Insectenwereld lijdt niet erg onder gifstof uit Bt-gewassen

De biodiversiteit van insecten en spinnen heeft niet veel te lijden van genetisch gemanipuleerde gewassen met een ingebouwde gifstof tegen insectenvraat. Dat concluderen Amerikaanse biologen in een meta-analyse van 42 veldstudies naar het effect van het aanplanten van Bt-maïs en -katoen op het insectenleven in het veld (Science, 8 juni).

Bt is een eiwit afkomstig uit de bacterie Bacillus thuringiensis. Het is giftig voor de larven van insecten. Er bestaan verschillende varianten van dit eiwit: de een is bijvoorbeeld specifiek giftig voor rupsen, de ander specifiek voor keverlarven. Via genetische manipulatie zijn deze bacterie-eiwitten in planten ingebouwd, zodat plaaginsecten die aan dit gewas vreten onmiddellijk het loodje leggen.

De afgelopen tien jaar is veel verwarring ontstaan over de vraag of Bt-gewassen schadelijk zijn voor de biodiversiteit. In de wetenschappelijke literatuur verschenen artikelen met tegenstrijdige conclusies. Eind jaren negentig zorgde een Nature-publicatie van onderzoekers van Cornell University voor ophef, toen zij berichtten dat stuifmeel van Bt-gewassen giftig was voor de monarchvlinder.

Inmiddels zijn er zoveel studieresultaten over de ecologische effecten van Bt-gewassen beschikbaar dat ze op een hoop gegooid kunnen worden om er algemene trends uit te destilleren. Zo’n meta-analyse levert een betrouwbaarder beeld van de effecten dan anekdotes of losse voorbeelden, zo schrijven de biologen.

Voor hun meta-analyse gebruikten zij alleen studies die waren verschenen in Engelstalige peer reviewed tijdschriften en die de soorten ongewervelde dieren tenminste tot op familieniveau identificeerden.

De invloed op het dierenleven bleek beperkt. Antirups-Bt-katoen bleek in vergelijking met niet-transgene katoen slechts een negatief effect te hebben op vlinders, en dat is niet zo verwonderlijk gezien de antirups-activiteit. In velden met antirups- en antikever-Bt-maïs gingen vooral de parasitaire wespen achteruit, en in de antikever-maïs ook de mieren. Of dit een direct gevolg is van de giftigheid van het gewas voor deze dieren, of dat het veroorzaakt wordt door een afname van prooidieren, is niet uit te maken.

Er zijn dus kleine ecologische effecten, concluderen de onderzoekers, maar grote effecten zijn niet te verwachten. Als in Bt-velden geen insecticiden worden gebruikt, is het dierenleven er rijker dan in traditionele velden waar wel wordt gespoten. De praktijk is echter, vooral bij katoen, dat er toch aanvullend insecticiden worden gebruikt op Bt-velden.

Sander Voormolen

De database van de meta-analyse is te raadplegen via het web: delphi.nceas.ucsb.edu/btcrops/