Ook Belgen gaan ‘het paarse puin’ ruimen

Morgen kiezen de Belgen een federaal parlement. Alles wijst erop dat ook hier het avontuur van paars voorbij is. En steeds duikt weer de vraag op: hoe moet België worden bestuurd?

De christen-democraten in België worden morgen volgens de laatste peilingen de winnaar van de landelijke verkiezingen. Daardoor maken zij een goede kans na acht jaar terug te keren in het landsbestuur. Weinigen rekenen nog op voortzetting van de paarse coalitie van socialisten en liberalen onder leiding van Guy Verhofstadt. Zijn partij, de Vlaamse Liberale Democraten, lijkt de grote verliezer te worden.

Het Vlaams Belang blijft groeien en zou met ruim 20 procent de tweede partij in Vlaanderen worden. Alle andere partijen hebben al laten weten onder geen beding een coalitie met het Vlaams Belang aan te willen gaan. De Groenen passeren de kiesdrempel (5 procent) en zouden terugkeren in de landelijke volksvertegenwoordiging.

Het ziet ernaar uit dat in Wallonië de socialisten de grootste blijven. Enige tijd leek het er op dat de Franstalige liberalen de door corruptieschandalen achtervolgde partij zouden passeren.

De 7.721.322 burgers die morgen moeten stemmen, kiezen een nieuwe volksvertegenwoordiging en 40 leden van de in totaal 74 zetels tellende Senaat. De overige leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen. België kent een opkomstplicht. Wie wegblijft, riskeert een boete. Bij wet is tevens geregeld dat er evenveel mannen als vrouwen op de kandidatenlijsten moeten staan. Bovendien moeten de nummers een en twee van verschillend geslacht zijn.

Alom is geklaagd over een matte campagne waarbij duidelijke tegenstellingen ontbraken. Er is de afgelopen weken in talloze tv-debatten gediscussieerd over justitie, het klimaat en de economie. Maar het centrale thema was, aan beide zijden van de taalgrens, geloofwaardigheid. De christen-democraten hebben zich de afgelopen week fel afgezet tegen de regering-Verhofstadt en daarvoor onder andere oude campagneleuzen uit Nederland geleend. Zo had partijvoorzitter Van Deurzen het donderdag op de slotmanifestatie over „het paarse puin’’.

„Wie gelooft deze mensen nog”, zei Yves Leterme, de leider van de christen-democraten over de paarse politici. Hij verweet hen onder meer dat er te weinig is gedaan tegen overbevolking in de gevangenissen en de regelmatig voorkomende ontsnappingen van gedetineerden. Guy Verhofstadt beschuldigde deze week de socialisten en christen-democraten ervan reeds afspraken te hebben gemaakt over toekomstige regeringssamenwerking. Aan Waalse kant vielen harde woorden tussen de liberalen en de socialisten, die nu nog samen in de regering zitten.

In het ingewikkelde Belgische kiessysteem, met Franstalige en Vlaamse lijsten, zijn er altijd vier of meer partijen nodig om een coalitie te vormen. Dat betekent dat tal van combinaties mogelijk zijn, temeer daar is gesuggereerd dat zou kunnen worden gekozen voor een ‘asymmetrische regering’. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat de Vlaamse christen-democraten wel meedoen en de Franstalige niet.

De belangrijkste vraag is hoe België in de toekomst moet worden bestuurd. De grote Vlaamse partijen willen de dat de gewesten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) meer bevoegdheden krijgen. Ze denken onder meer aan werkgelegenheidsbeleid. De Vlaamse christen-democraten gaan het verst. Ze willen dat ook gezondheidszorg een zaak wordt voor de regio’s. De Franstalige partijen vinden het niet nodig om iets te veranderen aan de inrichting van België.

De positie van de premier kan daarbij een rol spelen. Door veel Vlamingen wordt de christen-democraat Yves Leterme gezien als de gedoodverfde opvolger van Verhofstadt. Maar Leterme heeft zich in het zuiden van het land niet erg geliefd gemaakt door vorig jaar te stellen, bij wijze van grap zei hij later, dat „Franstaligen intellectueel niet in staat zijn om Nederlands te leren”. Waalse politici vinden het tijd worden dat een van hen eens premier wordt. Het is dertig jaar geleden dat België voor het laatst een Franstalige premier had.