Levende dode talen

Homerus krijgt op de gymnasia niet meer vanzelf de handen op elkaar. Pegasus snelt te hulp.Lenneke van der Burg

Ajax verdedigt de Griekse schepen tegen de Trojanen (Ilias-uitgave 1793). AJAX: TROJAN WAR. Ajax defends the Greek ships against the Trojans: line engraving, 1793, after John Flaxman for Homer's "Iliad."
Ajax verdedigt de Griekse schepen tegen de Trojanen (Ilias-uitgave 1793). AJAX: TROJAN WAR. Ajax defends the Greek ships against the Trojans: line engraving, 1793, after John Flaxman for Homer's "Iliad." Ullstein bild

Gymnasia tobben met tegenvallende examenresultaten voor Latijn en Grieks. Zouden de leerlingen misschien te weinig worden uitgedaagd? Sinds een paar jaar waait daarom een nieuwe wind door de lessen Latijn en Grieks. Bij Latijn in de onderbouw niet alle grammatica voorkauwen, maar beginnen met een originele tekst en kijken hoever je al puzzelend komt. Of in de bovenbouw de leerlingen zelf de teksten laten kiezen die ze willen vertalen. En het lijkt te werken.

Teun, grote zonnebril, geen lesboeken, plastic tasje met groot pak chocomel, schuift na de tweede bel nonchalant de bank in. Anna Koekkoek, lerares Grieks op het Vossius gymnasium in Amsterdam trekt haar wenkbrauw op, maar zegt niets. Teun kijkt bij de buurvrouw. De les Homerus van 5 gym begint.

Al gauw raakt hij hevig geïnteresseerd in het bijvoeglijk naamwoord ‘hooggaande’ bij de zonnegod Helios. Zo’n bijzonder woord, is het misschien een ‘hapax’ – een woord dat maar één keer in de literatuur voorkomt? Helaas. “En waarom begint die zin met ‘man’, terwijl een regel verderop pas het woordje ‘slimme’ staat, dat erbij hoort?” wil Roanne weten. Koekkoek glimt: Jullie weten toch wel, lieverds, dat een genie als Homerus nooit iets zomaar doet? Waar gaat het om in de Odyssee? Juist, om Odysseus. Dus dat woord zet Homerus met nadruk voorop. Net zoals in de Ilias het eerste woord ‘woede’ is, want daar draait het allemaal om de boosheid van Agamemnon.”

De juf vertelt en legt uit, de klas luistert en doet mee. Een versregel in metrische cadans voorlezen, piekeren en discussiëren over de interpretatie van een woord, zin voor zin vertalen. Klassikaal, een heel lesuur lang. De leerlingen, absoluut van deze tijd in hotpants, cowboylaarzen en strakke jurkjes, waarderen de toch tamelijk ouderwetse manier van lesgeven. “Hier leer je het meest van”, zegt Dido. “Door háár passie vind ik het vak leuk. En als je precies doet wat zij zegt, haal je een goed cijfer.”

lagere cijfers

Niet onbelangrijk, want gymnasia tobben sinds de tweede fase met tegenvallende examenresultaten voor de vakken Latijn en Grieks. In een enquête van de Vereniging Rectoren Zelfstandige Gymnasia worden de resultaten van de categorale gymnasia afgezet tegen die op de ‘gewone’ vwo’s. De afgelopen jaren scoren de gymnasia voor alle eindexamenvakken hoger, behalve voor Latijn en Grieks. Bij Grieks blijven de categorale gymnasiasten zelfs achter bij hun collega’s op de scholengemeenschappen.

Volgens Agnes Schaafsma, rector van het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen, is dit verschil goed verklaarbaar. “Op een vwo kunnen leerlingen na elk jaar besluiten de vakken te laten vallen”, zegt ze. “Zo houd je alleen de beste en meest gemotiveerde leerlingen over. Op een gymnasium moet je een klassieke taal tot je eindexamen houden. Bovendien kiezen leerlingen niet voor het gymnasium vanwege Latijn en Grieks, maar omdat het gezellige, kleine en homogene scholen zijn. Vooral in de bovenbouw levert dat problemen op met de motivatie.”

Vandaar dat de rectoren van de zelfstandige gymnasia drie jaar geleden besloten hun krachten te bundelen in een landelijk onderwijsproject, Pegasus. Doel is het ontwikkelen van nieuwe onderwijsvormen die met name de getalenteerde leerlingen van het gymnasium uitdagen. “Of dat een beetje loopt?” lacht Schaafsma, landelijk coördinator van het project. “Pegasus vliegt! Niet alleen voor de klassieke talen, maar ook rond de thema’s kunst en bèta is er al veel nieuw materiaal gemaakt en getoetst. Kernwoord is: onderzoekend leren.”

ontdekkingsreis

Theo Bressers, docent klassieke talen op het Beekvliet Gymnasium in Sint-Michielsgestel, werkt al een aantal jaren op die manier. Soms lijkt het onderwijs te veel op een georganiseerde busreis, waar de reisleider je helemaal suf praat, vindt Bressers. “We maken het de leerlingen veel te makkelijk, met te veel hulp, te veel voordoen. Dat moet je niet doen met ons type leerlingen. Die zijn slim, die zoeken uitdaging. Wat zij nodig hebben is een docent die ze met wat aanwijzingen en tips zelf aan de slag laat gaan. Vertalen als ontdekkingsreis dus.”

Bressers vindt het belangrijk dat leerlingen het idee hebben dat ze iets nieuws doen. “Als ik ze vraag fabels van Aesopus te vertalen en er vervolgens ook een uitgave voor kinderen van te maken, dan resulteert dat in een uniek boekje dat daarvoor nog niet bestond. Dat geeft een heel ander gevoel dan vertalen uit een lesboek, dat al zoveel kinderen voor hen gedaan hebben.”

Zou je die gymnasiumleerlingen die zoveel aankunnen, niet liever iets praktisch leren, in plaats van twee dode talen? Bressers zucht nog net niet. “Je decodeert de ene taal, Latijn of Grieks, en je zet het om in het Nederlands. Dat traint je analytisch denkvermogen.”

Mooie woorden, en wat vinden de leerlingen zelf? Zijn ze nog steeds blij dat ze voor het gymnasium gekozen hebben? Hebben ze wat aan Latijn en Grieks? Op het Vossius lopen de meningen uiteen. Roanne vindt het vertalen leuk. Ze houdt van puzzelen. Teun houdt meer van de mythologische verhalen. Stijn dacht dat zijn leven echt iets zou worden, als hij naar het gymnasium zou gaan, maar dat heeft hij nu maar opgeschort tot zijn studententijd. Dido oppert dat je ook iets leert als je door moet zetten voor iets wat je moeilijk vindt. “Houd op zeg”, onderbreekt Daan haar. “Dat klinkt te veel als mijn moeder: doorzetten, niet weglopen als het moeilijk wordt. Je zult altijd ‘Grieks’ in je leven blijven tegenkomen.”

Lenneke van der Burg is lerares klassieke talen in St. Michelsgestel