Vijf keer vrijspraak in moordzaak-Calvi

Een rechtbank in Rome heeft gisteren wegens gebrek aan bewijs vijf personen vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord in juni 1982 op de Italiaanse bankier Roberto Calvi. Tegen vier van de vijf was levenslang geëist.

Calvi was directeur van de Banco Ambrosiano, destijds de grootste particuliere bank van Italië, totdat die failliet ging. Het Vaticaan was grootaandeelhouder van deze bank. Om die reden werd Calvi ook wel de ‘bankier van God’ genoemd. Het faillissement van de bank geldt als een van de grootste fraudeschandalen in Italië.

Calvi werd destijds in Italië veroordeeld tot celstraf wegens corruptie. Kort daarop werd hij in Londen dood aangetroffen, hangend in een strop onder de Blackfriars Bridge. In zijn zakken zaten stenen plus 15.000 Britse ponden aan contanten. Het motief voor zijn verblijf in Groot-Brittannië – gevlucht? gelokt? ontvoerd? – is nooit opgehelderd.

Een Britse lijkschouwer kwam tot het oordeel dat Calvi zelfmoord had gepleegd. Maar zijn familie vermoedde dat hij het slachtoffer was geworden van de georganiseerde misdaad. Italiaanse aanklagers heropenden de zaak in 2002, nadat ze zelfmoord hadden uitgesloten.

De opvallendste van de vijf verdachten was de voormalige Siciliaanse maffiabaas Pippo Calo. Volgens de openbaar aanklager wilde hij de bankier straffen voor financiële verliezen. De andere vier verdachten waren twee zakenlieden, de ex-vrouw van een van hen en Calvi’s chauffeur/bodyguard. Alleen voor de vrouw had de openbaar aanklager vrijspraak gevraagd. (AP, Reuters)