De lezer schrijft over broodje-aapverhalen

De bijdrage over de hond en het konijn in de rubriek ‘ik@nrc.nl’ op de Achterpagina van 4 juni moet zijn verzonnen. Dat is de ongeschreven regel.

Want het verhaal over de hond die het dode konijn terugbrengt, is een oeroud broodje-aapverhaal, net als verhalen over krokodillen in riolen en dergelijke.

Op krantenredacties moeten bij sterke verhalen alarmbellen gaan rinkelen. Het boekje ‘Broodje aap’ van Ethel Portnoy en dat van Peter Burger over Broodje-aapverhalen / urban legends zouden standaard op de redactie aanwezig moeten zijn. En nageslagen moeten worden.

Dat journalisten dus steeds weer dergelijke verhalen plaatsen, doet het ergste vrezen voor journalistiek onderzoek en controle.

Ik vind overigens een heleboel ikjes te mooi om waar te zijn, maar hier lag het er duimendik bovenop.

Renzo Verwer

Amsterdam

De krant antwoordt

Voor wie het had gemist: de anekdote in kwestie (‘Dood’) betrof een man die zijn hond op een avond aantrof met het dode konijn van de buren in zijn bek. Omdat het licht bij de buren al uit is, plaatst de man het konijn heimelijk terug in zijn hok. De volgende dag een ijselijke kreet van de buurman, en de verklaring: „Gisteren hebben we ons konijn op het veldje hierachter begraven, en nu ligt hij weer in zijn hok... dood!”

Een geestig verhaal. Maar is het ook waar? De lezer weet zeker van niet.

De auteur van het ‘ikje’, om weerwoord gevraagd, geeft per e-mail de volgende uitleg. Hij had het verhaal „een jaar of twintig geleden” al gehoord, met als begin ‘een vriend van me, enzovoorts’. „Omdat ik ervan uitging dat het authentiek was, heb ik het de jaren daarna regelmatig in gezelschap verteld. Niemand heeft me ooit gezegd dat hij het al kende. Ook ik ben er dus ingetuind.” Zijn motief om het nu in te sturen was, schrijft hij, dat het „een unieke anekdote was die de lezers niet onthouden mocht worden”.

De lezer heeft gelijk: het verhaal is een folkloristische klassieker. Op de website van het Meertens Instituut, waar onder meer oude volksliedjes en verhalen worden vastgelegd, vinden we al tien treffers die betrekking hebben op een vergelijkbaar morbide treffen van mens, hond en konijn (via www.meertens.knaw.nl/volksverhalenbank). Op die plek is ook meer uitleg te vinden over dit ‘broodje- aapverhaal’.

Had de redactie dit eerder moeten ontdekken? En wat zijn eigenlijk de eisen aan een ‘ikje’? De belangrijkste spelregel voor het ‘ikje’ is deze: „Voor publicatie in de rubriek ik@nrc.nl komen waar gebeurde verhalen in aanmerking: anekdotes uit eigen ervaring en observatie.”

Het gaat dus een persoonlijke belevenis die geestig kan zijn, verrassend, treurig of melancholiek, maar die in elk geval waar gebeurd moet zijn. Inzenders die variëren op een apocrief verhaal of gewoon iets verzinnen, overtreden dus de eerste en belangrijkste spelregel van de rubriek.

Had de redactie dit moeten ontdekken? Ja, dit ‘ikje’ had niet door de selectie moeten komen en ook niet het ikje over de vrouw die bij de gynaecoloog kwam en zich met glittergel bleek te hebben gewassen. Lezers wezen erop dat ook dit eerder is gepubliceerd. Waakzaamheid is temeer geboden omdat we vorig jaar te maken kregen met een half verzonnen ‘ikje’, over een Canadese oorlogsveteraan die in een Nederlandse trein zonder aanzien des persoons zou zijn beboet. De commotie die dit opleverde haalde tot in Canada de krant. Het incident bleek in de kern wel waargebeurd, maar helaas op een ander moment, toen het huidige boetesysteem niet bestond.

Onze redacteuren van de Achterpagina, gespitst op overdrijvingen of verhalen die net een tikje te mooi zijn, vissen halve en hele verzinsels er regelmatig uit, zoals het hoort. Maar het blijft mensenwerk, en dus glipt er helaas wel eens een broodje aap of een dood konijn doorheen. Als vuistregel blijven we wel uitgaan van de goede trouw van onze inzenders. Anders is de lol er snel af.

Sjoerd de Jong plaatsvervangend hoofdredacteur

Reacties:

www.nrc.nl/lezerschrijft

Nieuwe kwesties:

lezerschrijft@nrc.nl