Ouderwets en vrolijk uitgaan in de BeatClub

Ze draaien er muziek waar zelfs je ouders nog te jong voor waren, maar toch is de BeatClub hip en fris.

Hier geen coole sjofelheid: iedereen dost zich mooi uit.

Lekker dansen op sexy jarenzestigmuziek. Foto UnderTheHat.net
Lekker dansen op sexy jarenzestigmuziek. Foto UnderTheHat.net UnderTheHat.net

Uit de speakers komt Light My Fire, maar dan in de soulvolle uitvoering van Erma Franklin, zus van Aretha. Blije dansende mensen, hier en daar een vintage jarenzestig-jurkje, een enkele Elviskuif, paardenstaarten, valse wimpers à la Twiggy. Op een scherm glimlacht de moeder aller pin-ups Betty Page ons in Technicolor toe tijdens een wulps dansje uit de film Teaserama.

We zijn bij een typisch feestje van de Amsterdam BeatClub, een club van deejays die dansfeestjes organiseert op verschillende Amsterdamse locaties. Hier hoor je vooral plaatjes uit de jaren vijftig en zestig. En dan geen collectie Greatest Hits, maar een zorgvuldig gemixte cocktail van soul, beat, exotica, soundtracks, rhythm & blues, latin, popcorn, ska en boogaloo. De avondjes worden opgeluisterd met retro-vermaak als ‘burlesque shows’, go-go danseressen, muzikale acts en filmprojecties. Morgen viert het dj-collectief zijn vierde verjaardag in Paradiso.

BeatClub dj Charley Rhythm verklaart het succes zo: „De muziek die wij draaien klinkt nu nog even fris en funky als toen hij gemaakt werd.” Bezoeker Thomas beaamt dit: „Deze muziek werd gemaakt toen zelfs mijn ouders nog kinderen waren, maar het is alles behalve stoffig.”

Rhythm juicht het toegenomen gebruik van oude muziek in reclames en films toe, en denkt dat ook dat voor de BeatClub goed werkt. „Het is leuk als het publiek een herkenningspunt heeft, daarom draaien we veel covers en onbekende originele uitvoeringen van bekende nummers.”

Alhoewel de BeatClub vooral is gericht op dansmuziek uit de jaren zestig, komt er een heel breed publiek op af. Vaste bezoekster Sanneke (36, restaurateur) noemt de mensen hier „heel divers: liefhebbers van van alles, maar zonder poeha”. Zelf komt ze voor „de muziek en de vrolijkheid”. Volgens Rhythm vinden vooral 25-plussers de BeatClub leuk en zijn vrouwen extra enthousiast, „misschien omdat we zoveel sexy muziek draaien”.

Er is geen dresscode; het kledingadvies luidt hooguit dress to impress. „We vinden het vooral leuk als mensen zich goed kleden als ze uitgaan.”

BeatClub ganger Martin (38), in het dagelijks leven componist en ontwerper, is het daarmee eens. „Dat hele Nederlandse, zo van ‘ik trek aan wat ik naast mijn bed vond, lekker makkelijk’, vind ik niet bijdragen aan de goede sfeer.”

Een van de muzikale acts van de BeatClub is The Phantom Four, een surfband die gitaarinstrumentals speelt met veel Arabische, Indiase en zigeunerinvloeden. Gitarist Phantom Frank (ex-Treble Spankers), die ook vaak solo optreedt bij de BeatClub, vindt de feestjes vooral leuk „omdat het publiek vrolijk is en graag wil dansen. Geen coole toestanden, maar volop plezier.”

En dan is er nog de dansact van Miss Beeby Rose. Deze 28-jarige brengt bij de BeatClub geregeld een striptease-achtig dansje met een knipoog. Bij het publiek gaat het erin als koek.

Naast geprojecteerde achtergrondbeelden van pin-ups, dansende mensen, hot rod-races en trailers van B-films vormt Charley Rhythm samen met medeoprichter Ir. Vendermeulen het dj-vj duo The Scopi-Tonics. Het duo, vernoemd naar een hippe jukebox met muziekfilmpjes uit de jaren zestig, mixt plaatjes met live opnames, tv-clips en ‘scopitones’.

Een piepjonge heupschuddende Tina Turner in gouden jurkje zingt de longen uit haar lijf, bijgestaan door haar in knalroze jurkjes geklede achtergrondzangeressen. Bij een live clip van Roy Orbison’s Pretty Woman, waarbij de cameraman veel oog heeft voor een jongedame met blond suikerspinkapsel, gaat hier en daar gelach op. Vertaalster Christine (32), die twee jaar geleden de BeatClub ontdekte, vindt de beelden „echt geweldig. Er straalt zoveel blijheid vanaf”.

In de toekomst zouden de deejays het liefst een vaste plek hebben waar ze elke maand een spetterend feest kunnen organiseren, „de bovenzaal van Paradiso of zoiets”. Zo’n vaste plek heeft het collectief notabene wel gevonden in het Ierse Dublin, maar in thuisstad Amsterdam is dit nog niet gelukt. Vier jaar na de oprichting groeit de club langzaam, maar gestaag.

Rhythm: „We krijgen er steeds weer een paar nieuwe fans bij, die dan laaiend enthousiast naar ons toe komen van ‘Wow! Ik heb jullie ontdekt. Ik heb eindelijk een plek om te dansen’.”