Kijken naar de trek van de arenden

CNN Türk stond al op de stoep, want vogelkijk-excursies in Istanboel zijn nieuw, hoort Irene van der Linde die mee gaat vogels kijken

AAN DE BOORDEN VAN DE BOSPORUS: Vogels kijken met gids en verrekijker, om de zweefvliegende trekvogels uit Afrika te zien langskomen Foto's Nicole Segers
AAN DE BOORDEN VAN DE BOSPORUS: Vogels kijken met gids en verrekijker, om de zweefvliegende trekvogels uit Afrika te zien langskomen Foto's Nicole Segers Segers, Nicole

„Dáár! Leylek!” De vogelgids, een twintiger met halflang donker haar dat hij nonchalant in een staartje heeft gebonden, wijst in de lucht boven de Bosporus. Ik kijk, een gigantische zwerm muggen lijkt dichterbij te komen. Ik kijk beter, nu door mijn kijker: het zijn ooievaars, honderden, hun rode poten uitgestrekt, de nek strak vooruit. Ze komen uit Afrika en zijn op weg naar Europa. Iedereen om me heen tuurt omhoog. We staan in het gras, ingeklemd tussen de stijl naar beneden lopende helling van een berg – met daarop de vrijwel onzichtbare resten van een Byzantijns kasteel –, die eindigt aan de snel stromende Bosporus en een reling van een asfaltweg. „Kijk daar!” De gids wijst de andere kant op: „Sahin.” Buizerds, een heleboel. Roofvogels vliegen zelden in een groep, daar houden ze niet van, maar nu kan het niet anders. „Vijftig, mínstens”, weet de vogelteller.

DE ARENDEN VAN ISTANBUL

Behalve de bekende topattracties als het Topkapi Paleis, de Blauwe Moskee en de Galatabrug van Geert Mak, biedt Istanbul een onverwacht en bijzonder uitje. De stad, op het kruispunt van Europa, Azië en Afrika, is namelijk niet alleen voor mensen maar ook voor vogels de poort naar Europa. De metropool is een van de belangrijkste migratieoversteekplaatsen; een bottleneck noemen vogelkenners dat. Twee keer per jaar zweven honderdduizenden vogels over Istanbul, over de eeuwenoude moskeeën, de stille Ottomaanse paleizen, de krioelende menigten op de kruidenbazaars, en dit jaar ook over de knalrode vlaggenzee van de scanderende demonstranten voor het behoud van de seculiere staat. Tienduizenden ooievaars, duizenden schreeuwarenden, dwergarenden, slangenarenden, bastaardarenden, visarenden, boomvalken, zwarte wouwen, buizerds, wespendieven, kiekendieven en nog vele andere soorten roofvogels waren er van bovenaf getuige van.

De vlucht witte ooievaars cirkelt nog steeds rondjes, hoog in de lucht, op een wervelende wind die vanaf de Zwarte Zee de Bosporus opwaait. „Het zijn er 280”, schat de vogelteller geroutineerd. „Ze wachten op een goede bries om af te zwaaien naar Midden-Europa.” Gisteren vlogen er vijftienhonderd roofvogels over, waaronder honderden vale gieren. Vandaag verwacht de vogelteller naast ooievaars veel zwarte wouwen, schreeuwarenden, balkansperwers en steppearenden. „Misschien zelfs steenarenden”, houdt hij ons voor. Ik verheug me. Doga Tours, de excursietak van een nieuwe, jonge natuurorganisatie, organiseert de vogeltrip, en niet zomaar: ze hebben een belangrijke missie te vervullen. Vogelen is in Turkije een nieuw fenomeen.

Vanochtend, zondagochtend acht uur, zocht ik op Taksim, het grote plein in het centrum van Istanbul, in eerste instantie tevergeefs naar de vogelgroep. „We staan voor het Atatürk Cultureel Centrum”, had Özgür Koç, de organisator van Doga Tours, gezegd toen ik me opgaf voor het vogeluitje. We zouden elkaar niet mis kunnen lopen. Ik wandel twee keer heen en weer, nergens zie ik mensen met grote verrekijkers om de nek, geen telescopen, geen mannen in groene pakken. Dan zie ik een jonge vrouw staan, ze heeft een rode hoofddoek modieus om haar haar gedrapeerd, een stuk of tien mensen omringen haar. Ze steekt haar hand uit: „Ik ben Tuba Kiliç. Welkom bij de vogeltrip De arenden van Istanbul.” Op dat moment komt ook Özgür aanrennen, een lange jongen met een spijkerblauw petje op.

Vanuit het raam zie ik langzaam de buitenwijken van Istanbul voorbijgaan; stoffige flats, dicht opeengepakt. Een oude man haast zich een kebabzaak in. „Ons doel met deze trips is stedelingen naar de natuur te brengen”, vertelt Tuba Kiliç (26) terwijl ze op de rand van de armleuning komt zitten. „We willen mensen bewust maken van de schoonheid van de Turkse natuur.” Kiliç was in 2002 een van de oprichters van de natuurbeschermingsorganisatie Doga Dernegi. Samen met drie vrienden.

Ze hadden kritiek op de bestaande natuurorganisaties en wilden het anders doen. „Ik zelf leef ecologisch”, zegt ze. „We streven naar een wereld waarin mensen in harmonie leven met de natuur. Want zodra we dat doen, hebben we geen natuurbescherming meer nodig.” Doga Dernegi is in drie jaar tijd uitgegroeid tot een van de belangrijkste natuurbeschermingsorganisaties van heel Turkije, gesteund door onder andere Vogelbescherming Nederland en de Europese Commissie. „Veel stedelingen komen zelden buiten”, vertelt Özgür Koç (29), de executive manager van Doga Tours. „Pas als ze weten wat de natuur te bieden heeft, zullen ze die ook willen behouden.” En zelfs in Istanbul langs de kant van de weg is de natuur aanwezig. Vorige week was de eerste vogelexcursie en dat was zo nieuw dat vrijwel alle televisiestations, kranten en radioprogramma’s erop afkwamen. Ook vandaag is de belangstellig groot: CNN Türk is aanwezig en ruim veertig mensen hebben zich aangemeld.

Ook al is het onhandig, op de rand van de berghelling, aan de Europese kant van de Bosporus is de beste plek om de vogels te zien, verzekeren de vogelgidsen. Aan de overkant, op een heuvel boven het vissersdorp Anadolu Kavagi, prijken de ruïnes van een Genuees kasteel, links in de verte hangen de nevels boven de Zwarte Zee. Lachend leunen drie jonge vrouwen met grote zonnebrillen op, kort haar, beetje afzakkende spijkerbroeken en een T-shirt erboven, tegen de grijze vangrails aan. Nog nooit eerder hebben ze serieus naar vogels gekeken. „Het is vooral een leuk uitje, de stad uit”, bekennen ze. „Dat is voor ons al heel bijzonder.” Een tiental enorme vogels zweeft richting de berg, groots, op gepaste afstand van elkaar. Iedereen raakt in rep en roer. De kinderen gillen. Ze kijken om de beurt door een kleine kijker. „Zwarte wouwen!” roept de vogelteller. De drie jonge vrouwen bestuderen ze gedetailleerd en duiken vervolgens samen in een vogelboek. „Çok güzel” – heel mooi – roepen ze enthousiast.

„Vanuit heel Afrika en het Midden-Oosten vliegen de roofvogels en ooievaars richting de smalle Bosporus’’, legt vogelteller Luke Smith, alias Dogan Simit, van de Istanbul Birdwatching Society uit.

PICKNICK INBEGREPEN

„Het zijn zweefvliegers; ze gebruiken opstijgende warme lucht en glijden daarop kilometers verder.” Iedereen luistert geïnteresseerd. „Om water over te steken, kiezen ze het smalste stuk, de Bosporus. Zodra de Zwarte Zee in zicht komt, verspreiden ze zich weer, over Europa en Rusland, naar hun broedplaatsen.” Een vrouw wijst naar boven: „Vogels!” roept ze uit. De groep grijpt weer naar de kijkers. Ook ik probeer ze te herkennen. „Twee bastaardarenden”, spot Simit geroutineerd. De van oorsprong Amerikaanse wild life bioloog, zit vanaf de laatste week van februari tot en met half juni dagelijks op deze heuvel om alle migrerende roofvogels te tellen. Hij laat zijn opschrijfboekje zien: gisteren waren het er vijftienhonderd, waaronder zelfs één Egyptische gier.

Die middag, na een picknick in een vissersdorpje vlak bij de Zwarte Zee, onderdeel van het uitje , verschijnen er nog maar weinig boven de Bosporus. Simit noteert een schreeuwarend, vijf steppebuizerds, twee wespendieven. Om een uur of vier is het over. Geen steenarenden gezien, wel zeventienhonderd andere roofvogels en ooievaars. „Er zijn maar een paar plekken op de wereld waar je zoveel arenden bij elkaar kunt zien”, benadrukt Dogan Simit. „En één daarvan is hier bij Istanbul.”

Vanaf eind augustus tot oktober is in Istanbul de najaarsvogeltrek te volgen. Zie website (Engelse versie): http://dogaturkiye.com/english of bel: + 90 (321) 4370149/ 4480537