G8 moet weer bescheiden worden

Hoe zal de wereld over twee jaar terugkijken op het compromis over klimaatbeheersing dat de leiders van de zeven grootste industrielanden en Rusland, de G8, deze week sloten op hun top in het Duitse Heiligendamm? Als de vorige doorbraak, twee jaar geleden in het Britse Gleneagles een leidraad is, dan mogen de verwachtingen niet al te hoog gespannen zijn. Destijds werd, onder zware druk van de publieke opinie, bevestigd dat de ontwikkelingshulp voor Afrika per 2010 zou worden verdubbeld. Die belofte was vier jaar daarvoor al gedaan tijdens een armoedeconferentie in het Mexicaanse Monterrey.

Dat de G8 nu weer bevestigde dat de hulp inderdaad omhoog moet, werd nu gebracht als een van de successen van de top, samen met het uittrekken van 44 miljard euro voor het uitbannen van ziekten, waaronder malaria en hiv/aids. Het onderstreept de vrijblijvendheid van de afspraken die tijdens G8-topconferenties worden gemaakt. Dergelijke overeenkomsten hebben strikt gezien geen enkele status. Waar zijn bijvoorbeeld die 42 miljard voor ziekten, gaan ze ten koste van bestaande budgetten of is het nieuw geld, wie betaalt wat en wie houdt iedereen aan deze afspraken? Antwoorden, respectievelijk: nog nergens, hopelijk niet, hopelijk wel, onduidelijk en niemand. Het zijn intenties, meer niet.

Zo moet ook het klimaatakkoord worden beschouwd. De Duitse kanselier Merkel, gastvrouw en voorzitter, had er zwaar op ingezet. Dat de Amerikaanse president Bush ermee instemde dat een substantiële beperking nodig is van de uitstoot van broeikasgassen, is winst, maar over percentages of data geen woord. Dat de VS toezeggen over een vervolg op het Kyoto-klimaatverdrag in VN-verband te zullen onderhandelen, is in feite het enige concrete resultaat.

Is die vrijblijvenheid erg? Dat hangt er van af wat van een G8-conferentie wordt verwacht. De top begon eind jaren zeventig als een ontmoeting tussen de leiders van de zeven grootste industrielanden in het Franse Fontaineblau. Daar kon informeel van gedachten worden gewisseld. Vrijblijvendheid was de kracht van de formule: geen verwachtingen, en dus ook geen verkrampte drang tot toonbare resultaten. Door de jaren heen is de top uitgegroeid tot een mediacircus. De voorzittende landen wilden zich graag profileren, en dus ‘successen’ boeken. En gaandeweg werden de G7 en later de G8 een magneet voor demonstranten, die de media-aandacht versterkten en nog strengere veiligheidsmaatregelen veroorzaakten.

Juist dat de G8-top zo’n prestigieus evenement geworden is, verhindert dat nieuwe spelers zoals China en India soepel aan boord kunnen worden genomen. Een G7, G8 of welk getal er ook achter de hoofdletter G hoort te staan, zou er het meest bij gebaat zijn als het informele karakter zou terugkeren. Eensgezindheid is altijd het nastreven waard, maar het is al heel wat als er begrip is voor elkaars standpunt. Dat de belangrijkste spelers van de wereldgemeenschap eens per jaar samen in gesprek zijn, het oorspronkelijke doel van deze top, is nog altijd het meest waardevol.