Madonna als schietschijf

Bedrijven die conflicten over intellectuele eigendom willen beslechten of hun merknaam tegen diefstal willen beschermen, vinden in Genève hulp bij een VN-bureau.

Tekening Olivia Ettema
Tekening Olivia Ettema Ettema, Olivia

Toen Madonna in 2000 ontdekte dat een kerel in New York geld verdiende met een sekssite getiteld ‘madonna.com’, stapte zij meteen naar WIPO in Genève. Twee maanden later had ze haar naam – haar mérk – weer terug.

Madonna is niet de enige beroemdheid die de weg naar WIPO heeft ontdekt, ofwel de World Intellectual Property Organization: een VN-organisatie in Genève die zich bezighoudt met intellectuele eigendom. Ook Tom Cruise, Ronaldinho, Julia Roberts en Lance Armstrong en vele anderen hebben hier, met succes, klachten ingediend tegen ‘cybersquatters’ die met hun naam aan de haal waren gegaan om nietsvermoedende surfers naar porno-, gok- of andere commerciële sites te lokken.

Het is mede aan dit soort vips te danken dat de domeinnamenafdeling van het WIPO-centrum voor Arbitrage en Mediatie in een paar jaar tijd gezag heeft opgebouwd. Ook de rest van dit centrum krijgt stilaan een reputatie: als alternatief tribunaal waar internationale bedrijven naartoe gaan als ze ruzie hebben over intellectuele eigendom. Deze ontwikkelingen tonen aan hoe hard het gaat met de globalisering, en wat voor enorme gevolgen dit heeft voor intellectuele eigendom.

Eerst de domeinnamen. Want op dat gebied gaat die ontwikkeling het hardst. Niet alleen de namen van filmsterren of topvoetballers, maar ook die van bedrijven, stichtingen en zelfs landen worden steeds vaker gesquat. Netpiraterij is namelijk een lucratieve business. Er bestaan tegenwoordig zelfs bedrijven die in de gaten houden of jouw naam niet op internet wordt misbruikt. Eén van die bedrijven, MarkMonitor, volgde laatst een maand lang 25 multinationals als Dell en Microsoft en vond maar liefst 286.000 gevallen van cybersquatting: 11.400 keer per bedrijf.

Veel gesquate sites verdwijnen snel weer – vaak zodra de gratis registratieperiode voor nieuwe sites, vijf dagen, verloopt. Andere worden opgedoekt zodra de eerste e-mail van een advocaat binnenkomt. Maar er zijn er ook die pas uit de lucht gaan als ze door een officiële instantie gesommeerd worden. Die instantie is het WIPO-centrum. Intussen zijn hier ruim 25.000 zaken afgehandeld. In 2006 kwamen er 25 procent meer klachten binnen over geroofde en misbruikte domeinnamen dan in 2005.

Zo meldde het Zwitserse farmaceutische concern Hoffmann-La Roche zich vorig jaar 34 keer omdat het 64 websites had gevonden met de merknaam ‘Tamiflu’ erin, zoals ‘ordertamiflunow.com’. Andere omstreden domeinnamen waarover WIPO-arbiters uitspraak deden, waren ‘porsche-china.com’, ‘mcdonalds.biz’, ‘schweiz.ch’ en ‘amsterdamarena.com’. In 84 procent van de gevallen wezen zij de domeinnaam aan de klagende partij toe. Meestal zit de beklaagde in een ander land en neemt hij niet eens de moeite om te antwoorden, als het centrum hem (vooral per e-mail) laat weten dat er een klacht tegen hem is ingediend. Hij steekt zijn energie liever in het kapen van nieuwe namen.

In dat laatste, vertelt de Nederlandse jurist Erik Wilbers, hoofd van het WIPO-centrum, worden squatters vindingrijker. „Vroeger hoorde een domeinnaam bij een bedrijf of persoon. Ook squatters waren vaak individuen. Die kon je opsporen. Nu worden domeinnamen met duizenden tegelijk verhandeld. Ze wisselen constant van eigenaar. Omdat sites automatisch geregistreerd kunnen worden en de privacy steeds beter beschermd wordt, worden squatters moeilijker op te sporen.”

Let wel: toen Wilbers, een voormalig advocaat, in 1996 bij WIPO ging werken (hij was eerder in dienst bij het Max Planck Instituut in München en het Haagse Tribunaal dat claims afhandelt tussen de VS en Iran), gebruikte bijna niemand nog internet. Over domeinnamen werd nauwelijks gevochten. De domeinnamenafdeling bij WIPO bestond nog niet.

Maar het Arbitration and Mediation Center was al wel opgericht, in 1994. Als gevolg van de globalisering internationaliseerde het gebruik van octrooien namelijk snel. Dus kwamen er meer ruzies over tussen bedrijven in verschillende landen. Die konden daarmee naar internationale tribunalen, zoals die van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) in Parijs. Zo hoefde niemand naar de rechter in het land van de tegenpartij – de nachtmerrie van menig bedrijf. Maar deze internationale rechters doen vooral handelszaken – over bouwprojecten waarbij iets was misgegaan, of schepen vol rot fruit. Intellectuele eigendom is meestal hun specialisme niet.

„Dat begon zich in de jaren negentig te wreken”, zegt Wilbers. „Vroeger ging intellectuele eigendom vooral over boeken, kranten, chemie en mechanica. Nu hebben we het over computers, over biotechnologie. Bedrijven verplaatsen de productie naar lagelonenlanden, wat intellectuele eigendom hier belangrijker maakt. Deze conflicten werden voor de reguliere rechtspraak erg ingewikkeld. Vandaar dat we zelf een soort rechtbank begonnen, met experts.”

Als twee partijen in verschillende landen het aan de stok krijgen over een copyrightcontract of een licentie voor een kankermedicijn, en ze willen de zaak snel afhandelen, dan kunnen ze naar WIPO. Ze moeten het beide willen. De meeste bedrijven die zich melden, waaronder veel farmaceutische bedrijven, hebben in hun contract vastgelegd dat ze naar WIPO gaan als ze ooit ruzie krijgen. Het centrum stelt dan arbiters voor, of bemiddelaars die een schikking begeleiden. Een arbitrage-uitspraak komt redelijk snel, en is bindend. De procedure is geheim, beroep is onmogelijk.

„Dit is privatisering van de rechtspraak”, beaamt de Australiër Francis Gurry, die het centrum oprichtte en nu WIPO-vice-directeur-generaal is. „Advocaten waren aanvankelijk huiverig om zaken naar ons te brengen. Maar bij sommige rechtbanken wacht je jaren voor je zaak voorkomt. En een Chinees vertrouwt een Amerikaanse rechter niet, en andersom. De verliezer gaat dus vaak in beroep. Dat is duur, irritant en belemmert het zakendoen. Bij ons heb je die problemen niet.”

Bovenin de WIPO-toren met panoramisch zicht op Genève print Gurry nieuwe cijfers uit: in 2006 werd ruim een kwart van alle patenten ter wereld in China, Japan en Zuid-Korea geregistreerd. In 2004 was dat 17,8 procent. Technologie, eens een ‘westerse’ specialiteit, wordt steeds meer Aziatisch. En: deze patenten worden niet meer in het Engels geregistreerd, maar in het Chinees of Koreaans. Als Philips een nieuwe ladyshave wil maken, hoe weet het bedrijf dan of er niet al een Chinees patent voor bestaat? Hier ligt een grote uitdaging voor WIPO, dat steeds meer samenvattingen van patenten uit andere talen naar het Engels vertaalt. Voor het centrum lijkt er de komende jaren ook genoeg werk aan de winkel.

Daar zijn, na een trage start, intussen 64 verzoeken voor bemiddeling binnengekomen, en 70 voor arbitrage. Inzet zijn bedragen van 20.000 tot honderden miljoenen dollars (de fee voor centrum en arbiter(s) hangt af van dit bedrag). „Het duurde vijf, zes jaar voor het ging lopen”, erkent Wilbers. „Eerst moeten bedrijven je kennen. Dan moet die WIPO-clausule in hun contract. Vervolgens moet er een dispuut zijn dat niet geschikt wordt.”

Volgens David Perkins van advocatenkantoor Milbank in Londen heeft het WIPO-centrum „een uitstekende naam”. Zo deed hij zelf, als arbiter, een zaak over Amerikaanse en Europese patenten tussen een Amerikaans bedrijf en een Aziatische toeleverancier van hightech op het gebied van de mode. „Gruwelijk ingewikkeld. Het sleepte tien jaar, voor meerdere rechtbanken in meerdere landen. Bij WIPO werd het redelijk snel opgelost. De arbiters waren patentspecialisten. Het was er goedkoper dan bij de Internationale Kamer van Koophandel. En het ging vlotter.”

Een advocaat vertelt dat een geschil tussen Procter & Gamble en Kimberly Clark over luiers op een soortgelijke manier is opgelost. Toen het Israëlische bedrijf Medinol en het Amerikaanse Boston Scientific in 2005 een hooglopend dispuut over stents (buisjes die bloedvaten openhouden) voor 750 miljoen dollar schikten, legden ze op schrift vast dat ze een volgende keer naar WIPO zouden gaan. En voor de zeilrace America’s Cup heeft het centrum een speciaal elektronisch arbitragesysteem ontworpen. Sinds 2006 is dat twintig keer gebruikt, onder meer bij een ruzie over foto’s van een team dat net nieuwe instrumenten aan het testen was.

Eén ding valt echter op: de bedrijven die zich bij WIPO melden, komen zelden uit de Aziatische groei-economieën. Piraterij tiert welig in landen als China, zoals OESO-cijfers deze week weer bewezen, maar die leent zich niet voor dit soort arbitrage: beide partijen moeten ermee akkoord gaan, en dat is bij piraterij natuurlijk zelden het geval (om dit te stoppen zijn bedrijven afhankelijk van nationale rechtbanken, douane en politie, waaraan WIPO trainingen geeft). Maar ook bonafide Aziatische bedrijven accepteren internationale arbitrage vaak nog niet.

Marc Blessing van Bär & Karrer in Zürich, een gerenommeerd arbiter die in 1993 – met onder meer de Nederlander Albert Jan van den Berg – de regels voor het centrum opstelde, weet daar alles van. Chinese bedrijven die zakendoen met westerse bedrijven, zegt hij, zijn vaak staatsbedrijven. Zij eisen dat conflicten voor een Chinese rechtbank worden afgehandeld. Anders komt er geen contract. „Als Siemens in China een opdracht wil, zet het bedrijf twintig procent extra in de offerte om het juridische risico te dekken. Ik ben vaak co-arbiter bij tribunalen in Seoul of Peking. De kans dat een westers bedrijf een zaak wint, is gering. De voorzitter van het Hof is altijd een Chinees of een Koreaan. Neutraliteit is er ver te zoeken.” Het centrum zoekt manieren om Aziaten te trekken, natuurlijk. Volgens Blessing is er maar één manier: „Uitmunten in deskundigheid en neutraliteit. Dan komen ze vanzelf wel een keer.”

Bij de afdeling die zich over betwiste domeinnamen buigt, maken ze zich meer zorgen over de wildgroei aan squatters – en manieren om hen in te tomen – dan over de Aziaten. Vrijwel alle klagers zijn westerlingen. Op de beklaagdenlijst staan de Chinezen intussen op de derde plaats (na de Amerikanen en Britten), en de Koreanen op de vierde. Zo klaagde de Amerikaanse Sam Ash Music Corporation vorig jaar een Chinees aan die een site had opgezet met de naam ‘samash.mobi’. Deze zaak, die de Chinees verloor, werd in twee maanden afgehandeld.

Voor domeinnaamdisputen heeft het centrum vierhonderd arbiters beschikbaar. „De procedures”, zegt een advocate die meermalen arbiter was, „zijn eenvoudig. Het centrum licht de beklaagde in. Die heeft twintig dagen om te reageren. Meestal doet hij dat niet. Je bestudeert de klacht. Dan stel je vast of de naam van de gewraakte website als merknaam beschouwd kan worden, en of de beklaagde zich die te kwader trouw heeft toegeëigend. Daarna doe je uitspraak.” Soms hebben mensen echt niet door dat ze andermans merknaam gebruikten voor hun website. Soms verdienen ze er ook niets mee. „Maar meestal gaat het om squatting. Dan kun je snel uitspraak doen. Dat is wat bedrijven willen: dóór met hun business.”

WIPO begon met .com-, .org- en .net-gevallen, maar buigt zich intussen ook over .biz-, .info- en .mobi-namen, en steeds meer landennamen als .nl, .es (Spanje) of .ae (de Emiraten). Klagers komen uit alle sectoren: mode, sport, liefdadigheid, de farmacie. En ze blijven terugkomen. Zo stapte de Amerikaanse retailgigant Wal-Mart op 20 februari naar het centrum om de sites ‘wal-mart-toy.com’ en ‘walmarttoy.com’ uit de lucht te halen. Op 16 maart diende het bedrijf wéér klachten in: ditmaal tegen ‘walmartcorporation.com’ en, met opzet verkeerd geschreven, ‘walmartcredircard.com’. Op 27 april gaf de arbiter Wal-Mart gelijk in de eerste zaak, en op 8 mei in de tweede. Wal-Mart heeft alweer verscheidene zaken lopen. Dat kost het concern minimaal 1.500 dollar per keer, waarvan tweederde voor de arbiter.

Het is een goed teken, dat bedrijven almaar terugkomen. Tegelijkertijd maakt het duidelijk wat voor uphill struggle ze voeren: de squatters zijn hen steeds te slim af. Volgens vice-directeur-generaal Francis Gurry is dat een zorgelijke ontwikkeling. „De snelheid waarmee domeinnamen worden verhandeld, en het feit dat squatters mazen in de regelgeving gebruiken – zoals ‘Whois’ privacyregels – om onzichtbaar te blijven, vereisen aanpassingen in het registratiebeleid. Merknamen zijn schietschijven geworden. Ze moeten beter worden beschermd.”

Zolang dat niet gebeurt, blijven vips en anderen hun weg naar Genève wel vinden. Zo probeert de Braziliaanse ex-voetballer Pele momenteel drie websites van internet te krijgen. Dit is niet zijn eerste keer. En vast ook niet de laatste.

www.wipo.int/amc/en/index.html