Homo’s

Cas van Kleef (Spunk) verbetert de wereld voor 50 euro per dag

Als ik in Nederland een documentaire zag over onderdrukte homoseksuelen in een exotisch land, verbeeldde ik me altijd dat ik wel voor mijn seksualiteit zou durven uitkomen als ik daar woonde. Maar ik heb tot nu toe op mijn reis aan bijna niemand verteld dat ik op jongens val. Aan tien mensen maximaal. En allemaal westerling. Geen zin in gedoe, of bang dat interessante mensen niet meer met me willen praten. In Nederland maak ik er geen geheim van, maar zodra er wat meer druk op mij wordt gelegd, val ik blijkbaar helemaal stil.

In Tanzania en India vragen alle taxichauffeurs of je getrouwd bent. Ik zeg dan dat ik achttien ben, en dat dat niet echt een leeftijd is waarop je in Nederland trouwt. In Egypte wilde iedereen weten of ik één of meer vriendinnen heb. Als ik zei dat geen van beide het geval was, keken ze me meestal raar aan. Dus zei ik maar dat ik drie vriendinnetjes had. Vonden ze prachtig.

Ik ken overigens geen enkel backpackende jongere die hier voor zijn of haar afwijkende seksualiteit uitkomt. En ik snap dat wel. Overal ter wereld worden homoseksuelen stelselmatig verkracht door ‘heteroseksuele’ mannen. Met dat in je achterhoofd is het veel makkelijker om net te doen alsof je verloofd bent met iemand van het andere geslacht. Maar ook veel laffer.

Op mijn vlucht van Bangkok naar Bangalore blader ik door de Indiase Lonely Planet. Tussen de sectie ‘Visa extensions’ en ‘Women travellers’ valt mijn oog op ‘Volunteer work’. Wat is dat nou? Ik heb nog nooit gezien dat de Lonely Planet suggesties biedt voor vrijwilligerswerk. Blijkbaar hebben heel veel jongeren, als ze eenmaal in India gearriveerd zijn, de behoefte om iets bij te dragen. Ik kijk snel of ze ook nog suggesties hebben voor Bangalore, mijn eerste stop. En ja hoor, twee zelfs. Swhabhava en Sangama zijn organisaties die voor homo’s en lesbo’s opkomen. Ik had nooit gedacht dat ik me in India bezig zou houden met homoseksualiteit, maar in principe komen homo's komen overal voor. Behalve in Egypte dan.

Twee maanden geleden in Egypte sprak ik met Fatima, een hoog opgeleide vrouw die bij een NGO werkt. Ze zegt ontzettend slimme dingen over vrouwenemancipatie in Egypte, en ik vertrouw haar genoeg om een ander onderwerp aan te snijden. In 2001 zijn zomaar vijftig homomannen opgepakt op een partyschip in Kairo. Het proces tegen hen loopt nog steeds, ondanks grote internationale druk van mensenrechtenorganisaties. Heeft ze daarvan gehoord? Fatima: „Ja, maar die mannen waren duivelaanbidders. Ze dansten met maskers en zwarte gewaden rond een aantal vuren.” Wie heeft haar dat verteld? Fatima: „O, dat weet iedereen.” Maar zijn er dan geen homo's in Egypte? Fatima: „Nee. We lezen wel dat het in Europa gebeurt, maar in Egypte doen mensen dat soort dingen niet.”

Ik heb de hele dag moeten nadenken over hoe het mogelijk is dat een sympathieke, wereldse vrouw echt gelooft dat homoseksualiteit in haar land niet bestaat. Maar ik kom tot de conclusie dat ze gewoon nooit met homoseksualiteit geconfronteerd is. Ik ben een maand in Egypte geweest, maar heb niet één keer een homo gezien. Ik heb zelfs op straat, in de media of in gesprekken met mensen niks gehoord dat met homoseksualiteit te maken heeft. Zelfs ik ging er soms bijna in geloven dat het niet bestaat.