‘Mensen als Riis zijn goud waard’

Tussen 1991 en 2005 was Hein Verbruggen voorzitter van de internationale wielerfederatie. Verantwoordelijk voor het dopinggebruik in die tijd voelt hij zich niet. „Ons valt niets te verwijten.”

Hein Verbruggen in 1999 in Lille, voor een politieverhoor in de dopingzaak-Festina. Foto Reuters Hein Verbruggen president of the International Union of Cyclists, arrives at the detective division of the Lille police headquarters May 10. Verbruggen will be questioned by detectives in a renewed enquiry following the 1998 Tour de France cycle race doping scandal. JNA/
Hein Verbruggen in 1999 in Lille, voor een politieverhoor in de dopingzaak-Festina. Foto Reuters Hein Verbruggen president of the International Union of Cyclists, arrives at the detective division of the Lille police headquarters May 10. Verbruggen will be questioned by detectives in a renewed enquiry following the 1998 Tour de France cycle race doping scandal. JNA/ REUTERS

Geschokt? Bedrogen? Teleurgesteld? Nee, Hein Verbruggen kan zich echt niet opwinden over de recente bekentenissen van wielrenners die in de jaren negentig doping, en met name epo, hebben genomen. Hij heeft er in zijn functie als voorzitter van de internationale wielerunie UCI tussen 1991 en 2005, naar eigen zeggen met zijn medewerkers alles aan gedaan om het gebruik van het wondermiddel epo te ontdekken. „Ons valt niets te verwijten. Dat is voor de Franse rechtbank in 1998 aangetoond.”

Dat Bjarne Riis heeft bekend dat hij de Tour van 1996 heeft gewonnen door epo, was voor hem echt geen ‘scoop’. Hij noemt de dominantie van de Deen in die Tour hooguit ‘vreemd’. „Riis was namelijk geen toprenner. Als hij dan zo plotseling goed rijdt, is dat vreemd. Maar soms heeft een renner een topjaar. Dat kan. Ik dacht wel zoals iedereen: dit klopt niet. Epo? Maar we konden er niets mee. We hadden nog niet de goede detectiemethoden. Hij ons bedrogen? Dat zou ik van iedere renner kunnen zeggen, maar aan emoties heb je niets.”

Toen Verbruggen in 1991 UCI-voorzitter werd (daarvoor was hij voorzitter van de profsectie), had hij nog nooit van epo gehoord. „Pas in 1993 begonnen de eerste berichten over dit wonderbaarlijke product en sporters met wonderbaarlijke effecten bij ons door te komen. Maar dat heb ik vaker meegemaakt. In de jaren tachtig was iedereen opgewonden over ACTH (een stimulerend hormoon). Ik heb zelf met renners als Van der Poel en Rooks nog als proefkonijn bij een test gefungeerd. Het zou geen effect hebben. Altijd zijn er wetenschappers die doping onzin vinden. Dat kan. Dus toen kwam epo. En dan?”

De geruchten over extreme prestaties namen toe, renners en ploegleiders kwamen bij hem klagen over concurrenten en bepaalde ploegen kwamen met drie renners tegelijk als eerste over de finish. Maar was dat vroeger ook niet gebeurd? „Pas door een artikel in La Gazzetta dello Sport rond het WK in 1993 begrepen we dat er epo op de markt was, wat voor effect het had en dat veel sporters het misbruikten. Het Internationaal Olympisch Comité heeft toen gereageerd door de Italiaanse wetenschapper Conconi te vragen een detectiemethode te ontwikkelen. Een jaar later is de wielerunie, onder leiding van hoofd medische commissie Schattenberg zelf studies gaan financieren aan de universiteit van Lausanne. Het bleek erg complex. Bovendien werd je gek van al die wetenschappers die elkaars veren probeerden af te schieten.”

Tijdens de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 had Verbruggen een onderhoud met Conconi, die eveneens lid was van de medische commissie. „Conconi zag vooralsnog geen manier om epo op te sporen. Australiërs, Italianen, Amerikanen en Fransen waren er ook mee bezig. We moesten doorzetten, omdat we begrepen dat gebruik van epo grote gezondheidsrisico’s met zich meebracht. De enige bond die ook het nut van onderzoek naar epo inzag, was de skibond, met die langlaufers. De andere bonden niet.”

Conconi kwam in augustus 1996 met een tussenoplossing. Bloedtesten. Wanneer de hematocrietwaarde (dikte van het bloed) te hoog is, is dat slecht voor de gezondheid; dus een startverbod. Verbruggen: „Je kunt niet aantonen dat er epo is gebruikt, maar je kunt zo wel de gezondheid van de renners beheersen. Conconi kende renners die wel warm wilden lopen voor die regel. Zij begrepen dat er grote gevaren dreigden. Toen zei Schattenberg: ‘maar dan wil ik niet alleen bloedtesten om de hematocrietwaarde te bepalen, maar ook gezondheidstesten. Alles meten.’ In 1997 hebben alle ploegleiders met de gezondheidstesten ingestemd. Hoewel sommige ploegleiders al deskundig moeten zijn geweest. En in 1998 zijn die testen ingevoerd.”

Belangrijk om te weten is dat de toediening van epo gepaard gaat met de inname van ferritine (ijzer), nodig om de epo naar het bloed te transporteren. Het teveel aan ferritine slaat zich op in de lever en veroorzaakt later tumoren. „Levensgevaarlijk. En wat werd bij de gezondheidstesten gevonden? Te hoge kwaliteiten ferritine. Van welke renners die waren mochten onze artsen door hun beroepsgeheim natuurlijk niet zeggen. Maar we hadden gemiddeldes per land. Zo kregen we de bevestiging dat het epoprobleem vooral een Spaans probleem was, in minder mate een Italiaans. Ik kan alleen maar over wielrennen spreken, maar het spreekt vanzelf dat het om meer sporten ging.”

De artsen van de UCI spraken wielrenners aan bij wie te hoge waarden van ferritine en andere stoffen waren gevonden. „Ik was erbij dat Tyler Hamilton en Raimondas Rumsas werden gewaarschuwd. Hamilton won op de Olympische Spelen in 2004. ‘Tyler, er klopt iets niet’. Hamilton mompelde iets over een mogelijke ziekte en zijn arts. Ze zijn gewoon doorgegaan en uiteindelijk later toch gepakt. Want je kunt wel waarschuwen, sommigen luisteren toch niet.”

Door de gezondheidstesten van de UCI is ook Operacion Puerto aan het rollen gebracht, zegt Verbruggen. „De naam van die Spaanse sportarts, Fuentes, was al eens in het peloton gevallen. Ik heb naar aanleiding van onze bevindingen een rapport naar de Spaanse staatssecretaris voor sport gestuurd: hoeveel epogevallen? Spanje bovenaan. Hoogste hematocrietgemiddeldes? Spanje bovenaan. Epogevallen in andere sporten? Spanje bovenaan. Gemiddelde hematocriet in het hele peloton bijvoorbeeld 44,5, in Spanje boven de 46. Er is iets mis bij jullie, schreef ik. Verdachte klinieken erbij. We hadden namen, maar die hebben we niet gegeven. Ik heb een kopie naar het IOC gestuurd. Maar de rechtse regering-Aznar werd na de terroristische aanslag in 2004 weggestemd. Dus niks meer gehoord.”

In het najaar van 2005 trad Verbruggen af als voorzitter van de UCI. Hij heeft zijn opvolger Pat McQuaid gezegd dat hij nog eens in Spanje moest informeren naar het UCI-rapport. „Een half jaar later was Operacion Puerto, en werd Fuentes aangehouden. Dat heeft de UCI dus geïnitieerd.”

De grootste schok was voor Verbruggen in 1998 het schandaal van de Festinaploeg. „Ja, dankzij de Franse justitie. Politie heeft nu eenmaal meer wapens in handen dan wij. Dat er epo werd gebruikt wisten we, we konden het alleen niet opsporen. Maar dat het gebruik zo gesofisticeerd en structureel was binnen een ploeg, daar kon ik niet bij. En dat die ploegleider erbij was, die nota bene eerder ons medewerking had toegezegd. Dat nu blijkt dat het eerder bij Telekom al gestructureerd was. Dat het gebeurde met medewerking van artsen die je vertrouwt, zoals die van de universiteit Freiburg. Dan val je van je stoel. Het is goed dat het IOC er nu achteraan gaat. Dat is om epogebruik in andere sporten te vinden.”

Tijdens de rechtszaak van Festina wezen de soigneurs Willie Voet, Jef D’Hont en ploegleider Bruno Roussel beschuldigend naar de UCI. „Wij deden niks, zij moesten wel meedoen. We zijn door het slijk gehaald door die halve criminelen. Uiteindelijk heeft de Franse rechter in een beroepszaak door mij aangekaart gezegd dat de UCI alles heeft ondernomen. Hij heeft de dossiers gezien, onze investering gezien en hij was overtuigd. Ik kan die uitspraak nu overleggen. Ik en de UCI kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor wat er tussen 1991 en 2005 aan doping is gebruikt in het peloton.”

Hoe nu verder? Liberalisering? „Dat leidt onmiddellijk tot een sport waarbij de dokter bepaalt wie er gaat winnen. Dan haal je de aard van de sport weg. Nog afgezien van dat afgrijselijke voorbeeld voor de jeugd en de doden die er zullen vallen. Je moet mensen tegen zichzelf in bescherming nemen. Dat doe je ook met alcoholgebruik en roken.”

Verbruggen, met zijn opleiding aan Nijenrode en achtergrond als marketingdeskundige, ziet meer in een onderzoek naar waarom mensen doping nemen. „In het bedrijfsleven beslis je niets zonder te weten wat je wil en hoe je het kunt bereiken. Controleren is repressie. Ik denk dat maar een heel klein percentage doping neemt om te winnen. De meesten doen het omdat de anderen het ook doen. Dat wantrouwen moet je wegnemen. Wielrenners en ploegleiders leven 150 dagen per jaar met elkaar. Ze letten op elkaar, zien alles. Zodra er een iets ongewoons doet, gaat het alarm af.”

Wielrennen heeft een imagoprobleem, beseft Verbruggen. „,Bjarne Riis ziet in dat hij de sport onderuit haalt, als zijn ploeg net als hij vroeger doping gebruikt. Hij is een zakenman geworden die inziet wat je wel en niet moet doen om zijn zaak te runnen. Zo zijn er meer. David Millar is gepakt en geschorst geweest en zet zich nu in voor gezondmaking en voorlichting. Erik Zabel is ook intelligent. Die mensen zijn deskundig op het gebied van doping en moet je dus gebruiken en niet wegschoppen.”

Volgens het systeem van de ProTour dat onder het voorzitterschap van Verbruggen in 2005 door de UCI werd ingevoerd, zijn ploegleiders aandeelhouder. „Het is hun licentie en hun geld. Als ze hun ProTour licentie verkopen levert het hun geld op. Doping en het slechte imago van wielrennen kost hen geld. Dus ook Riis. Hij wil het niet verder laten rotten. Daarom heeft hij ook toegegeven dat hij doping heeft gebruikt: zo en nu verder. Het zijn zakenmensen. Hun licentie is nu veel minder waard. Het imago zit op het laagste niveau. Dat moeten ze veranderen. Mensen als Riis zijn nu goud waard voor de toekomst van het wielrennen. Dus moet je ze ook niet uit de Tour de France weren.”

„Het doet natuurlijk zeer”, erkent Verbruggen, „dat de wielersport zo’n slecht imago heeft. Waarom de wielersport en niet de andere sporten, waar hetzelfde gebeurt. Algehele amnestie, zoals een naïeve politicus als [de Duitse bondskanselier] Angela Merkel, oppert is onzin. Alsof iedereen het zal toegeven. Je moet je ook geen illusies maken. Er zijn altijd mensen, soigneurs, oud-renners, bestuurders en journalisten die verhalen over doping nodig hebben. Mensen die er belang bij hebben, zoals de media, houd je toch. De kranten staan vol met dopingverhalen. Maar er staan nog steeds duizenden mensen langs de weg in Italië en Duitsland. Aan wielrennen zit een luchtje. Dat is ook haar aantrekkingskracht.”