiden.

Het is duidelijk dat Koek de toeschouwer in onzekerheid wil brengen. Niet alleen over zichzelf, met de eindeloze reeks indringende vragen, maar ook over de vorm van de voorstelling: is het muziektheater? Een popconcert? Een performance? Het toneel is prachtig aangekleed, met een echte grasmat op de vloer, zestig gekooide vogeltjes aan het plafond, en op de achtergrond levensgroot geprojecteerde meisjesgezichten die in slow motion bewegen. Op het toneel wordt gedanst en gezongen, en er is een acteur en een rockband.

Helaas wordt al snel duidelijk dat de voorstelling gedomineerd wordt door de band. In feite is Sharing the Same Shade een kunstzinnig opgeleukt popconcert. De liedjes worden in vrij onverstaanbaar Engels gezongen, en mengen nauwelijks met de omlijstende vragenvoordracht, in het Nederlands, van acteur Joep van der Geest, die geniet van zijn rol.

De liedjes zijn geschreven in een potpourri van stijlen – van onvervalste rockstampers tot Björk-achtige klaagzang. De blazerssectie is wel een feest om naar te luisteren, en vooral de meer akoestische nummers zijn soms heel muzikaal. Banaal is de neiging om ieder nummer naar het einde toe te laten aanzwellen tot een volstrekt ondoordringbare herrie. Vooral de hard en rechttoe rechtaan drummende Bo Koek, die veel van de songs componeerde, maakt het zijn collega’s moeilijk om genuanceerd te (blijven) musiceren.

Een visuele attractie is dan gelukkig de dansende tweeling Adi en Shani Kesten (1983). Een levend kunstwerk als speling van de natuur, deze beweeglijke Israëlische schoonheden. Maar wat hun dans met de rest van de voorstelling te maken heeft, blijft onduidelijk.

De stellingen uit de persoonlijkheidstest roepen natuurlijk één grote vraag op: wat zégt het over je, als je graag deurklinken repareert? Driehonderd keer ‘ja’, en je bent een neuroot? Met die onzekerheid wordt niets gedaan. De vragen blijven vragen; in een lange, willekeurige lijst.

Heel soms lukt het die willekeur te ontstijgen. Bijvoorbeeld in het zeer geslaagde allerlaatste nummer, waar zangers Rik Elstgeest en Reineke Jonker (die ook haar eindeloos lange benen in haar nek kan leggen) een rijtje stellingen zingen in de vorm van een loom liefdesduet.

Maar toch. De voorstelling is net als het invullen van zo’n test: je hebt de hele tijd geen idee waar het toe leidt, en je wordt er uiteindelijk nauwelijks wijzer van.