Jongeren filmen hun eigen leven in Hollandse Hokjes

De VPRO brengt met ‘Hollandse Hokjes’ indringende portretten van zeer verschillende jongeren in beeld, schrijft Tom Rooduijn

ZIJ ZIJN 17: Klasgenootjes van Nina Bohm, uit de VPRO documentaire ‘Hollandse Hokjes' Foto VPRO
ZIJ ZIJN 17: Klasgenootjes van Nina Bohm, uit de VPRO documentaire ‘Hollandse Hokjes' Foto VPRO

„Ik hoor nergens bij. Niet tussen de sletjes, niet tussen de moslima’s en niet tussen de Hollanders.” Zo analyseert de eenentwintigjarige Rachida El Kandoussi haar leven in Hollandse Hokjes, het themaprogramma over jongeren dat de VPRO donderdagavond uitzendt. De omroep voorzag zes jongeren van een camera en liet ze gedurende drie weken hun eigen leven filmen. Behalve het item van de Nederlands-Marokkaanse Rachida bevat het programma zelfportretten van twee gymnasiummeisjes uit Amsterdam Zuid, een op het rechte pad geraakte rapper uit de Bijlmer, een idealistische student rechten van adellijke komaf, een jeugdige moeder en een schilderende boerendochter.

Het zijn stuk voor stuk aanstekelijke en intrigerende egodocumenten geworden. Doordat de zelfportretten niet zijn bestempeld door een televisiemaker, hebben ze een onmiskenbare authenticiteit. De jongeren werden bij hun opnamen wel professioneel begeleid. Har Tortike, die eerder in opdracht van het Rijksmuseum jongeren hun eigen leven liet fotograferen, stimuleerde de hoofdpersonen niet alleen de hoogtepunten, maar ook de alledaagse gebeurtenissen in hun leven vast te leggen. Het geheel wordt omlijst door beelden van videokunstenaar Rob Smits, die filmde op uiteenlopende locaties waar jongeren actief zijn.

„Achter de façade van onze gelijkheidscultuur gaat een wereld van verschil schuil’’, verklaart eindredacteur Hans Simonse de thema-uitzending. „Jongeren kunnen op honderd meter van elkaar wonen. Hun levens kunnen elkaar kruisen. Maar toch lopen hun mogelijkheden vaak drastisch uiteen. Die verschillen hebben ook met rijkdom en armoede te maken. Maar belangrijker is nog: de ene groep is bezig hun mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten, de andere is hoofdzakelijk doende de onmogelijkheden te bestrijden. Die verschillende groepen jongeren leven in dit kleine, gezellige land samen zonder elkaar te kennen. Ze komen amper uit hun eigen sociale hokjes.’’

Toch doet een aantal van de jongeren een poging. Rachida verruilde in weerwil van haar ouders Wageningen voor Amsterdam, op zoek naar andere culturen en ideeën. Maar die stap maakt haar ook eenzaam en vertwijfeld. Ze is bang te ver af te drijven van de waarden waarmee ze is opgevoed. Ze wendt zich rechtreeks tot de camera en doet in tranen verslag van die innerlijke strijd. De twintigjarige Laurant D’Alche des Planes de la Rive worstelde hevig met de scheiding van zijn ouders en zocht troost in het begeleiden van zieken op hun bedevaart naar Lourdes. Onlangs vond hij op het Weense bal aansluiting met zijn adellijke soortgenoten.

Het uitgangspunt dat jongeren in belangrijke mate door hun afkomst zijn bepaald, komt ook sterk tot uiting in het zelfportret van de negentienjarige Jullien de Roover. Zijn moeder onderhield het grote gezin met de opbrengst van drugshandel en -smokkel. Ze kwam in de gevangenis terecht en Jullien volgde haar voorbeeld. Daarop raakte hij in een circuit van veroordelingen, jeugdtehuizen en reclassering. Nu volgt hij een opleiding als geluidsman en bouwt hij met vrienden in zijn eigen studio aan een muzikale carrière. De interviews met mensen uit zijn directe omgeving zijn eerlijk en onthutsend: deze ‘vervelende’ jongen van weleer beseft weliswaar dat het straatleven geen toekomst biedt, maar zijn generatiegenoten in de Bijlmer zien de criminaliteit nog altijd als de enige weg om ‘geld te maken’.

Deze thema-uitzending introduceert dankzij de voortschrijdende techniek een nieuwe televisievorm. Waar vroeger voor dit soort portretten een driekoppige cameraploeg aantrad, kan nu worden volstaan met een uitleencamera.

„We hebben van de nood een deugd gemaakt’’, relativeert Simonse. Waar vroeger voor een VPRO-thema-avond van drie uur twee ton beschikbaar was, moet het nu in de helft van de tijd met een kwart van het geld.

Het themaprogramma maakt onderdeel uit van een week over jongeren op het digitale kanaal Holland Doc. Onder de titel Wij zijn zeventien zijn behalve Hollandse Hokjes ook Beppie (Johan van der Keuken, 1965), Shadya (Roy Westler, 2004), Cowboys in Kosovo (Corinne van Egeraat, 2004) en The making of Teuntje (Britta Hosman, 2004) te zien. Aanleiding voor de themaweek vormt een nieuw festival met films voor en door jongeren: Wij zijn 17, vanaf 11 tot en met 16 juni op het Defensie-eiland in Woerden. De titel is ontleend aan een boek van Johan van der Keuken uit 1955 met fotoportretten van zijn generatiegenoten.

Hans Simonse, die volgende week op het filmfestival zijn jongerenportretten inleidt, is gefrappeerd door het feit dat bij jongeren de nadruk van sociaal engagement is verschoven naar zelfontplooiing. „Er is een enorme wedijver je zo goed mogelijk op Hyves te presenteren. Laten zien wat je durft of hoe geweldig je seksueel presteert. Jongeren zijn eerder narcistisch dan idealistisch.”

Hollandse Hokjes, donderdag 14 juni, Nederland 3, ca. 20.15-21.55u. www.hollanddoc.nl/wijzijnzeventienWij zijn 17, jongeren documentaire filmfestival, 14/16 juni, Defensie-eiland, Woerden. http://vredevanutrecht.com/wijzijn17