Gemeente verhoogt belasting niet zomaar

Gemeenten kunnen wellicht vanaf 2008 zelf het bedrag vaststellen van de onroerendezaakbelasting. Zal de de belasting gaan stijgen? „Je wordt er niet populairder door.”

Wat voor bedrag zal er volgend jaar op het acceptgirokaartje van de onroerendezaakbelasting (ozb) staan? Afgelopen week presenteerden de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken een bestuursakkoord, waarin onder meer is afgesproken dat het Rijk niet langer het maximumtarief en de maximumstijging van de ozb bepaalt. Als de Tweede Kamer instemt met het voorstel, krijgen gemeenten de vrijheid de hoogte van de ozb zelf te bepalen.

Het bedrag op de girokaart zal in Beuningen medio 2008 in dat geval waarschijnlijk hoger worden, zegt wethouder Hilko Mak. „We denken aan een verhoging met 10 à 15 procent.” Het afgelopen jaar was de verhoging begrensd tot 2,75 procent. Die „fout van Zalm” bracht Beuningen in financiële problemen, zegt wethouder Mak. „De uitkering uit het gemeentefonds is voor ons te laag.”

Meer gemeenten zijn van plan de ozb te verhogen. De Vereniging Eigen Huis vreest lastenstijgingen van 20 tot 40 procent voor huiseigenaren nu de begrenzing wordt afgeschaft. De VNG stelt dat het wantrouwen onterecht is. „Negen van de tien gemeenten zullen gewoon de inflatiecorrectie volgen”, zegt belastingcoördinator Robbert Verkuijlen. Gemeenten gaan over het algemeen zorgvuldig om met verhogingen van lokale belastingen, zegt ook Peter Boorsma, hoogleraar openbare financiën aan de Universiteit Twente. „Er moet een goede reden voor zijn.” Anders, denkt hij, ontstaan er forse problemen in de gemeenteraad.

En die gemeenteraden zijn mans genoeg, zegt Luigi van Leeuwen, waarnemend burgemeester van Wassenaar en tot voor kort hoogleraar openbare financiën van de lagere overheden aan de Katholieke Universiteit Brabant. „Ik moet de eerste gemeenteraad nog tegenkomen die fluitend de belastingen omhoog doet.” Gemeentebestuurders zijn voorzichtig met lokale lasten, meent de Almelose wethouder Reinier van Broekhoven, omdat ze er „elke vier jaar op worden afgerekend”.

De gemeente Barneveld mocht vorig jaar de ozb met ruim 30 procent verhogen, omdat het tarief in de Gelderse gemeente in verhouding laag was. Wethouder Gerard van den Hengel heeft het geweten. „Je wordt er op zijn zachtst gezegd niet populairder door.”

De totale ozb-inkomsten in Nederland bedroegen vorig jaar bijna 2,7 miljard euro, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is niet veel. „Gemiddeld komt maar 7 procent van de gemeentelijke inkomsten uit de ozb”, zegt directeur Maarten Allers van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo).

Hoe kan het dan dat de ozb toch zoveel commotie veroorzaakt?Dat komt doordat de ozb heel zichtbaar is, zeggen deskundigen, „Elk jaar valt er weer een envelop op de deurmat met een girootje erin”, zegt Maarten Allers. Luigi van Leeuwen: „Loonbelasting wordt gelijk ingehouden op je salarisstrook, daar hoor je nooit iemand over.”

Toenmalig minister Zalm (VVD) van Financiën riep vorig jaar burgers op de ozb niet te betalen, als ze in een gemeente woonden waar de belasting te hoog was. Later bleek een lijst met zulke gemeenten niet te kloppen, maar het kwaad was al geschied. Maarten Allers van het Coelo spreekt van ‘populisme’. „Elk jaar is er wel weer een gemeente te vinden waar de ozb met 20 of 30 procent stijgt. Daar schreeuw je dan moord en brand over. Maar het gaat vaak om gemeenten die jarenlang niet hebben verhoogd of in acute geldnood zitten.”

Ook zijn er gemeenten die het geld nodig hebben voor extra lokaal beleid. Veel geld vanuit Den Haag is geoormerkt, maar juist de ozb is vrij te besteden. Juist daarom noemt wethouder Jeroen Nobel van Haarlemmermeer de ozb „een mooi instrument”. „Als burgers willen dat er op iedere straathoek iemand staat die alle troep op straat gelijk opruimt, dan kan dat. Maar dan gaat de ozb ook gelijk 40 procent omhoog. ” Maarten Allers: „Als Den Haag ook over de ozb beslist, worden gemeenten alleen nog maar een soort uitvoeringskantoren van de rijksoverheid.”

Boorsma en Allers pleiten voor een verdere verruiming van het lokale belastingdomein. Afgelopen woensdag adviseerde ook een commissie onder leiding van oud-politicus Jozias van Aartsen (VVD) dat tussen de 30 en 40 procent van de gemeentelijke inkomsten uit lokale belastingen moet komen. Het vrijgeven van de ozb-tarieven lijkt een begin. „Het wantrouwen van het Rijk ten aanzien van de gemeenten is gelukkig aan het verdwijnen”, zegt Van Leeuwen. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) zei afgelopen week tijdens het VNG-congres dat gemeenten publiekelijk vertrouwen moeten winnen en dat er wat dat betreft „een weg te gaan is”.

Toch is er in het akkoord tussen kabinet en gemeenten een stok achter de deur gezet. De totale verhoging van de ozb in Nederland mag niet boven een nog vast te stellen ‘macronorm’ uitkomen. Als dit toch gebeurt, kan de minister van Financiën een korting doorvoeren op de uitkeringen uit het gemeentefonds. Dat is „flauwe politiek”, reageert hoogleraar Boorsma. „Men neemt de autonomie van gemeenten dan niet echt serieus.”