Tobber temidden van feestgedruis

Gert-Jan Dröge, die gisteren op 64-jarige leeftijd na een kort ziekbed aan longkanker overleed, was de hofnar van „society-minnend Nederland”.

Het zoeken naar de juiste toon was altijd het moeilijkst, zei Gert-Jan Dröge zelf. De mensen die hij filmde – jetset, nouveau riche en sterren van a-, b- en c-kaliber – moesten min of meer in hun waarde worden gelaten. En tegelijk wenste hij de kijker te amuseren. Zo kwam elke nieuwe aflevering van zijn tv-serie Glamourland pas na veel tobben tot stand. Dagenlang kon hij zwoegen op één enkel zinnetje of één enkele beeldwisseling. Maar dat heeft een serie onvergetelijke televisieprogramma’s opgeleverd – vaak door andere, minder getalenteerde tv-makers geïmiteerd, maar nooit geëvenaard. Zo leuk als hij kon niemand het.

Gert-Jan Dröge was een tandartszoon uit Enschede, die van jongs af aan wist dat hij zo snel mogelijk weg moest uit die stad. Zijn uitweg werd de toneelschool in Arnhem, waar hij geen acteur werd, maar wel de contacten legde om al in 1966 een baantje als regie-assistent bij de succesmusical Anatevka te krijgen, en in 1969 bij de grote Holland Festival-productie Reconstructie. Daarna rolde hij van het een in het ander: programmeur bij het hoofdstedelijke popcentrum Paradiso, manager van discotheek De Schakel in Amsterdam en medeoprichter van nachtcafé Chez Nelly (met Nelly Frijda). Bij de discotheek Richter organiseerde Dröge samen met presentator Jan Lenferink de talkshow RUR, die hem in contact met de televisie bracht.

Een wekelijkse fotopagina met malicieuze bijschriftjes die hij in de jaren tachtig als grachtengordelkenner maakte voor de Haagse Post groeide in 1990 uit tot zijn AVRO-rubriek Glamourland die in diverse gedaantes (en bij diverse zenders) tien jaar lang heeft bestaan. Steeds weer raapte de verlegen misantroop Dröge al zijn moed en charmes bij elkaar om zich in pak met das in uiteenlopend feestgedruis te storten, onderwijl quasiverbaasde blikken in de camera werpend. Tot de talloze hoogtepunten behoorden de Wassenaarse vriendinnenlunch van de Duitse diplomatenvrouw Von Puttkammer en de voortdurende verschijning van de binnenhuisarchitect Jan des Bouvrie die zelfs een eigen jingle kreeg: „Hallóóó, daar zijn we weer!” Dröge was gespecialiseerd in het komische contrast tussen monter commentaar en moedeloos makende partybeelden. In een Hollands Dagboek in deze krant schreef hij in 1992: „Het schrijven van commentaar bij een filmpje van acht minuten duurt drie à vier dagen. De eerste dag ben ik depressief, de tweede dag depressief én in de war, en de derde dag is dan de bedoeling dat de leuke tekstjes uit de mouw komen vallen.”

De perfectionist Dröge maakte van zijn werk een ware uitputtingsslag. De verpleegster die aan het eind van elke uitzending belangstellend naar het welzijn van de gevloerde programmamaker in het ziekenhuisbed informeerde („gaat het weer een beetje, meneer Dröge?”) was niet eens zo heel erg overdreven.

Toen hij vond dat Glamourland zichzelf ging herhalen, presenteerde Dröge een paar andere programmaformules die echter geen van alle dezelfde weerklank kregen. Wel speelde hij de laatste twee jaar met veel verve de rol van spreekstalmeester bij het Wereldkerstcircus in Carré in Amsterdam. Die was hem op het lijf geschreven, want als jongetje in Enschede had hij op zolder een speelgoedcircusje, daarbij fantaserend dat hij ooit op een dag directeur van een groot circus zou zijn.