Weer ’n aaibaar dier erbij

Niet alleen ontdekt Conservation International spectaculaire diersoorten.

Vervolgens beschermt de organisatie de habitat met geld van rijke Amerikanen.

Uitzicht vanaf het Lely plateau in het oosten van Suriname. In 2005 organiseerde Conservation International hier een expeditie. Foto AP In this photograph released by Conservation International on Monday, June 4, 2007, the view from the top of the Lely Plateau is shown in this 2005 file photo, during an expedition in eastern Suriname. Scientists said Monday they have discovered at least 24 new amphibians, including the Atelopus frog with distinctive purple markings, as well as six types of fish, 12 dung beetles and one ant species. (AP Photo/Conservation International/Jan Wirjosentono) ** NO SALES **
Uitzicht vanaf het Lely plateau in het oosten van Suriname. In 2005 organiseerde Conservation International hier een expeditie. Foto AP In this photograph released by Conservation International on Monday, June 4, 2007, the view from the top of the Lely Plateau is shown in this 2005 file photo, during an expedition in eastern Suriname. Scientists said Monday they have discovered at least 24 new amphibians, including the Atelopus frog with distinctive purple markings, as well as six types of fish, 12 dung beetles and one ant species. (AP Photo/Conservation International/Jan Wirjosentono) ** NO SALES ** Associated Press

Een tot dusver onbekend kikkertje met felpaars fluorescerende strepen haalde deze week de wereldpers. Het was weer zover: expedities in opdracht van natuurbeschermingsorganisatie Conservation International lijken welhaast garant te staan voor de ontdekking van aaibare of op zijn minst spectaculaire diersoorten.

Begin 2006 traden wetenschappers naar buiten met de herontdekking van een zeldzame boomkangoeroe in het binnenland van Papoea. In september vorig jaar was er de epaulethaai die met zijn vinnen over de zeebodem ‘loopt’ rond het Nieuw-Guineese schiereiland Vogelkop. De nieuwste ‘trofee’ van Conservation International, de gestreepte kikker, is ontdekt in de bossen van het 500 tot 700 meter hoge Nassau-bergplateau in het oosten van Suriname.

Met rijke Amerikaanse financiers als Wal-Mart oprichter Rob Walton heeft Conservation International de middelen om wetenschappers op pad te sturen. „Zo’n expeditie van 13 wetenschappers kost algauw ettelijke tienduizenden euro’s”, zegt Olaf Bánki, een plantendeskundige van het Herbarium Utrecht die het gebied al meermalen heeft bezocht. Met de ontdekking van 24 nieuwe soorten in twee kortdurende expedities krijgt Conservation International opnieuw waar voor zijn geld.

Conservation International genereert niet alleen publiciteit voor de wetenschap, het werkt óók doelgericht aan natuurbehoud. „We richten ons op een beperkt aantal bedreigde gebieden waarvan is aangetoond dat er een hoge diversiteit aan soorten is”, zegt de woordvoerder Pieter Borkent. Het betreft 34 hotpots, in 1988 voor het eerst gedefinieerd door de Amerikaanse bioloog Norman Myers, plus een beperkt aantal uitzonderlijke, ‘zeer grote en ongerepte’ natuurgebieden, waartoe ook het Surinaamse Amazonegebied behoort.

„Feit is dat Conservation International enorme financiële middelen weet te genereren”, zegt Pieter van der Gaag van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN. „Ze hebben toegang tot mensen met geld, met name in Amerika. Dat geld hebben we nodig om kennis te vergaren over bedreigde gebieden. Bovendien zorgt Conservation International ervoor dat gebieden worden opgekocht en als natuurpark beheerd.”

Eind vorige maand verklaarde de Indonesische minister van Mariene zaken Freddy Numberi 900.000 hectare aan wateren rond de Vogelkop tot beschermd gebied – een vrijplaats voor de mediagenieke schuifelende epaulethaai. Conservation International was ook de belangrijkste voortrekker bij de totstandkoming, in 1998, van het Centraal Suriname Natuur Reservaat, een park dat 15 procent van het Surinaams grondgebied beslaat. „Dat staat buiten kijf”, zegt Olaf Bánki. Hij merkt wel op dat andere gebieden waar de spanning tussen natuurbehoud en ontwikkeling zichtbaar is, in Suriname minstens zo belangrijk zijn als de bescherming van het grondgebied in het park.

Ook de wetenschappelijke expeditie naar de hooglanden in Suriname dient een concreet doel. „Het zal juridisch wel niet mogelijk zijn in deze hooglanden een beschermd natuurgebied te realiseren”, zegt Olaf Bánki. „De lokale mijnbouwbedrijven zullen zich de plaatselijke concessies voor de bauxietwinning waarschijnlijk willen behouden. Wel is het de bedoeling ervoor te zorgen dat deze bedrijven voorlopig afzien van mijnbouw in deze gebieden die uitzonderlijke ecosystemen herbergen, maar ook belangrijke bronnen van schoon water zijn.”

Bánki vermoedt dat de betrokken mijnbouwbedrijven, BHP Billiton en Suralco, zullen besluiten elders in Suriname concessies te gaan exploiteren, indien zij voorlopig afzien van de mijnbouw op de plateaus van Nassau, Lely en de Brownsberg. „Er zijn plannen in het West-Surinaamse Bakhuisgebergte een groot stuwmeer aan te leggen”, zegt hij.