Falende hulp dwingt Afrika tot initiatief

De G8 houdt zich niet aan de belofte van twee jaar geleden om Afrika te helpen. Gelukkig maar, vinden sommigen. Afrika groeit, ondanks én dankzij de apathie in het Westen.

De leiders van de G8 maakten gisteren een wandeling in Heiligendamm. Vandaag besloten zij vierenveertig miljard dollar uit te trekken voor ziektenbestrijding in Afrika. Foto AP Italian Prime Minister Romano Prodi, U.S. President George Bush, Britisch Prime Minister Tony Blair, Japanese Prime Mnister Shinzo Abe, German Chanellor Angela Merkel and Canadian Premier Stephen Harper, from left, take a walk in historic Heiligendamm, Germany, Thursday, June 7, 2007. The leaders of the G8 nations are holding their annual summit in the sea resort on June 6-8, 2007. (AP Photo/Michael Sohn)
De leiders van de G8 maakten gisteren een wandeling in Heiligendamm. Vandaag besloten zij vierenveertig miljard dollar uit te trekken voor ziektenbestrijding in Afrika. Foto AP Italian Prime Minister Romano Prodi, U.S. President George Bush, Britisch Prime Minister Tony Blair, Japanese Prime Mnister Shinzo Abe, German Chanellor Angela Merkel and Canadian Premier Stephen Harper, from left, take a walk in historic Heiligendamm, Germany, Thursday, June 7, 2007. The leaders of the G8 nations are holding their annual summit in the sea resort on June 6-8, 2007. (AP Photo/Michael Sohn) Associated Press

Nu de rijke industrielanden opnieuw bij elkaar zijn, staan de anti-armoede-activisten klaar met hun rekenmachine. Wat is er terechtgekomen van de beloften die de leiders van de G8 twee jaar geleden op de top in het Schotse Gleneagles deden aan de arme landen?

Te weinig, zegt DATA, een actiegroep die werd opgericht door popzanger Bono om extreme armoede de wereld uit te helpen. Achttien arme landen (waarvan veertien Afrikaanse) kregen weliswaar hun schulden kwijtgescholden, maar ze ontvingen minder hulp. De rijke landen hebben sinds 2005 minder dan de helft van de beloofde hulp gegeven. Met name G8-gastland Duitsland, en ook Frankrijk en Italië laten het afweten. Met het huidige tempo halen ze nooit de doelstelling om de jaarlijkse hulp aan ontwikkelingslanden tegen 2010 te verdubbelen tot honderd miljard dollar, waarvan de helft bestemd is voor Afrika.

Volgens berekeningen van hulporganisatie Oxfam zal de G8 tegen 2010 zeker dertig miljard dollar minder hebben uitgegeven dan beloofd, „ten koste van vijf miljoen mensenlevens, vooral kinderen”. De G8 komt zijn beloften niet na, de hulp aan Afrika stagneert. Maar is dat erg? Jawel, zeggen ze bij Oxfam, want „hulp werkt”. Hulp heeft er volgens hen voor gezorgd dat zeker twintig miljoen Afrikaanse kinderen naar school konden. Dankzij hulp kregen 780.000 seropositieve Afrikanen aids-remmende medicijnen en werden twee miljoen tbc-patiënten behandeld.

Integendeel, betoogde de voorzitter van ’s werelds grootste diamantbedrijf De Beers deze week in Londen. „Afrika heeft succes, niet ondanks de apathie en onbetrouwbaarheid van de internationale gemeenschap, maar dankzij”, zei Nicky Oppenheimer tegen bij de denktank Royal United Services Institute. Sinds Gleneagles groeien de economieën van Afrikaanse landen gemiddeld met 5 procent per jaar, tegenover 2 procent in de jaren tachtig en negentig. Er wordt nu ook veel minder gevochten dan eind jaren negentig.

Volgens Oppenheimer is het maar beter dat Afrika van de agenda is verdrongen door klimaatverandering, Irak, Afghanistan en de koele relatie tussen Rusland en het Westen. „Het heeft Afrikaanse landen gedwongen om meer op zichzelf te vertrouwen en verantwoordelijkheid te nemen. Simpele oplossingen als meer hulp zullen nooit werken voor Afrika.”

Afrika kijkt niet langer naar het rijke noorden voor hulp. Het lonkt naar opkomende markten als Brazilië, gaat banden aan met Rusland en Iran, en profiteert vooral van de explosieve groei van India en China.

[Vervolg AFRIKA: pagina 5]

AFRIKA

China geeft meer dan Wereldbank

[Vervolg van pagina 1] Afrika vindt er een groeiende afzetmarkt voor grondstoffen als olie, koper en goud. Maar ook voor de landbouwproducten die Europa en de Verenigde Staten met subsidies buiten de deur proberen te houden.

De oude Noord-Zuidverhouding waarbij Europa en de Verenigde Staten bepalen wat goed is voor Afrika heeft concurrentie gekregen. China verdringt traditionele geldschieters als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. In 2005 leenden de Chinezen meer dan acht miljard dollar aan Nigeria, Angola en Mozambique. In het zelfde jaar gaf de Wereldbank in heel Afrika nog geen kwart van dat bedrag uit.

Chinese bedrijven slepen tegenwoordig bijna de helft binnen van alle contracten die Afrikaanse regeringen uitschrijven voor publieke werken. De handel tussen Afrika en China vervijfvoudigde in zes jaar tijd. „China’s groeiende aanwezigheid in Afrika is misschien de belangrijkste ontwikkeling voor het continent sinds het einde van de Koude Oorlog”, aldus Oppenheimer.

Eén Afrikaans land is inmiddels uitgegroeid tot de belangrijkste bron van buitenlandse investeringen op het continent. Sinds het einde van de apartheid is de handel tussen Zuid-Afrika en de rest van het continent vervijfvoudigd en investeren Zuid-Afrikaanse bedrijven een miljard dollar per jaar. Dat is vooral goed voor Zuid-Afrikaanse bedrijven als De Beers, klagen buurlanden geregeld. Zoals Chinese investeringen vooral goed zijn voor China.

En veel westerse hulp ook vooral goed is voor westerse bedrijven. Een goed voorbeeld zijn de programma’s van het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, dat voor veel Afrikaanse steden het watermanagement ontwierp. Het contract voor Dar es Salaam, hoofdstad van Tanzania, werd gegeven aan het Britse bedrijf Biwater en kostte de Britse belastingbetalers 273.000 pond. Aan de samenwerking kwam in mei 2005 een einde toen de Tanzaniaanse regering concludeerde dat de Britten slechts de helft van de beloofde investeringen hadden gedaan, terwijl de waterrekeningen onbetaalbaar waren geworden en de watervoorziening aanzienlijk bleek verslechterd.