In Tirana is Bush zéér welkom

De steun van Oost-Europa voor president Bush neemt af. Polen en Tsjechië worstelen met ‘Irak’ en het raketschild. Maar de Albanezen tuigen ‘Bush Day’ in alle euforie op.

TIRANA, 9 juni. - Een dikke week geleden al verschenen de eerste portretten van George W. Bush in het straatbeeld van Tirana, de hoofdstad van Albanië. „Historisch”, zo bejubelen de Albanese media het bezoek, morgen, van de Amerikaanse president aan hun land. Op het Moeder Theresa-vliegveld, waar Air Force One landt, staan billboards met Bush-vriendelijke leuzen. Het voormalige communistische bolwerk Villa 31 waar de feestelijke lunch plaats vindt is versierd met honderden Amerikaanse vlaggen. 15.000 extra Albanese agenten zijn op de been. Ze staan onder supervisie van Amerikaanse mariniers die de veiligheidsoperatie leiden.

Naar verwachting gaan de Albanezen morgen massaal de straat op om de Bush-karavaan te begroeten. Amper vijf uur duurt het bezoek: een voetnootje in Bush’ agenda, maar een groots evenement in het kleine land (3,6 miljoen inwoners) dat decennia lang gebukt ging onder het steentijdcommunisme van Enver Hoxha.

„Is er dan niet één weldenkende Albanees die zich níet door de euforie laat meeslepen?” schrijft oud-dissident en politiek commentator Fatos Lubonja in dagblad Korrieri. „Zijn wij echt het enige land dat blind is voor de groeiende weerzin tegen Bush?”

Lubonja staat in zijn kritiek moederziel alleen in een land dat zo mogelijk pro-Amerikaanser is dan Uncle Sam. Iedere Albanees weet dat de Amerikaanse president Woodrow Wilson na de Eerste Wereldoorlog ijverde voor de onafhankelijkheid van Albanië. Het door de Amerikanen geleide NAVO-ingrijpen in 1999, dat een eind maakte aan het Servische gezag in Kosovo, redde de levens van veel Kosovo-Albanezen.

Ruim 110.000 Albanezen wonen in Amerika. Ze voeren er van oudsher een sterke lobby. Bijna een miljard dollar gaf Washington de laatste vijftien jaar aan Albanese instellingen die werken aan de democratisering van hun land. „Slechts 30 procent van de Amerikanen steunt Bush,” schrijft Lubonja. „Maar Albanië is honderd procent pro-Bush.” Het toont volgens hem aan hoe „onvolwassen” de Albanese democratie is. Ruim vier eeuwen werd Albanië overheerst door de Turken. Na de Tweede Wereldoorlog viel het land ten prooi aan de hardste communistische dictatuur van Europa. De erfenis van eeuwenlange onderworpenheid verklaart volgens Lubonja de kritiekloze houding jegens Bush. „Een gehersenspoelde samenleving,” zo omschrijft hij zijn land.

Een groot deel van Bush’ tournee deze week speelt zich af in post-communistisch Europa waar de onvoorwaardelijk geachte steun aan het Amerikaanse beleid snel afkalft. Polen en Tsjechië worstelen met ‘Irak’ en hun medewerking aan het Amerikaanse raketschild. In beide landen is de bevolking in meerderheid tegen dat schild. Maar in Albanië wacht Bush in de laatste dagen van zijn rondje-Europa, anders dan in Tsjechië en Polen waar tegen zijn komst werd gedemonstreerd, een warme douche.

Kritische analisten vrezen dat Bush het bezoek zal aangrijpen om te bewijzen dat hij een islamitisch land in zijn ‘war on terror’ aan zijn zijde heeft. 65 procent van de Albanezen is weliswaar moslim, maar in de praktijk zijn de Albanezen nauwelijks bezig met de uitoefening van hun geloof.

Bush komt in Albanië in een land dat de Amerikanen de afgelopen vijftien jaar door dik en dun heeft gesteund. Albanië tekende, tegen de zin van de EU waartoe het toenadering zoekt, met de Amerikanen een niet-uitleveringsverdrag waardoor Amerikaanse soldaten op Albanese bodem in geval van misdrijven uit handen blijven van het Internationaal Gerechtshof. Albanië beloofde onlangs extra troepen naar Irak te sturen. Een vijftal oud-gevangenen van Guantánamo Bay – leden van de islamitische minderheid van Oejgoeren – werd na vier jaar door de Amerikanen vrijgelaten. Albanië bood als enige aan het vijftal op te nemen. Geen ander land waagde het om een ruzie uit te lokken met China, dat om uitlevering van de Oejgoeren vraagt.

De Albanezen zien Bush als een gulle bondgenoot in hun euro-atlantische ambities. De EU houdt Albanië vooralsnog op afstand, zolang het de vereiste politieke, juridische en sociale hervormingen niet doorvoert. Bush daarentegen stelt geen lastige vragen en steunt Albanië’s toenadering tot de NAVO van harte.

Morgen schuiven in Tirana ook de premiers van Kroatië en Macedonië aan om over hun vorderingen als NAVO-kandidaten te spreken. Hoewel Macedonië heeft laten weten een onafhankelijk Kosovo te erkennen, heerst er ook scepsis. In Macedonië leeft een grote Albanese minderheid. Niet iedereen is er in Macedonië gerust op dat de onafhankelijkheid van Kosovo géén stap is op weg naar een ‘Groot-Albanië’. Maar de kans is klein dat de Macedonische premier Nikola Gruevski het aandurft om Bush, voorstander van Kosovo’s onafhankelijkheid, tegen te spreken. In die zin is ‘Bush Day’ voor de regio een „test case”, zegt Fatos Lubonja. „Het zal aantonen in hoeverre we ons nog altijd gedragen als een gehoorzaam kind.”