Op kamers vanwege geloof

De vereniging Islaam for All wil in Utrecht een aparte vrouwenopvang opzetten voor tot de islam bekeerde Nederlandse meisjes. Volgens initiatiefneemster Kathelijne Veenstra (20) zijn er meiden die door hun geloofskeuze hun ouderlijk huis niet meer in mogen. „Zeven van de tien bekeerde moslima’s krijgen problemen thuis. Een enkele keer gaat het ook om geweld.”

Het gesprek met Veenstra moet via e-mail, want ze wil niet direct of telefonisch door een man geïnterviewd worden. „Ik wil de islam volgen zoals het moet”, schrijft ze als verklaring. Zelf bracht de islam haar niet in problemen. Maar voor veel Nederlandse moslima’s betekent de bekering een breuk met ouders, zegt ze. „Vaders stellen de keus: of je doet normaal of je kan de deur uit. Ze zien de hoofddoek bijvoorbeeld als een schande, als onderdrukking.”

In één maand kreeg Islaam for All tien aanmeldingen van meiden die onderdak zoeken. Veenstra wil kamers voor hen regelen, waar ze een of twee jaar kunnen wonen. „We willen de meiden hulp bieden en ze helpen zelfstandig te worden en de familiebanden verbeteren. Opleiding of werk is verplicht in het project.” Professionele hulpverleners zijn voorlopig nog niet bij het kamerproject betrokken.

Herma Esselink, adviseur bij het Utrechtse Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld dat is gelieerd aan de vrouwenopvang, zegt de groep wel te kennen. „Ik weet niet hoe groot die is. Ik kan me goed voorstellen dat deze problemen spelen voor die meiden. Maar we komen ze zelden tegen in onze opvang.”

Ook Ceylan Weber, voorzitter van Stichting Nederlandse moslimvrouwen Al Nisa, ziet dat Nederlandse vrouwen die zich bekeren tegen veel weerstand oplopen. „Maar van geweld heb ik nog niet gehoord, hoewel het me niet zou verbazen. De negatieve reacties op de islam worden steeds heftiger. Er worden inderdaad wel eens meisjes op straat gezet door hun ouders omdat ze zich hebben bekeerd. Overigens komt dat ook doordat sommige meiden hun ouders nauwelijks een adempauze gunnen. Ze komen thuis met een hoofddoek of zelfs niqaab en verwachten dan dat het direct wordt geaccepteerd.”

Het kamerproject krijgt geen subsidie. „We hopen dat we op eigen benen kunnen staan”, aldus Kathelijne Veenstra.