Eenmaal op het juiste spoor onoverwinnelijk

Judoka Elisabeth Willeboordse won drie achtereenvolgende wereldbekerwedstrijden. Haar eerste plaats in de olympische kwalificatie heeft ze te danken aan een mentaliteitsomslag. „Ik ben gevoelig en heel lief.”

Elisabeth Willeboordse gisteren tijdens een krachtraining in Rotterdam. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam judoka elizabeth willebrodse foto rien zilvold
Elisabeth Willeboordse gisteren tijdens een krachtraining in Rotterdam. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam judoka elizabeth willebrodse foto rien zilvold Zilvold, Rien

In tranen verliet Elisabeth Willeboordse begin april de Beogradska Arena. Eén ronde hadden de Europese kampioenschappen in Servië geduurd voor de judoka in de gewichtsklasse tot 63 kilogram. Willeboordse was uitgeschakeld door de Israëlische Alice Schlesinger en leek zelf niet te snappen waarom. Twee maanden later bezet Willeboordse (28) na drie gewonnen wereldbekerwedstrijden de eerste plaats op de olympische ranking. In september is ze een van de twaalf Nederlandse judoka’s bij het WK in Rio de Janeiro. „Ik sta niet meer op de mat om gegooid te worden.”

In een gymnastiekpakje stapte Willeboordse als negenjarige voor het eerst Sportschool Geelhoed in Middelburg binnen. Te stijf bevonden als turnster en niet sierlijk genoeg voor een ballerina bleek ze aanleg te hebben voor de van oorsprong Japanse vechtsport. „Al snel was mijn leven compleet judo”, vertelt Willeboordse in het onderkomen van haar club Budokan Rotterdam in de deelgemeente Hoogvliet. „Ik ging net als iedereen naar school en muziekles, maar wilde daarnaast alleen nog maar judoën.”

Als zeventienjarige besloot Willeboordse over te stappen naar het sportcentrum van judotrainer Jan de Rooij in Goirle. „Omdat ik nog op school zat ben ik eerst een jaar bij Jan de Rooij en zijn gezin in huis gaan wonen.” Willeboordse voltooide haar vwo en een CIOS-opleiding tot sportinstructeur. „Daar heb ik spijt van. Ik ben nooit van plan geweest les te geven. Ik heb altijd geneeskunde willen doen. Maar mensen om mij heen hebben altijd gezegd: jij kunt geneeskunde niet combineren met topsport.”

In Goirle kampte de judoka voor het eerst met motivatieproblemen, door verdriet na de breuk met een jeugdliefde. „Ik heb een jaar niet als een topsporter geleefd. Mijn nieuwe vriend zei: ‘wat doe jij met zulke talenten in de kroeg?’ Die relatie heeft geen standgehouden, maar het was wel het keerpunt in mijn leven.”

Willeboordse bekroonde de periode van tien jaar training bij Jan de Rooij in 2005 met de Europese titel in Ahoy in Rotterdam. Na een bronzen medaille op de EK in het Finse Tampere in augustus vorig jaar brak de judoka met haar coach. „We raakten allebei geïrriteerd en ik wilde absoluut proberen geneeskunde te studeren. Als dat niet was gelukt zou ik voor mijn maatschappelijke carrière hebben gekozen. Bovendien viel het reizen tussen Rotterdam en Goirle me te zwaar.”

De intussen tweedejaars studente aan de Eramus Universiteit Rotterdam koos vrouwenbondscoach Marjolein van Unen als haar nieuwe trainer. Bovendien krijgt ze aanvullende begeleiding van Budokan-oprichter Chris de Korte en krachttrainer Hans Kroon. In eerste instantie kreeg Willeboordse ook mentale coaching van psycholoog Jan Looman.

„Hij heeft me begeleid omdat mijn gebrek aan presteren altijd een mentaal probleem is geweest. Kijk, Edith Bosch en Mark Huizinga zijn geboren met de instelling van een topsporter: duidelijk zijn, ‘nee’ zeggen, niet over je laten lopen. In discipline en hardheid ben ik een topsporter, maar mentaal zat het niet goed. Ik ben gevoelig en heel lief. Mijn oude fitnesstrainer heeft eens gezegd dat ik de eerste zou zijn die met zo’n karakter de top zou bereiken.”

Willeboordse begon het huidige seizoen in februari met de derde plaats in de wereldbekerwedstrijd in Hamburg. Maar bij de EK in Belgrado, het begin van de kwalificatieprocedure voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking, verkeek de judoka zich op Schlesinger. „Dat had niet mogen gebeuren en zeker niet op die manier. Ik was van slag doordat ik meteen na de warming-up mijn oud-trainer Jan de Rooij tegenkwam. Dat was een moeilijk moment. ‘Ik zag je breken’, zei Marjolein later tegen me.”

In de week na de EK zegde Willeboordse de samenwerking met psycholoog Looman op. „Ik heb zijn controle niet meer nodig. Nadat ik in Belgrado zó werd geremd door een mentale situatie, heb ik me voorgenomen dat ik dat nooit meer wil meemaken. Kom op nou, ik ben achtentwintig. Dan kan ik net zo goed stoppen. Zo wilde ik niet op de mat staan.”

In een gesprek zetten Van Unen en De Korte Willeboordse op het juiste spoor. „Ik moest even inzien dat topsport leuk is, dat het spelletje judo leuk is. Dat ik nooit iets te verliezen heb en alleen maar te winnen als ik op de mat ga staan. Dat mensen van buitenaf mij niet meer kunnen raken. Die dingen konden mensen eerder wel tegen me zeggen, maar ik vóelde het niet. Ik wist wel dat het waar was, maar je moet het ook voelen.”

De mentaliteitsomslag had gevolgen die Willeboordse zelf verbazen. De judoka won de achtereenvolgende wereldbekerwedstrijden in het Deense Vejen (28 april), Moskou (5 mei) en Lissabon (20 mei), waardoor de Olympische Spelen haar nauwelijks meer kunnen ontgaan. „Ik stond van mezelf te kijken, was echt overdonderd. Ik was zó met de Spelen bezig geweest dat de basis was verdwenen. Maar die focus is nu weg. Ik had al geaccepteerd dat ik dan maar niet naar Peking zou gaan. Ik judode zonder risico, nu val ik aan en sta ik te lachen op de mat.”

Willeboordse schrijft de prestaties ook toe aan een beginnende relatie met de Franse judoka Francis Mbida Obama. „Hij maakt dat ik me goed voel en creëerde een bijgeloof. Bij de EK belde hij twee dagen van tevoren en bij de wereldbekerwedstrijden één dag. Dat moet hij blijven doen.”