Een top met weinig participatie, als hij al komt

Er komt voorlopig geen top over arbeidsparticipatie. De sociale partners worden pas uitgenodigd als er in de coalitie overeenstemming is over het ontslagrecht.

Guus Valk

Premier Balkenende (CDA) hield gisteren, na afloop van de wekelijkse ministerraad, de moed er in. Maar komt hij er nog wel, de lang aangekondigde participatietop? De afgelopen dagen hebben de coalitiepartners druk gepraat, donderdag in het torentje van de premier en gisteren in de wekelijkse ministerraad. Maar over de agenda van de top konden ze het niet eens worden.

De vraag of er wel of geen top komt is een politieke prestigekwestie geworden. Het kabinet wil op zo’n bijeenkomst met sociale partners en gemeenten afspraken maken over het aan het werk helpen van 200.000 mensen. Voor het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA en ChristenUnie) zijn gesprekken met maatschappelijke organisaties belangrijk. De participatietop werd bij de presentatie van het coalitieakkoord genoemd als belangrijk voorbeeld van deze aanpak. „Mocht het kabinet geen participatietop houden, komt ze haar eigen regeerakkoord niet na”, stelt oppositiepartij VVD nu fijntjes vast.

De uitnodigingen zijn ruim drie maanden na de aankondiging van de top nog steeds niet verstuurd. De regeringspartijen zijn het onderling oneens over de vraag wat er moet worden besproken. Het CDA wil praten over versoepeling van het ontslagrecht, de PvdA en de ChristenUnie niet.

Ook gisteren kwam het kabinet er na uren vergaderen niet uit. Hoewel er volgens premier Balkenende „goede vorderingen” zijn gemaakt, slaagden de ministers er niet in een gezamenlijke agenda vast te stellen voor de top. Balkenende zei tijdens zijn wekelijkse persconferentie dat het een „complex thema” is, waarop de partijen elkaar wel langzaam naderen. Steeds meer partijen beginnen te vrezen dat er helemaal geen participatietop komt.

De laatste weken werd er op het Binnenhof gezegd dat de top donderdag 7 juni zou worden gehouden. Dat was ook zo’n beetje de laatste mogelijkheid voordat het kabinet zijn beleidsprogramma voor de komende vier jaar presenteert, op 14 juni.

Maar 7 juni, eergisteren, verstreek zonder ook maar een beetje zicht op de top. Wel werd er die dag in het torentje van de premier onder meer met de fractieleiders van de coalitiepartijen overleg over gevoerd. De enige uitkomst was dat er weer een nieuwe datum rondzong: 21 juni. Die datum werd gisteren alweer in twijfel getrokken.

Minister Donner (Sociale Zaken, CDA), die de top moet organiseren, wil graag het ontslagrecht bespreken met de sociale partners. Bij een symposium van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid liep hij daar al op vooruit, toen hij zei: „Het is steeds meer een illusie dat er banen voor het leven zijn” en „we kunnen het ons niet veroorloven om onwrikbaar vast te houden aan bestaande systemen en stelsels die langzaam maar zeker aan kracht en betekenis verliezen”.

Maar Donner heeft rekening te houden met een groot aantal gevoeligheden: binnen de coalitie, met de sociale partners en zelfs binnen zijn eigen partij. In het CDA zijn er steeds meer mensen die vinden dat de top beter kan doorgaan zonder het ontslagrecht op de agenda te zetten. Als Donner zijn zin doordrijft, komt er wellicht heibel in de coalitie, vrezen zij. Kamerlid Ton Heerts (PvdA) zei deze week dat het onderwerp voor de PvdA „een clash” waard is.

Donner deed gisteren in de ministerraad een ultieme poging zijn collega’s van PvdA en ChristenUnie ervan te overtuigen dat het ontslagrecht op de agenda moet. Hij had daarvoor enige speelruimte. In het regeerakkoord staat slechts dat er op de top moet worden gesproken over ‘de betekenis van het ontslagrecht’. Wat het kabinet daar precies mee bedoelt, wordt nergens uitgelegd. Donner is er in de Tweede Kamer al een paar keer over aan de tand gevoerd door de linkse oppositiepartijen, maar hij liet tot nu toe niets los.

PvdA en ChristenUnie hebben het ontslagrecht niet tot taboe verklaard, maar ze willen er uitsluitend over praten als ook de vakcentrales dat willen. Kamerlid Heerts (PvdA) zei eerder dat het standpunt van zijn partij „niet in beton gegoten” is.

FNV-voorzitter Agnes Jongerius heeft evenwel in een vroeg stadium laten weten dat zij er niets voor voelt om het voortouw te nemen. Het ontslagrecht versoepelen is voor de vakbeweging alleen bespreekbaar als daar forse beloftes tegenover staan van kabinet en werkgevers, bijvoorbeeld over scholing of loonkostensubsidies. Straks gaat de top wel door, maar komt de FNV niet opdagen, vrezen ingewijden. „Dan wordt het een top met erg weinig participatie.”

Des te opvallender was het daarom dat Jongerius zich de afgelopen dagen optimistisch toonde over de kans dat de top toch doorgaat. Zij sprak donderdagochtend met minister Donner en de voorzitter van de werkgevers, Bernard Wientjes (VNO-NCW), over de mogelijkheid om het ontslagrecht wel te agenderen, maar dan zonder verplichtingen.

De vakcentrale heeft een goede reden om de top te laten doorgaan: het kabinet heeft geld gereserveerd voor verhoging van de participatie, en dat moet worden veiliggesteld. De coalitiepartijen hebben bij de formatie afgesproken dat ze in 2009 300 miljoen euro uittrekken voor verhoging van de participatie, oplopend tot 1,2 miljard euro in 2011. Hoe ze dat gaan inzetten, zou moeten worden besloten op de participatietop.