Dit gezin vertrekt en dit gezin blijft

Het generaal pardon is menselijk én onverbiddelijk.

Wie niet aan de criteria voldoet, moet weg. Ook als hij hier al vijf of zes jaar woont.

Bayansogt en Ariunsanaa Tsog met hun moeder Javuuwho Damdinsuren Foto’s Merlin Daleman Nederland, Wageningen, 04-06-07 vlnr. Ariunsanaa Tsog, Javuuwho Damdinsuren, Bayansogt Tsog. © Foto Merlin Daleman
Bayansogt en Ariunsanaa Tsog met hun moeder Javuuwho Damdinsuren Foto’s Merlin Daleman Nederland, Wageningen, 04-06-07 vlnr. Ariunsanaa Tsog, Javuuwho Damdinsuren, Bayansogt Tsog. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Vlado Kovacevic bladert nerveus door stapels papieren. Hij zit op de bank in zijn piepkleine huiskamer in het asielzoekerscentrum in Middelburg. De afgelopen dagen heeft hij weer tientallen keren zijn dossier doorgenomen. Zijn handen trillen onophoudelijk. Zijn vrouw Mladenka schenkt met betraande ogen limonade in. Dennis (11) zit hulpeloos naast zijn vader. Alleen Lucas (1) kijkt onbekommerd.

De Kroatische katholieken ontvluchtten dertien jaar geleden Bosnië, verbleven twee jaar in Duitsland, drie jaar in Slovenië en vroegen in januari 2001 asiel aan in Nederland. Net op tijd, zo bleek de afgelopen maanden, om in aanmerking te komen voor de pardonregeling.

Dachten ze.

In een kale flatwoning in Wageningen is de sfeer optimistisch. Bayarsogt (17) en Ariunsanaa (15) Tsog weten het zeker. Ein-de-lijk krijgen ze een verblijfsvergunning. In 1998 arriveerden ze uit Binnen-Mongolië, een semi-autonome regio van China, in Nederland.

Ze zijn al sinds 2002 uitgeprocedeerd, maar China wil hen niet als onderdanen erkennen. Ze kunnen niet terugkeren. Ze bivakkeerden drie jaar op de zolder bij een Nederlands gezin, al jaren leven ze van liefdadigheid. Sinds vorig jaar zomer wonen ze in deze flat die gesloopt zal worden.

Maar het was niet voor niets.

Vandaag praat de Tweede Kamer over het voorstel voor een generaal pardon van staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA). De pardonregeling voorziet in een verblijfsvergunning voor uitgeprocedeerde asielzoekers die vóór 1 april 2001 naar Nederland zijn gekomen, hier aantoonbaar zijn gebleven en geen ernstige delicten hebben gepleegd. Schattingen over hun aantal lopen uiteen van vijfentwintig- tot dertigduizend.

Opluchting dus. Maar niet bij iedereen. Asielzoekers die ná april 2001 zijn gekomen, vallen buiten de regeling. Dat wisten ze al, maar velen van hen wachten ook alweer vijf of zes jaar.

Ook uitgeprocedeerde asielzoekers die voor april 2001 asiel aanvroegen, mogen niet allemaal blijven. De familie Kovacevic bijvoorbeeld heeft 1F. Dat betekent dat Vlado Kovacevic (37) wordt verdacht van oorlogsmisdaden, maar vervolgd wordt hij niet. Hij zou in Bosnië gediend hebben bij de paramilitaire eenheid, de Zwarte Zwanen.

Vlado Kovacevic zweert bij de heilige maagd Maria dat het niet waar is. Hij diende tussen 1992 en 1994 in het legale leger van Bosnië-Herzegovina. Zijn overplaatsing naar de Zwarte Zwanen in 1994 was juist de reden met vrouw en kind het land uit te vluchten, zegt hij.

Vlado Kovacevic: „Ik ben katholiek. De Zwarte Zwanen bestonden alleen uit moslims. Alleen daarom was het voor mij onmogelijk om te dienen. Ik was er ook tegen.”

Hij heeft bewijzen. Hij bladert en bladert. Een officieel vertaald stuk waarin staat dat hij tot 1 januari 1994 in het legale Bosnische leger diende. Een brief van een buurman uit Bosnië: „Ik wil bevestigen dat hij nooit een gevaar was voor de samenleving.” Hij heeft salarisstrookjes van het leger. Velletjes papier dwarrelen op de grond.

Hoe kon het zo fout gaan dan? Vlado Kovacevic haalt wanhopig zijn schouders op. Het gezin kreeg van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een Albanese tolk toen het in Nederland aankwam en het vluchtverhaal moest vertellen.

Misschien, denkt hij nu, heeft die het verhaal niet goed begrepen. Of opzettelijk verkeerd vertaald. Vlado Kovacevic had bezwaar moeten aantekenen tegen het verslag. „Ik sprak geen woord Nederlands. Ik had een slechte advocaat die me daar niet op wees.”

De familie Kovacevic is een modelgezin. Ze hebben vooral Nederlandse vrienden en kennissen en leerden van hen Nederlands. De vrienden en kennissen probeerden hen de afgelopen jaren aan een verblijfsvergunning te helpen door brieven aan de IND te schrijven. Een Nederlandse man die Vlado ontmoette tijdens het vissen, een agente van de politie Zeeland, een medewerker van het asielzoekerscentrum, de directeur van de basisschool van Dennis; allemaal verklaarden ze op papier dat het „volledig geïntegreerde gezin” een aanwinst zou zijn voor Nederland. Een Middelburgse aannemer schrijft dat hij Vlado Kovacevic, schilder van beroep, direct een baan zal aanbieden als hij legaal mag werken.

Bayarsogt Tsog ziet zichzelf ook als helemaal Nederlands. Volgend jaar doet hij examen gymnasium. Zijn zus zit in drie vwo. School was al die jaren een soort brandstof om door te gaan, zegt Bayarsogt. „Ik wilde zo goed mogelijk presteren om later een beter leven te kunnen leiden. Maar echt in de toekomst kijken, durfde ik nooit. Nu kan dat eindelijk wel.” Hij wil technische informatica gaan studeren aan de TU Twente.

Bayarsogt is gewend het woord te voeren. Hij is hoofd van het gezin. Zijn vader is in Binnen-Mongolië gebleven. Hij streed tegen de Chinese overheersing en moest dat met de dood bekopen, denken zijn kinderen. Hun moeder, een kleine vrouw, vertelt in gebroken Nederlands over de lange jaren van onzekerheid na hun vlucht. Over het leven als illegaal op een zolderkamer met twee kinderen. Ze kregen steun van Ons Pardon, een organisatie die uitgeprocedeerden helpt, met instemming van de gemeente Wageningen. „Het was zware tijd.” Ze vertelt het verhaal zonder zelfmedelijden.

„Als mijn moeder stress heeft, krijgt ze dat als een ziekte terug”, zegt haar zoon. „Ze had constant hoofdpijn en kon slecht slapen. Zijn moeder knikt heftig. Sinds de pardonregeling is aangekondigd, blijft de hoofdpijn weg. Moeder Javuuwho Damdinsuren volgt nu Nederlandse les. „Heel moeilijk. Vooral zinnen bouwen is lastig. Maar de kinderen helpen me. Ik moet me alleen kunnen redden, de kinderen blijven niet voor altijd thuis wonen.”

Ariunsanaa voelt zich Nederlandse, „al blijf ik altijd een beetje anders dan de andere kinderen in mijn klas met mijn naam”. Ariunsanaa betekent ‘heldere gedachte’. De naam van haar broer ‘feestvonk’. De meisjes van haar voetbalteam noemen haar Ari voor het gemak. Ze lacht.

De dagen na het interview belt Vlado Kovacevic een paar keer op. „Denk je dat het uitmaakt, het artikel? Gaan ze nog een keer naar ons kijken? We kunnen alleen maar huilen. Niet meer spelen met de kinderen. Alleen maar huilen, huilen, huilen.”