Mysterie Aziatische ‘Guevara’ opgelost

Het was een mysterie, een van de vele van de Indonesische Revolutie (1945-1949). Wat gebeurde er met Tan Malaka, telg uit een Sumatraanse adellijke familie en jarenlang agent van de Communistische Internationale (Komintern) in Oost-Azië? In februari 1949 verdween hij spoorloos tussen de vulkanen en rijstvelden van Oost-Java.

Politicoloog en historicus Harry Poeze, die gisteren een driedelig standaardwerk over de Indonesische vrijheidsoorlog presenteerde, heeft het mysterie ontrafeld. Op 21 februari 1949 haalde een Indonesische soldaat de trekker over, op bevel van een luitenant van het Indonesische nationalistische leger in Oost-Java.

Malaka was een legende: hij wist twintig jaar uit handen te blijven van koloniale en Japanse geheime diensten. Tijdens de Japanse bezetting keerde hij terug naar Indonesië. Toen de de leiders van de Indonesische opstand tegen Nederland, Soekarno en Hatta, in 1945 de onafhankelijkheid uitriepen, ging Malaka naar Jakarta. Soekarno keek tegen hem op wegens zijn grote politieke ervaring. In een manifest benoemde hij hem tot opvolger. In 1948, tijdens de Tweede Politionele Actie, werden Soekarno en zijn kabinet gearresteerd door de Nederlanders. Tan Malaka wierp zich op als leider van de revolutie. Twee maanden later was hij dood.

Malaka was een ‘nationale communist’, die niet aan de leiband van Moskou wilde lopen. Onder het bewind van president Soeharto werd zijn naam uit de geschiedenisboekjes geschrapt. Na de val van Soeharto in 1998 is Malaka opgenomen in de galerij van Nationale Helden. Onder jonge Indonesiërs groeide hij uit tot een cultfiguur, een Aziatische Che Guevara.

malakka: pagina 51