In permanente staat van ontbinding

Morgen is de eerste ronde van de parlementsverkiezingen in Frankrijk. De nieuwe president Nicolas Sarkozy kan rekenen op een overweldigende meerderheid in de Assemblée Nationale. Over de makke van een systeem.

Franse oppositieleden in de Assemblée Nationale reageren op een toespraak van Nicolas Sarkozy twee jaar geleden, toen hij nog minister van Binnenlandse Zaken was Foto AFP French opposition deputies react to the speech of French Interior minister Nicolas Sarkozy (not pictured) 22 June 2005 during a session of questions to the government at the National Assembly in Paris. Sarkozy talked earlier of "cleaning up blockhouses" in suburbs following the killing of a 11-year-old child in La Courneuve, north of Paris on Sunday. AFP PHOTO JOEL ROBINE
Franse oppositieleden in de Assemblée Nationale reageren op een toespraak van Nicolas Sarkozy twee jaar geleden, toen hij nog minister van Binnenlandse Zaken was Foto AFP French opposition deputies react to the speech of French Interior minister Nicolas Sarkozy (not pictured) 22 June 2005 during a session of questions to the government at the National Assembly in Paris. Sarkozy talked earlier of "cleaning up blockhouses" in suburbs following the killing of a 11-year-old child in La Courneuve, north of Paris on Sunday. AFP PHOTO JOEL ROBINE AFP

Er is een oploopje bij café Cineart en bijna niemand heeft het door. Logisch. Het café is verstopt achter het piepkleine Parc des Anciennes Maries in het centrum van Nanterre, ten westen van Parijs. Het oploopje is beperkt: het gaat om hooguit vijftig mensen. Voorbijgangers tonen geen belangstelling voor wat hier gaande is.

Hier wordt gewacht op François Bayrou. In april was hij de verrassing in de presidentsverkiezingen. Met zeventien procent, bijna zeven miljoen stemmen, haalde hij net niet de tweede ronde. Nu voert hij opnieuw campagne. Want morgen zijn er weer verkiezingen. Voor de Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer.

Spannend is het vooral voor de vijftig drentelaars op de stoep. Daarbij zijn dertien kandidaten van Bayrous partij UDF-Mouvement Démocrate (MoDem). Ze doen mee in de kiesdistricten in het departement Hauts-de-Seine, hoofdstad Nanterre. De andere aanwezigen zijn journalisten, partijmedewerkers of familieleden van de kandidaten. François Bayrou is vertraagd.

Kijk, daar komt toch iemand een hand schudden. Pierre Creuzet, adviseur in stedelijk beleid, lichtgrijs pak, piekhaar met gel. Kandidaat in Nanterre. Nog geen veertig jaar oud, al bijna twintig jaar gemeenteraadslid in Nanterre. „Als ik gekozen word, geef ik mijn plaats als gemeenteraadslid op”, zegt hij fier. Acht hij de kans groot dat het nodig is? „Ik ben niet kansloos”, grijnst Creuzet. „En het is hoognodig voor het pluralisme in het parlement dat we gekozen worden.”

Als Creuzet succes heeft, wachten hem waarschijnlijk eenzame jaren. De partij van Bayrou wordt in sommige peilingen drie tot vier zetels voorspeld. Van de 577 die de Assemblée Nationale er telt. Het kan verkeren. Tot eind april moest Bayrou uitleggen hoe hij aan een meerderheid in het parlement zou komen als hij tot president gekozen was. Daarop bestond immers een reële kans. Bayrou had toen een vast antwoord: als de president een meerderheid vraagt, dan krijgt hij die.

Inderdaad. Alleen is niet Bayrou de president die de meerderheid vraagt, maar Nicolas Sarkozy. Zijn partij UMP kan rekenen op een overweldigende meerderheid van misschien wel viervijfde van de zetels. Nog meer dan de royale huidige meerderheid van 359 zetels, waarmee president Chirac regeerde.

Frankrijk als bijna eenpartijstaat. Dat schrikbeeld kan werkelijkheid worden dankzij het meerderheidsstelsel (zie kader). Tweede of derde worden, in hoeveel districten ook, levert niets op. Je moet de grootste zijn. Dat is de reden waarom bijvoorbeeld de extreemrechtse leider Jean-Marie Le Pen al jaren niet in het parlement vertegenwoordigd is, ook al stemt meer dan tien procent van de kiezers op zijn partij Front National. Maar ook het tijdstip van de verkiezingen speelt een rol. Ruim een maand na de presidentsverkiezingen verkeert Sarkozy nog in zijn wittebroodsweken. Deze vaste volgorde van verkiezingen is een cadeautje van de linkse premier Jospin, uit 2001. Hij bepaalde dat de parlementsverkiezingen direct na de presidentsverkiezingen moesten komen, om de kans te verkleinen op een cohabitation – een onvrijwillige samenwoning tussen een president met een premier van een andere kleur, die steunt op een meerderheid in het parlement.

De opzet van Jospin is dramatisch goed gelukt, meent Christophe Barbier, hoofdredacteur van het weekblad L’Express, die de verkiezing van Sarkozy tot president welwillend begroette. Sinds Jospins besluit verkeert het parlement „in permanente staat van ontbinding”, analyseert hij. „De net gekozen president krijgt zo steevast een parlement dat aan zijn voeten ligt.” Barbier vindt het geen goed teken in een land waar rechters ook al „niet zo sterk” staan, en „niet alle media” hun rol als tegenmacht vervullen. „Er is een meerstemmig parlement nodig.”

Hoe overweldigend kan een meerderheid zijn zonder dat zij de democratie ontwricht? Is het erg als de oppositie weggevaagd wordt? Het antwoord is onder de politieke observatoren bijna unaniem: ja, dat is erg. „Het parlement speelt niet de gewenste rol van tegenmacht”, zegt Guy Carcassonne, rechtgeleerde aan de Universiteit van Nanterre en erkend verdediger van het huidige bestel, de Vijfde Republiek. „In ons systeem heeft het parlement niet voldoende macht om de uitvoerende macht te controleren” , zei zelfs premier François Fillon deze week vroom.

De verslagen presidentskandidate van de Parti Socialiste, Ségolène Royal, waarschuwt tegen een „registratiekamer die alleen maar bestaat om ja te zeggen tegen de president”. Royal zelf is voor het eerst sinds 1988 niet kandidaat voor de Assemblée Nationale. Ze is voorzitster van de West-Franse regio Poitou-Charentes. En ze is nu eenmaal tegenstander van het in Frankrijk beruchte ‘stapelen van mandaten’.

Het gevolg is dat ze de oppositie wil leiden van buiten de Assemblée Nationale. In de PS vindt niemand dat raar. Oppositie voeren, daarvoor hoef je niet in het parlement te zitten. Voor die conclusie is enige grond: de afgelopen vijf jaar speelde de PS geen rol van betekenis als oppositiekracht in het parlement. Royal voerde zelden het woord.

De Hollandse discussie of het parlement lam of leeuw moet zijn tegenover de regering is in Frankrijk niet aan de orde. De Assemblée Nationale ís een lam, waarmee men twee kanten op kan: slachten of bijvoeren, voor een gezonder aanzien. De nieuwe regering denkt aan de laatste optie. President Sarkozy belooft dat hij na de verkiezingen gaat praten met alle partijen in het parlement over invoering van een gedeeltelijke evenredige vertegenwoordiging, om de pluraliteit te waarborgen. Hij wil de oppositie een ‘statuut’ geven, meer rechten. En het voorzitterschap van een belangrijke commissie, van Financiën. Dat noemt hij ‘de politiek van openheid’.

Maar een ‘leeuw’ wordt het parlement daarmee niet.

In zijn werkkamer op een steenworp van het presidentiële paleis, het Elysée, drukt Philippe Manière, directeur van de onafhankelijke denktank Institut Montaigne, zich kernachtig uit over het gebrek aan parlementaire tegenmacht. Eigenlijk, zegt hij, is Frankrijk „een onvoldragen democratie, een monarchie waar maar geen einde aan komt.” Zijn instituut buigt zich met regelmaat over de modernisering van het Franse politieke leven. Zijn conclusie is dat daarvan eigenlijk nauwelijks sprake is.

„We wijzigen af en toe de naam van ons systeem, maar niet de politieke cultuur. Tegenmacht tegen de uitvoerende macht wordt gewantrouwd. Parlementariërs zien het als hun werk zaken bij de macht in Parijs te regelen voor hun regio.”

Cliëntelisme is de regel. Wie zorgde voor een wet die ontkenning van de Armeense genocide strafbaar stelt? Afgevaardigden uit Lyon en Marseille, waar veel kiezers uit de Armeense gemeenschap wonen. Dat een democratie van checks and balances zo niet echt vorm krijgt, stoort de meeste mensen niet, denkt Manière. „Het systeem is coherent. Daar houden Fransen van. Dat de samenhang wordt bepaald door absurditeiten, maakt dan niet uit.”

In de samenhang van de Vijfde Republiek is de president het onbetwiste middelpunt. Zijn verkiezing is „de ontmoeting tussen een man en een volk” volgens de formule van de oprichter van de Vijfde Republiek, Charles de Gaulle. Parlementariërs vervullen een bijrol bij die ontmoeting. Ze richten zich naar de president als zonnebloemen naar het licht. „Ik ben altijd trouw geweest aan de president” is een veelgehoorde uitleg van politici voor hun handelen. Ideeën zijn minder belangrijk.

De UMP van Sarkozy is een opvanghuis voor politici van allerlei herkomst: christen-democraten en liberalen, centristen en ouderwetse gaullisten. De UMP – Union pour un Mouvement Populaire – werd in 2001 opgericht als verkiezingsmachine voor Jacques Chirac. Toen betekende UMP nog Union pour la Majorité Présidentielle.

De presidenten Mitterrand en Chirac deden de laatste twintig jaar alsof ze, als arbiters, enige afstand hadden tot het dagelijkse beleid van de regering. In tijden van cohabitation was dat ook zo. Met Sarkozy keert Frankrijk terug naar de traditie van De Gaulle: hij wil nadrukkelijk regeren. Die ‘herpresidentialisering’, zegt Carcassonne, schept helderheid. „Chirac regeerde natuurlijk ook, maar deed alsof hij dat niet deed. Aan die hypocrisie is nu een einde gekomen.”

Kan zijn, vindt directeur Philippe Manière van het Institut Montaigne. „Maar een sterke president vraagt ook om een sterk parlement. In een echt presidentieel systeem als de Verenigde Staten heeft de president voortdurend te maken met het parlement.”

Sarkozy zal het niet snel zo lastig krijgen als Bush. Want het Franse parlement is niet sterk. Het gaat bijvoorbeeld niet over zijn eigen agenda. De regering kan rustig een ingewikkelde wet naar de Assemblée Nationale sturen en bepalen dat er acht dagen later over vergaderd wordt. Of drie dagen later. Of helemaal niet. François Bayrou slaagde er twee jaar geleden pas na aanhoudend en luidkeels protest in een debat over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie op de agenda te krijgen. De meerderheid in het parlement was daar tegen, de regering van president Chirac was er vóór. Spannend dus. Het debat kwam er, maar het werd niet afgesloten met een stemming. Die was simpelweg verboden door de regering. Die kan zelfs bepalen dat wetten worden aangenomen zonder stemming in het parlement.

Er is kritiek op het systeem. In 2001 richtte de socialistische advocaat en parlementariër Arnaud Montebourg de Conventie voor de Zesde Republiek op. De leden daarvan zijn voor versterking van het parlement, afschaffing van de rechtstreekse presidentsverkiezing en versterking van de positie van de premier. Royal en Bayrou kwamen in hun presidentiële campagnes met eigen voorstellen voor een Zesde Republiek. Ze pleiten onder meer voor invoering van (gedeeltelijke) evenredige vertegenwoordiging.

Wie per se geen Zesde Republiek wilde, was Nicolas Sarkozy. De zelfverklaarde hervormer ziet een grondige modernisering van de Franse democratie niet zitten.

Toch is iets aan het veranderen, meent hoofdredacteur Barbier van l’Express. Hij zegt: „De Zesde Republiek, daar gaan we recht op af.” Sarkozy zal volgens Barbier de praktijk van het regeren veranderen. Zo niet op eigen initiatief, dan doordat zijn extreme macht, gecombineerd met zijn hervormingsambities, onherroepelijk een hevige reactie uitlokt.

„De grote uitdaging waar we voor staan is om de overgang naar een nieuwe republiek geleidelijk te laten verlopen. Tot nu is dat niet gelukt. Er was altijd een Duitse invasie of een (dreigende) revolutie nodig om een nieuw regime te vestigen.”

Maar is zo’n Zesde Republiek wel echt nodig? Niet volgens Guy Carcassonne. „Het parlement heeft nu al alle bevoegdheden die nodig zijn om de regering te controleren. Maar het gebruikt die bevoegdheden niet.” De reden? „De parlementariërs doen hun werk niet. Om te beginnen omdat ze er nooit zijn.”

De meeste afgevaardigden besteden twee dagen aan hun parlementaire werk. De rest van de week zijn ze bezig met hun andere mandaten, als burgemeester, regioparlementariër en regiobestuurder, thuis of in Parijs. Meer dan negentig procent van de Franse parlementariërs heeft minstens één ander mandaat. In Duitsland is het tien procent, in Italië zestien.

Sinds eind jaren negentig was er een tendens om het stapelen van mandaten aan banden te leggen, al handhaafde Chirac die regel niet strikt. Onder Sarkozy is de schroom te cumuleren weer helemaal verdwenen. Zo zijn vijf ministers burgemeester, inclusief de nummer twee van de regering, minister Alain Juppé, burgemeester van Bordeaux.

Kandidaten met meer petten zijn aantrekkelijk voor de kiezers, legt Philippe Manière uit: een burgemeester die tevens afgevaardigde is in Parijs, krijgt meer deuren open. Hij kan proberen subsidie los te peuteren voor streekproducten of te zorgen voor een extra snelweg. En omgekeerd is een lokaal mandaat een nuttige inkomstenverzekering voor de afgevaardigde wanneer de meerderheid in Parijs na een paar jaar bruusk verandert.

Terug naar Nanterre. Daar komt François Bayrou aan, een half uur te laat. Een minihaagje van fotografen en camera’s roept herinneringen op aan de presidentiële campagne dit voorjaar. Toen trok Bayrou handenschuddend door het land, met een reëel uitzicht op het Elysée. Maar het was abrupt afgelopen toen hij na zijn uitschakeling weigerde de kant te kiezen van de rechtse kandidaat Sarkozy. De meesten van zijn partijgenoten deserteerden. Een coalitie met rechts is traditioneel de politieke levensverzekering van centrumkandidaten. Bayrous voormalige rechterhand, Hervé Morin, is nu minister van Defensie. Hij heeft een sociaal-liberale centrumpartij opgericht, van ex-partijgenoten van Bayrou die wél verkiezingsakkoorden met de UMP wilden sluiten. In hun districten is er geen UMP-kandidaat, zodat ze zeker zijn van verkiezing.

Modem, de nieuwe partij van Bayrou, heeft geen akkoorden gesloten, noch met de UMP, noch met de PS. Het is in Nanterre meteen te zien. Welgeteld vier kiezers komen aanlopen om hem de hand te schudden. Zelfs in zijn eigen kiesdistrict, in de Pyreneeën, is Bayrou niet zeker van een plaats in de tweede ronde. Als hij het niet haalt, voert hij oppositie zonder mandaat.

Voor François Bayrou was onzekerheid de prijs voor zijn politieke vrijheid. „Ik heb een enorme hekel gekregen aan de politieke koehandel”, vertelt hij in Nanterre. „In Frankrijk hoor je óf bij de meerderheid – en dan vind je alles goed wat de regering voorstelt – óf je hoort bij de oppositie, en dan wil je alles afbreken. Ik wil een partij van vrijdenkers.”

’s Avonds doet hij er in de snikhete sporthal Japy in Parijs voor 1.500 aanhangers nog een schepje bovenop. „De plicht debat te voeren is een recht van het volk. Daarvoor is een pluralistisch parlement nodig, met meerdere partijen.” Maar hij ziet het somber in.

Met zijn arm beschrijft hij een boog. Van uiterst rechts tot bijna helemaal links: allemaal ja-knikkers voor Sarkozy en de regering. „Kunt u zich voorstellen wat dat betekent?” Bayrou zoekt een beeldspraak om de overmacht van de regeringsmeerderheid voelbaar te maken. President Chirac had een meerderheid van bijna 365 afgevaardigden. „Een heel jaar lang één voor elke dag”, zegt Bayrou. „Straks moeten we wachten tot april van het volgende jaar voordat ze allemaal aan de beurt zijn geweest.”

Het probleem, meent Philippe Manière van het denktank Institut Montaigne, is dat het parlement bij zo’n grote grijzemuizenmeerderheid zijn functie verliest. „Juist als je grote hervormingen door wil voeren, zoals Sarkozy, heb je een parlement nodig dat zich niet beperkt tot het inwilligen van de wensen van de regering, maar dat de samenleving weerspiegelt.” Dat is nu niet zo. „In grote meerderheid zijn de leden blanke mannelijke vijftigers, meestal afkomstig uit de ambtenarij en bijna nooit uit het bedrijfsleven. En dat wordt straks niet anders.”

Dat het zo niet de goede kant op gaat, illustreert Manière met het voorbeeld van het CPE, het hyperflexibele arbeidscontract voor jongeren dat de regering-Villepin begin 2006 wilde invoeren. Het parlement had er al mee ingestemd, toen massale betogingen de regering dwongen de wet alsnog in te trekken. „Als het parlement geen strijdperk is, waaraan de regering haar legitimiteit ontleent, wordt de strijd op straat uitgevochten.” Een parlement met meer afgevaardigden van allochtone origine, met meer vrouwen en meer vertegenwoordigers uit de privésector zou veel beter functioneren en meer invloed hebben, denkt Manière.

Christophe Barbier van l’Express heeft een ander idee om de strijd op straat te voorkomen. Naast de Assemblée Nationale moet een andere kamer komen, vindt hij, met vertegenwoordigers van regio’s, sociale partners en tal van maatschappelijke organisatie. Die Kamer zou in plaats kunnen komen van de huidige Senaat, waarin de regio’s vertegenwoordigd zijn. Maar die nieuwe Kamer zou geen stemrecht moeten krijgen. Het gaat om iets anders, zegt Barbier: in de Consultatieve Kamer kan zich eindelijk een publieke opinie ontwikkelen.

Ook Guy Carcassonne pleit voor een opinion publique de la Chambre. Maar daarvoor is geen nieuwe Kamer nodig, vindt hij. „Het is tijd dat de afgevaardigden in de Assemblée Nationale gewoon hun werk gaan doen. Of ze nu van de regeringspartij zijn of van de oppositie: ze moeten vragen stellen, zich buigen over de dossiers, de tribune beklimmen.” Zodat er in het Franse parlement de komende jaren eindelijk echte debatten worden gevoerd over het begrotingstekort, de vrijheid van schoolkeuze en de voor- en nadelen van langer werken.