De weg van geknutsel naar catwalk

Het begint met schetsen en dromen, maar een mode- ontwerper moet ook gewoon z’n waar verkopen.

Op de Mode Biënnale in Arnhem zie je alle stadia.

In de immense hal van de Arnhemse Steenfabriek volgt de bezoeker van de Mode Biënnale een met pallets uitgezette route. Foto Luciana Caputo Mode Biennale Arhnem 2007 locatie Steenfabriek Foto Luciana Caputo
In de immense hal van de Arnhemse Steenfabriek volgt de bezoeker van de Mode Biënnale een met pallets uitgezette route. Foto Luciana Caputo Mode Biennale Arhnem 2007 locatie Steenfabriek Foto Luciana Caputo Caputo, Luciana

Mode is knutselen. InArtEZ, het door Rietveld ontworpen gebouw van de Arnhemse modeacademie dat wordt ingezet tijdens de modebiënnale die deze maand plaatsvindt, is de ambachtelijke, praktische basis van het vak even heel zichtbaar en voelbaar.

Studenten dwarrelen er rond in hun eigen creaties – twee vriendinnen spiegelen elkaar met ieder één half afgeknipte broekspijp – en op prikborden is de ontstaansgeschiedenis van de eerste, eigen collectie van een paar van hen in detail te volgen: schetsjes, materiaalresten, ideeën over een te kleden alter ego.

Voor mode-illustrator en artistiek leider van de biënnale Piet Paris moet het ook zo begonnen zijn: fantaseren over een wereld die mooier, aangenamer is dan de echte. Mode is nog altijd de „basis voor zijn geluk”, licht Paris toe in het programmaboekje, en daarom koos hij Happy Fashion als thema voor de hoofdtentoonstelling.

Behalve het academiegebouw staan het Museum voor Moderne Kunst en een met een (overigens nogal griezelige) loopbrug en een pontje bereikbare Steenfabriek vol ‘happy’ ontwerpen. Dat is een verfrissend en opbeurend uitgangspunt, in een tijd waarin de publieke perceptie van mode vooral wordt bepaald door gruwelverhalen over modellen en hun drugs- en eetproblemen. ‘Models should eat’, schreef een student op een prikbord in de kantine vanArtEZ, en daar blijft het wel zo ongeveer bij. Hier gaat het om de kleding.

Meer nog dan voor vrolijkheid staat Paris’ ‘happy’ voor nostalgie. Overal strooit hij zijn eigen, gelukkige jeugd in plukjes in het rond: in het Museum voor Moderne Kunst staan lege flessen Bruidstranen van Bols, met het speeldoosje met danseresje nog op de bodem, en is er een vitrine vol poppetjes van E.T. en andere helden; in de Steenfabriek staat een complete SRV-wagen. Het zijn geestige, maar wel erg particuliere referenties aan een jeugd die wij niet kennen, en waarvan we de sporen in Paris’ oeuvre ook niet kunnen zien: van hem hangt er hier helaas nauwelijks werk.

De tientallen geselecteerde ontwerpers, beroemde namen en jong Nederlands talent door elkaar, zijn ook nostalgisch. In de immense hal van de Steenfabriek, waar de bezoeker een met pallets uitgezette route volgt, knipoogt een zwart-witgeprinte diva vanaf rechte cocktailjurken die doen denken aan T-shirts uit de jaren tachtig (Lanvin). Staan new-agesurfers stram naast elkaar in hun lange, paars-groen-oranje zwembroeken (Cassette Playa), en pronkt een dame met rond haar middel genaaide zwembandjes (Gareth Pugh). Yoshikazu Yamagata uit Japan vertaalde zijn heimwee naar zijn geboortedorp heel letterlijk in gehaakte-huisjes-jurken: het dak is de kraag, handen steken door de ramen.

De optimistische toon en de overvloed aan originele ideeën kan een ander, belangrijk aspect van mode niet verhullen. Wat ontstaat uit geknutsel en dagdromerij moet daarna, heel simpel, zijn commerciële nut bewijzen, in een sfeer van moordende concurrentie. Mode is tough business, daar komt elke net afgestudeerde ontwerper snel genoeg achter.

In de Steenfabriek staat dus óók een professionele catwalk, laat het sponsorende spijkerbroekenmerk G-Star opzichtige sporen na en is er zelfs een complete winkel ingericht, waar tassen, kleren en koffietafelboeken worden verkocht.

Arnhem Mode Biënnale, t/m 30 juni. Kijk voor het complete programma op arnhemmodebiennale.com