Dolen langs de loketten

België, dat is toch een Europees land, dacht ik toen ik bijna 22 maanden geleden naar Brussel verhuisde. Wat was ik naïef. In elk gebouw hoor je vertellen hoe mooi het vrije verkeer van personen in de Europese Unie is. Maar, zoals een collega zei: „Je steekt de straat over, en het gaat al mis.”

Je hebt hier aardige bureaucraten, zoals de bankemployé die me voor zijn kinderfeest uitnodigde. Maar naar de vreemdelingendienst van de gemeente Brussel durft mijn vriendin al bijna niet meer te gaan. Ze wil hier verblijven omdat ik hier verblijf. En ze is tenslotte zo’n vrije EU-burger.

Zo’n vijftien keer zijn we nu in het ‘administratief centrum’ geweest, alleen of samen. Een bezoek duurt uren, want er zijn altijd rijen. Elke keer is er weer een nieuw formulier of vergeten stempel nodig.

Ik verbaas me erover. Maar de Belgische overheid weet zelf ook hoe erg ze kan zijn. De staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, Vincent Van Quickenborne, wordt liefkozend ‘Q’ genoemd, alsof hij een geheim agent is die het Kwaad van binnenuit bestrijdt. Hij heeft een website: www.kafka.be.

Na veertien maanden kreeg mijn vriendin een tijdelijke verblijfskaart. Die werd gestolen, dus deed ze aangifte bij de politie. Geen kwaad woord over de politie hier: onze wijkagent is al een keer of vijf bij ons thuis geweest. Waar maak je dat nog mee?

Maar bij het administratief centrum ging het weer mis toen mijn vriendin haar ‘verblijfskaart’ wilde verlengen. Na een eerste ochtend wachten werd ze – hoogzwanger – teruggestuurd naar het politiebureau, waarna bleek dat ík nog iets moest ondertekenen.

Ik pakte de telefoon.

„Mevrouw, wát moet ik tekenen?”

„Een verklaring van ten laste neming.”

,,Die heb ik al getekend.”

„Ik zie ’m hier niet.”

„Mijn vrouw heeft ’m vanmorgen aan het loket laten zien.”

Uiteindelijk bedacht de bureaucraat een nieuw argument: „U heeft een ‘artikel 123’ nodig.”

Natuurlijk. Maar waarom is dat ons niet eerder verteld?

„Als mevrouw niet de juiste vraag stelt, kunnen wij geen volledig antwoord geven.”

Ik noem mijn vriendin vaak ‘mijn vrouw’, ook al zijn we niet getrouwd. Het lijkt me wel wat, trouwen. Het zou de procedure vergemakkelijken. Alleen moeten we langs het administratief centrum om het te regelen.

jeroen van der kris