Daniel Gilbert: Hoe we steeds ons geluk vinden

Tracy Metz spreekt met een Amerikaanse psycholoog die beschrijft hoe we onszelf steeds weer gelukkig maken – of voor de gek houden

HOOG NIVEAU: Vanaf de veertiende verdieping van de Harvard University werkt psycholoog Daniel Gilbert aan zijn studie over geluk: ‘Luister niet teveel naar mij’ Foto Corbis 22 Jun 2004, Cambridge, MA, USA --- Daniel Gilbert, Professor of Psychology at Harvard University, photographed in his office in William James Hall at Harvard and in Harvard Yard, Cambridge, Massachusett. Daniel is both an author or scientific articles and short works of fiction. --- Image by © Rick Friedman/Corbis
HOOG NIVEAU: Vanaf de veertiende verdieping van de Harvard University werkt psycholoog Daniel Gilbert aan zijn studie over geluk: ‘Luister niet teveel naar mij’ Foto Corbis 22 Jun 2004, Cambridge, MA, USA --- Daniel Gilbert, Professor of Psychology at Harvard University, photographed in his office in William James Hall at Harvard and in Harvard Yard, Cambridge, Massachusett. Daniel is both an author or scientific articles and short works of fiction. --- Image by © Rick Friedman/Corbis Rick Friedman/Corbis

Ik ben enorm opgelucht. Ik heb Daniel Gilberts boek Stumbling on Happiness gelezen, maandenlang een Amerikaanse bestseller, en er is een last van me afgevallen. Niet dat ik het geluk heb gevonden – het boek is geen zelfhulphandleiding – maar nu weet ik dat welke beslissing ik ook neem, ik altijd na een tijdje zal vinden dat het de enige juiste beslissing was. Ik zal dus altijd alles zo voor mezelf weten te draaien dat ik er gelukkig van word.

Ben ik nou reuze handig, of neem ik mezelf geweldig in de maling?

Geen van beide, volgens Daniel Gilbert, ik heb gewoon net als iedereen een psychologisch immuunsysteem. Gilbert (49), sinds 1996 als psycholoog aan Harvard verbonden, houdt zich bezig met prospection, de kunst van het voorspellen waar we gelukkig van zullen worden, oftewel affective forecasting. Net zoals ons geheugen zich vaak vergist als we terugkijken, zo speelt onze verbeelding ons parten als we vooruit kijken en proberen ons onze toekomst voor te stellen.

Dat immuunsysteem hebben we dan ook hard nodig: ondanks het feit dat de mens doorlopend het geluk nastreeft, blijken we bijzonder slecht in staat te voorspellen waar we gelukkig van zullen worden. Over dit onvermogen, en het mechanisme dat ons tegen de gevolgen beschermt, heeft Gilbert een onderhoudend boek geschreven, dat al tien drukken heeft gehad en in vierentwintig talen is vertaald; onlangs verscheen de paperbackeditie.

„Er zijn tussen de 100 en de 150 duizend verkocht, ik weet het niet precies’’, zegt hij terwijl hij een blik cafeïnevrije Diet Pepsi uit een privékoelkastje haalt. Zijn huiselijke werkkamer staat op de veertiende verdieping van de William James Hall, een van de weinige gebouwen van Harvard dat niet van baksteen is. „Ik ben geen romanschrijver die om de twee jaar een boek produceert. Mijn uitgever vraagt ook steeds wanneer ik een volgend boek ga schrijven. Dan zeg ik: hier heb ik vijftien jaar onderzoek in zitten, ik schrijf weer een boek als ik weer wat te zeggen heb.” Ondertussen schrijft hij met enige regelmaat voor Time, de New York Times en vaktijdschriften.

Gilberts boek zit vol met experimenten uit eigen onderzoeken die als anekdotes worden gepresenteerd. Zijn stijl is losjes en grappig; herkenbaar zijn de verhalen en voorbeelden altijd.

Hoe komt het dat we zo slecht ons toekomstig geluk kunnen voorspellen?

„Onze hersens houden ons vooral in het heden gevangen. Als we ons een gebeurtenis voorstellen, dan denken we – ten onrechte – dat we er dán net zo over zullen denken als nu. Dat noem ik presentism, waarbij ons beeld van zowel verleden als toekomst wordt bepaald door het heden. Rokers die net een sigaret hebben uitgemaakt, zijn ervan overtuigd dat ze makkelijk kunnen ophouden; tieners geloven stellig dat de tekst ‘Death rocks’ een immer aansprekend motto zal zijn; wie zich op Thanksgiving net heeft volgepropt met kalkoen, kan zich niet voorstellen dat hij ooit weer trek zal krijgen.

„We onthouden vaak de afloop van een ervaring beter dan de ervaring zelf. Als je relatie bitter of verdrietig eindigt dan weet je zeker dat het toch nooit veel soeps was; de vreugde van het moederschap helpt vrouwen de pijn van het baren vergeten. Informatie die we na een gebeurtenis tot ons nemen, verandert onze herinnering eraan.”

Tijdens het lezen van uw boek dacht ik steeds: wat houden we onszelf toch elke keer weer voor de gek.

„Nee, we rationaliseren gebeurtenissen, zowel de prettige als de nare, op zo’n manier dat ze voor onszelf minder pijnlijk worden. De menselijke geest gaat net zo lang rondshoppen tot die een geloofwaardig en comfortabel standpunt over de eigen keuzes heeft ingenomen. Geluk duurt dus nooit zo lang als we verwachten – maar ongeluk ook niet.”

Bij wijze van zelfbescherming maken we er kortom het beste van. Als bewijs citeert hij een uitspraak van een voormalige voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden die na schandalen moest aftreden, en toch beweerde: „Ik ben er nu zo veel beter aan toe, zowel fysiek als geestelijk en financieel.” Zo ook Superman-acteur Christopher Reeves, die ondanks dat hij vanaf de nek verlamd is nu „anderen zo veel beter weet te waarderen dan voorheen”.

Had de evolutie ons niet beter hiervoor kunnen uitrusten? Als je weet waar je gelukkig van wordt, maak je betere keuzes en sta je sterker in het leven, toch?

„De voordelen wegen zwaarder dan de nadelen. Als we niet ertoe in staat waren gebeurtenissen die ons overkomen te rationaliseren en als een voordeel te zien, dan zouden we al op vroege leeftijd het bijltje erbij neer gooien. Onze kijk op de wereld verschuift net zo lang tot we een manier vinden om ons goed of beter te voelen. Deze menselijke eigenschap is een vorm van zelfbescherming, die je helemaal niet kwijt moet willen. We willen immers gelukkig zijn en blijven ’’

Leeft u nu zelf anders, nu u weet dat uw geest elke beslissing tóch als de beste zal ervaren?

„Ik maak dezelfde vergissingen als iedereen, maar ik maak me er misschien minder druk over. Ik durf ook meer. Je wordt moediger als je weet dat je van huis uit toegerust bent met dit schild, ook al zijn we ons er niet van bewust. Maar we blijven ons opwinden, en we blijven ons de toekomst rooskleurig voorstellen, we kunnen niet zonder de combinatie van genadeloze realiteit en troostrijke illusie. Niemand gaat voortaan schouderophalend door het leven omdat ik ze heb verteld dat het toch niet zo veel uitmaakt. Je moet ook niet tevéél naar me luisteren.”

Daniel Gilbert, Stumbling on Happiness, uitg. Knopf, 2006. Nederlandse vertaling: Stuiten op geluk: Hoe geluk gevonden kan worden, uitg. Bert Bakker.