De stelling van Cox Habbema: Vrouwen schrijven even goed als mannen, houd op met zeuren

Dat maar één vrouwelijke auteur is genomineerd voor de Libris Literatuurprijs heeft met seksisme niets te maken. Het ligt aan de kwaliteit, zegt Cox Habbema tegen Elsbeth Etty.

Cox Habbema is actrice, regisseur, ex-directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg en voorzitter van de jury van de Libris Literatuurprijs 2007 Foto´s Hollandse Hoogte
Cox Habbema is actrice, regisseur, ex-directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg en voorzitter van de jury van de Libris Literatuurprijs 2007 Foto´s Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Naar aanleiding van de jongste editie van de Libris Literatuurprijs waarvan u de jury voorzitter was, is een discussie losgebarsten over vermeend seksisme van literaire jury’s. Er was maar één boek van een vrouw genomineerd. Al jarenlang zijn er geen vrouwelijke winnaars meer van grote literaire prijzen. Wat is volgens u de oorzaak?

„Ik was als voorzitter van de Librisjury de enige vrouw tussen vier mannen. In het juryrapport dat aan de zes genomineerde boeken is gewijd staat: ‘Het vrouwelijke jurylid sloeg haar hoofd tegen de muur. Niet opgepast. Je wist toch hoe dat ging met zo’n mannenjury. Je las dat toch iedere dag in de kranten. Ze haalde alle door een vrouw geschreven boeken uit de dozen, ruim vijftig van de 160. Wat een fatsoenlijk percentage! En ze herlas: lichtgewicht, kleine persoonlijke wissewasjes, thrillers, relatieproblemen, al of niet in moord eindigend, of in een cursus. Zijn het de vrouwen die deze thema’s kiezen of de uitgevers?’”

Met name deze passage in het juryrapport is u niet in dank afgenomen. Alsof vrouwen wegens de keuze van hun onderwerpen minder geslaagde boeken schrijven dan mannen.

„Het zal mijn critici ontgaan zijn dat ik Virginia Woolf parafraseerde. Zij schreef al in 1928 in ‘A room of one’s own’: ‘Dit is een belangrijk boek zegt de recensent, want het gaat over oorlog. Dit is een onbelangrijk boek want het gaat over de gevoelens van vrouwen in een huiskamer.’ Uit zulke inderdaad seksistische recensenten bestond de Librisjury dus niet. De zes boeken die wij hebben genomineerd zijn voor het merendeel geschreven door mannelijke auteurs, maar ze gaan allemaal over privé-situaties.”

Virginia Woolf schreef in hetzelfde essay dat in het leven en ook in de literatuur mannelijke waarden de voorrang hebben. „Platweg gezegd: voetbal en sport zijn ‘belangrijk’, verering van de mode en het kopen van kleren laag bij de gronds.” Zou het kunnen dat het voorrang verlenen aan mannelijke waarden nog altijd een rol speelt bij het beoordelen van boeken van vrouwelijke auteurs.

„Misschien wel, maar niet in de jury waarvan ik voorzitter was.”

Marja Pruis, recensent van onder meer De Groene Amsterdammer wijt het systematisch buiten de prijzen vallen van vrouwelijke auteurs niet aan mannelijke juryleden maar juist aan vrouwelijke. ‘De hel dat zijn de andere vrouwen’. Zij verwijt u queen bee-gedrag en zelfhaat. „Eenmaal een felbegeerd plekje op de apenrots bemachtigd, betonen vrouwen zich de felste criticasters van hun seksegenoten.”

„Dit is volstrekte flauwekul. Ik ben dol op vrouwen, van haat of zelfhaat is geen sprake. Ik vind het net zo’n onzin als dat gepraat over het glazen plafond waar vrouwen steeds tegen aan zouden lopen. Er wordt een externe vijand bedacht.

„Ik ben nu het glazen plafond van vrouwelijke schrijvers. Laten we ophouden te denken dat vrouwen tekort gedaan worden. We kunnen toch ook gewoon zeggen: we doen het niet goed? Hou op met de beledigde leverworst te spelen. Hou op met dat geklaag, doe er wat aan! En hou ook op vrouwen heilig te verklaren.”

Daniëlle Serdijn, recensent van Het Parool is dat met u eens. Niettemin lijkt het haar nuttig het bestuur van de Libris Literatuurprijs te verzoeken voortaan evenveel mannelijke als vrouwelijke juryleden te benoemen.

„Natuurlijk moet dat, het geldt voor jury’s, maar evenzeer voor commissariaten in het bedrijfsleven. Evenwicht is altijd goed. Niet omdat ik denk dat een evenredig aantal vrouwelijke juryleden per definitie meer vrouwelijke genomineerden zou opleveren, maar gewoon omdat het leuker is. Er moeten ook meer gekleurde juryleden komen. Als dat niet gebeurt, blijven jury’s over gekleurde schrijvers praten alsof zij een soort vreemdelingen zijn.”

Als het niet aan de juryleden ligt dat vrouwelijke auteurs buiten de prijzen vallen, waar ligt het volgens u dan aan?

„Puur aan de kwaliteit. Kwantiteit is er genoeg. Ongeveer eenderde van de inzendingen voor de Librisprijs was afkomstig van vrouwen, waar ik erg blij mee was. Toen bleek dat er op de longlist maar een paar vrouwen terecht zouden komen ben ik me rot geschrokken. Ik heb daarop alle door vrouwen geschreven boeken nog eens doorgenomen, maar niets gevonden dat voor bekroning in aanmerking kwam. Misschien ben ik helemaal aangetast door de vier mannen in de jury, maar ik denk het toch niet.”

Als het volgens u niet aan de onderwerpen ligt waarover vrouwen schrijven, waarin zit het kwaliteitsverschil tussen mannelijke en vrouwelijke auteurs dan ?

„Vrouwen schrijven even goed als mannen, maar vaak doen ze er iets anders mee.”

Hoe bedoelt u dat?

„Dat valt moeilijk uit te leggen als je niet praat aan de hand van concrete werken. In een jury doe je dat wel. Aan het einde houd je een stapeltje boeken over die onontkoombaar goed zijn. Toevallig waren dat dit jaar voornamelijk boeken van mannen. En als je me nu naar het verschil vraagt met de niet onontkoombaar goede boeken van vrouwen dan is het dit: die genomineerde mannelijke auteurs komen met een hakbijl binnen, niet met een floret. Vrouwen gaan meestal veel voorzichtiger te werk en ook kleiner. Ze zouden eens moeten proberen sneller, scherper en harder te formuleren.”

De roman van Gerbrand Bakker ‘Boven is het stil’ die wél genomineerd is, vind ik ook niet bepaald snel en scherp en de thematiek is eerder klein dan weids.

„Maar hij hanteert wel de hakbijl om binnen te komen. Zijn eerste zin: „Ik heb vader naar boven gedaan” is grandioos.”

U ontkent dus ieder vooroordeel jegens vrouwelijke auteurs.

„Absoluut. Van jury’s wordt wel eens gezegd dat ze bestaan uit mislukte of gefrustreerde schrijvers die uit rancune handelen. Ik heb gemerkt dat het wanhopige literatuurminnaars zijn die blij zijn met zo’n baan en hun taak uiterst serieus opvatten.”

Dus dat die vrouwelijke auteurs steeds achter het net vissen is helemaal hun eigen schuld?

„Ja en van hun uitgevers. Soms krijg je het idee dat iedere samenwerking tussen schrijvers en uitgevers ontbreekt. Er zijn nauwelijks nog goede redacteuren. Als je de oogst van een heel jaar doorneemt, merk je dat het veelal ontbreekt aan begeleiding, editing en correctie. Die uitgevers moeten misschien ook ophouden voor zo’n zware literaire prijs als de Libris alles wat ze in huis hebben in te zenden. Je hoort mij niet praten over ‘damesromans’. Ik prefereer de term triviaalliteratuur, die ook door mannen wordt geschreven. Houd die buiten de inzendingen, val daar de jury’s niet mee lastig.”

Het blijft jammer dat in het juryrapport een onderscheid gemaakt wordt tussen mannelijke en vrouwelijke literatuur, terwijl u kennelijk het tegendeel beoogde.

„Van dat rapport, dat de verantwoordelijkheid is van de hele jury, neem ik geen woord terug. Maar voor alle duidelijkheid: ik ben tegen dat onderscheid. Er bestaan geen mannelijke en vrouwelijke schrijvers in deze wereld. Alleen maar goede en slechte schrijvers. Er bestaan ook geen specifiek mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. Als je alle mannelijke eigenschappen op een rijtje zet, dan zie je mij. En toch ben ik heel erg een vrouw.”