Gemeen

Egmond, zicht op zee, zondagmiddag. Een leraar op een feestje zit niet om gesprekspartners verlegen. Onderwijs, wie heeft er geen mening over? Vooral verontwaardigde ouders zien hun kans schoon. Een vriend van me bijvoorbeeld wil weten wat ik vind van mijn collega, de vreselijke mevrouw Snel. Naast hem staat Erik, zijn dyslectische zoon.

Ik zit in 4-havo, begint Erik. Ik heb recht op grootschrift en tijdverlenging, en ik hoef niet onvoorbereid voor te lezen. U weet toch dat ik in Cambridge geboren ben, hè?

Ik weet weer dat ik aan Eriks wieg heb gestaan. Blauwe voetjes in een rieten wieg.

Mevrouw Snel geeft Engels, vertelt hij. Helaas voor haar, want ze heeft een vet beroerde uitspraak. Haar Engels doet serieus pijn aan mijn oren.

Ik kijk naar de kroepoekoortjes van Erik.

Luister, zegt hij. Op een dag, ik weet ook niet waarom, maar ineens roemt mevrouw Snel de prachtige klanken van de Engelse taal. U snapt dat wij begonnen te lachen. Ze was direct superbeledigd. Ze wilde van ons weten wat er zo grappig was.

Wilt u het echt weten? vroeg ik.

Ze stond erop.

Ik zei dat je die prachtige klanken jammer genoeg niet kan leren van een leraar die slecht Engels spreekt. En mijn buurjongen vulde aan: Erik zegt ook dat uw woordenschat niet groter is dan Okay en Allright.

Iedereen, echt iedereen lachte. En weet u wat het eerste woord was dat ze zei?

Okay?

Precies. Maar toen vroeg ze of ik een tekst wilde voorlezen. Dat was gemeen, maar ik zei: Allright.

Ik las niet vloeiend, dat geef ik toe. Ik kan niet meteen zien wat er staat namelijk.

Stop maar, zei ze ineens. Midden in een zin. En toen vroeg ze: meisjes en jongens, jullie hebben vast wel op- of aanmerkingen op Eriks uitspraak?

Niemand zei iets.

Is het jullie niet opgevallen hoe Erik het woord cauntry uitsprak?

Niemand was het opgevallen. Onze klas is tof namelijk. Wij zijn altijd solidair. Maar stel dat dat niet zo was geweest, dan zet je iemand toch expres voor schut? Dat mag toch niet? Laatst is bij haar thuis een plantenbak door de ruit gegaan. Zelf zou ik dat nooit doen, maar ik snap het wel.

Mijn vriend knikt. Zijn zoon is zijn trots.

En dertig tegen één, is dat dan niet gemeen? vraag ik.

Eriks ogen fonkelen. Ze vraagt erom, vindt hij. U bent zelf zeker ook zo’n leraar, hè?