Oudjes The Who vertolken classics met jeugdig vuur

Concert: The Who. Gehoord: 5 juni Ahoy, Rotterdam.

„Van nu af is dit een klassiek concert”, sprak Pete Townshend dreigend toen hij zich een akoestische gitaar omhing voor een solovertolking van een nummer uit de rockopera Quadrophenia. Classic rock was het zeker, deze terugkeer van The Who op het concertpodium en rocken deden ze volop, de oude mannen die hun strijdkreet „Hope I die before I get old” uit het meer dan veertig jaar oude My generation nog met jeugdig vuur vertolken.

Ook na de dood van drummer Keith Moon en bassist John Entwhistle hebben gitarist Townshend (61) en zanger Roger Daltrey (63) het volste recht om zich The Who te blijven noemen, met Zak (zoon van Ringo) Starkey en Pino Paladino als waardige vervangers. Starkey, die als enige in dit gezelschap nog haar genoeg heeft voor een authentiek mod-kapsel, deed zowel zijn vader als Keith Moon vergeten met explosief en trefzeker slagwerk.

Het minst interessante aspect aan de comeback van The Who is dat ze na 24 jaar een nieuw album hebben gemaakt. Gisteren werd er weldadig weinig gespeeld van Endless Wire en bleef er veel tijd over voor de nummers die The Who daadwerkelijk tot een klassieker in de rockwereld hebben gemaakt. Van I can’t explain tot You better you bet kwamen alle periodes aan bod, krachtig gezongen door de gespierde Daltrey en met veel beter samenspel dan ze in hun wilde jaren lieten horen.

Al binnen een minuut demonstreerde Pete Townshend zijn karakteristieke molenwiekslag; een truc die hij in ruim twee uur nog vele malen zou herhalen. Hij had er zin in. Townshend blijft de meester van het powerakkoord; van de eerste knetterende aanraking met de snaren tot de langdurig aanhoudende vervorming waarmee hij het akkoord laat uitklinken. Nergens kan hij die techniek zo overdonderend botvieren als in het breed uitgesponnen Won’t get fooled again, als vanouds de climax van de verpletterende Who-show.

Het akoestische Man in a purple dress bleek een zinnige toevoeging aan het repertoire, waarin Daltrey zich als een ware protestzanger richtte tegen alle vormen van fundamentalisme. Veel mooier nog waren de Quadrophenia-momenten en een uitsnede uit Tommy die net als in 1969 (toen nog in het Concertgebouw) eindigde met een emotioneel „See me, feel me”.