Ook beurs kampt met klimaat

Zelden waren de tijden, in economische zin, beter voor aandelenbeleggers dan nu. Maar nu de rentes maar blijven stijgen, worden de vooruitzichten langzaam maar zeker somberder.

Hoe goed moeten de omstandigheden zijn voordat een G8-conferentie positieve resultaten oplevert? In politieke zin vond de G8 in het Duitse Heiligendamm misschien niet plaats onder het meest gunstige gesternte, met de Russische onvrede over de Amerikaanse plannen voor een bescheiden raketschild in Oost-Europa, en een nog steeds diepe kloof over het internationale klimaatbeleid in 2012 na het aflopen van het Verdrag van Kyoto. Maar in economische zin kan het toch nauwelijks beter gaan dan nu. Zowel het Internationaal Monetair Fonds als de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gaan er van uit dat 2007 en 2008 tot de beste jaren voor de wereldeconomie behoren die er te vinden zijn.

Ga de deelnemers maar na: de EMU-landen en Groot-Brittannië bevinden zich in een periode van nakende hoogconjunctuur, Canada blijft het goed doen, en de Japanse expansie houdt, geholpen door een lage yenkoers, goed stand. Het achtste G8-lid Rusland barst dankzij de recordprijzen voor grondstoffen van het geld én van het zelfvertrouwen, en het informele negende lid China loopt dusdanig goed dat de angst voor oververhitting blijft. Alleen de Verenigde Staten bevinden zich in een nog geringe dip, die bovendien nog niet is af te lezen aan een verslechtering van de werkgelegenheidscijfers.

Het economisch klimaat zou dus gunstig moeten stemmen, maar ook een mondiale hoogconjunctuur heeft zijn tegens. Deze week kenmerkte zich door grote aarzelingen op de internationale effectenbeurzen. Dat kwam niet door China, waar de koersen weliswaar schrokken van de opgehoogde belasting op transacties, maar waarvan besmetting uitbleef. De andere, met name Westerse, beurzen beschouwen de fiscale actie van de Chinese autoriteiten om de grootste waanzin op de beurs van Shanghai te temmen kennelijk als een lokale aangelegenheid.

Aandelenbeleggers kijken niet alleen vooruit. Als zij terugblikken zien ze dat de beurzen een lange en zeer gunstige hausse achter de rug hebben. Dat maakt dat de waarderingen op dit moment hoog zijn. De zakenbank Morgan Stanley stelde woensdag dat volgens een groot aantal maatstaven, waaronder de koers-winstverhouding, aandelen duur zijn. Dat maakt voorzichtig. De effectenbank Theodoor Gilissen calculeerde deze week dat het historisch gezien niet zo gek is om in juni aandelen van de hand te doen. De geschiedenis kan de analisten gelijk geven, maar wie weet doet de naaste toekomst dat ook. Er zijn zomers geweest met fantastische koersstijgingen, maar ook zomers dat de beurzen diep in het slop raakten. De relatief lage omzetten kunnen koersbewegingen versterken, en dat maakt de zomermaanden vaak wat riskanter.

Vooral ten opzichte van obligaties zijn aandelen op dit moment aan de prijzige kant. Tegelijk met het oplopen van de aandelenkoersen zijn de obligatiekoersen met name in Europa flink gedaald. En dat heeft de effectieve rente op obligaties opgestuwd. In Nederland doet het rendement op de tienjaarsstaatsobligatie inmiddels meer dan 4,5 procent. Twee jaar geleden naderde deze rente nog de 3 procent.

De stijgende rente vormt de keerzijde van de gunstig groeiende economie in de eurozone. Om inflatiedruk voor te zijn, verhoogde de Europese Centrale Bank woensdag zijn geldmarktrente naar 4 procent. De consensus op de markt is dat het daar niet bij zal blijven. Het najaar kan een volgende verhoging laten zien, tot 4,25 procent. Dat komt overeen, zo onderstreepte de zakenbank Credit Suisse First Boston, met een neutrale economische groei van 2,25 procent in de eurozone, en een gewenste inflatie van ten hoogste 2 procent.

Het rentetarief van 4,25 procent zou daarom mogen worden beschouwd als ‘neutraal’. Maar als de inflatie sterker belooft te stijgen dan de centrale projectie van 2 procent die de ECB voor 2007 en 2008 hanteert, dan is niet uitgesloten dat de centrale bank de rente verder opschroeft naar 4,5 procent.

Dat betekent veel voor de obligatiemarkt. Het is niet zo dat de langetermijnrentes daar stijgen omdat gevreesd wordt dat de inflatie in de eurozone uit de hand loopt. Daar zijn het beleid en de reputatie van de ECB te geloofwaardig voor. Maar de obligatierentes weerspiegelen wél de korte rente op de geldmarkt die onder invloed van de ECB staat. Onder normale economische omstandigheden mag worden verwacht dat die samen omhoog gaan.

Zo moeten aandelenbeleggers een afweging maken: de gunstige economische omstandigheden zijn goed voor de bedrijfswinsten en de financiële gezondheid van beursgenoteerde ondernemingen. Maar diezelfde economische omstandigheden dragen wel bij tot een renteklimaat dat minder vriendelijk wordt. En wat gebeurt er met al die hefboomconstructies, opgevoerde schuldenlasten en ingewikkelde financiële contracten op de derivatenmarkt als de rente verder stijgt dan nu wordt verwacht? Niemand die het weet. En onzekerheid is nu eenmaal geen goede drijfveer op de beurs.

Zo hebben beleggers op dit moment hun eigen klimaatbeheersingsproblematiek. Met één voordeel: mocht het beleggingsklimaat inderdaad verslechteren, dan verminderen op de beurzen de emissies vanzelf.