Vanochtend vroeg, in de Hema

Moeder, vraagt Jip.

Waar zijn we?

In de Hema, zegt de moeder van Jip. Waar we altijd zijn.

Ja, maar het is hier zo gek, zegt Janneke.

Het is anders, vindt Jip.

Dat komt, zegt moeder, omdat we zijn overgenomen.

Janneke kijkt bezorgd. Wat is dat, overgenomen?

Dan komen er meneren uit Engeland, en die doen alsof ze geld geven. En daarna zijn ze de baas, weet moeder.

Maar we mogen toch geen geld aannemen van vreemde meneren, zegt Jip.

Moeder kijkt stuurs.

Jip tuurt in het rond. Hij schrikt. Janneke schrikt ook.

Waar is Takkie?

Takkie is weg!

En waar is Siepie?

De hond en kat zijn nergens te zien.

Rustig maar, zegt moeder. Ze komen dadelijk terug. De meneren hebben ze meegenomen.

De kinderen worden ongerust.

Dan gilt Janneke het uit.

Jip, kijk!

Op de grond tussen de schappen komt een beest aangelopen. Het heeft de kop van Takkie, maar het lijf van Siepie!

Janneke huilt.

Jips onderlip trilt.

Wat is er gebeurd?

Moeder vermant zich. Het zijn de meneren uit Engeland, zegt ze. Die vonden dat we ook wel met één huisdier toe kunnen.

Waarom?, snikt Jipt.

Het heet synergie, zegt moeder.

Janneke grijpt plotseling naar de voorzak in haar overgooier.

Gelukkig. Poppejans is er nog. Maar wat ruikt ze vies.

Bah!

Ze trekt haar neus op.

Dat komt door de poppenwas, zegt moeder. Die mag niet meer van de meneren. Dat vinden ze zonde van hun geld.

Van hun geld? Vraagt Jip.

Nou ja, zegt moeder. Van ons geld. Maar het is nu van hen. Geloof ik.

Mag ik al van mijn ontbijtbordje af?, dreint Janneke.

En ik van mijn mok?, zanikt Jip.

Pas na sluitingstijd. Dat weten jullie toch.

Dan gaan we lekker spelen, zegt Jip.

Moeders stem wordt nu zacht.

Spelen mag niet meer, jongens. Vanaf vandaag moeten we elke nacht wasknijpers maken.

Waarom?, willen de kinderen weten.

Om onze schulden af te lossen. Dat hebben de meneren gezegd. We hebben schulden omdat zij ons hebben gekocht.

Elke nacht wasknijpers? Janneke krijgt tranen in haar ogen.

Elke nacht wasknijpers, zegt moeder. Maar wel in leuke kleurtjes. En dan eten we rookworst en tompoezen.

Alwéér?, zeurt Jip.

Maarten Schinkel