Wegkwijnen is een optie

In ongewisse tijden wordt de politiek harder, maar dat hoeft niet dramatisch te zijn.

Maar hoe moet de Haagse politiek ermee omgaan?

Toen het kabinet aantrad, gebeurden er twee merkwaardige dingen. Opiniemakend Nederland had zich hevig geërgerd aan het optreden van de eerste kabinetten-Balkenende, die steevast werd verweten actief bij te dragen aan de erosie van de sociale samenhang. Balkenende IV trad echter aan met een regeerakkoord dat bol stond van de hoop op samenwerking tussen politiek en samenleving. Maar nu was plotseling niet meer de solidariteit of sociale cohesie in gevaar, maar het individualisme.

Ogenschijnlijk even merkwaardig was het optreden van het CDA, dat het land de afgelopen jaren had voorgehouden dat de politiek zonder al te veel overleg met het middenveld het voortouw moest nemen bij het herstellen van het maatschappelijk evenwicht. Maar plotseling was het ineens weer hoog tijd voor onderhoud van de maatschappelijke verbanden. Een mooie stoelendans was dat. Wie wil mag er best over mopperen. Maar politici die niet tot op zekere hoogte opportunistisch zijn – en dus star – zorgen voor meer problemen.

Een interessantere vraag is of deze stoelendans niet mede mogelijk wordt gemaakt door de relatief grote eensgezindheid in de politiek. In wezen zijn we het over alle grote kwesties van leven en dood of van werk en inkomen immers zo’n beetje eens. We twisten over marges. Maar die veronderstelling doet waarnemers van de hedendaagse politiek collectief uit hun vel springen. Hoezo consensus? De analyses dat de politiek wordt verscheurd door diepe conflicten en heftige bewegingen stapelen zich op. Uit Daadkracht en Duidelijkheid van Addie Schulte en Bas Soetenhorst rijst het beeld op van een verscheurde partij. Voor het oog van de natie vechten VVD-coryfeeën elkaar de keet uit.

Uit het eerder dit jaar verschenen Verloren Slag. De PvdA en de verkiezingen van november 2006 spreekt een vergelijkbaar, verscheurd verhaal. De sociaal-democraten worden al twee decennia geteisterd door een groeiende spanning tussen de belangen van de hoger en de lager opgeleide achterban; tussen de opvattingen van culturele progressievelingen en die van de op hun materiële belangen gerichte werknemers. Op die veelbesproken ‘spagaat’ is nog altijd geen overtuigend antwoord gevonden. De PvdA moet eraan wennen dat ze haar hegemonie op links kwijt is, constateren Gerrit Voerman en Paul Lucardie in hun bijdrage aan Verloren slag. Wegkwijnen is een serieuze optie.

Kortom, de Haagse politiek staat onder hoogspanning. Die is vooral te wijten aan twee gevolgen van de modernisering. De eerste is: willen we écht een open land zijn, met de blik naar buiten, actief in de wereld en in Europa? En: wat doen we met de relatief kleine maatschappelijke groepen die echt afwijkend gedrag vertonen?

Een open houding tegenover het buitenland heeft zeker grote voordelen, maar nadelen van die openheid zijn er ook te over. Er komen mensen en ideeën binnen die narigheid op het bord van onschuldige burgers of van onhandige bestuurders leggen. De hoofdstukken in Daadkracht en duidelijkheid over de onaangename verhouding tussen Rutte en Verdonk zijn een krachtig medicijn tegen de suggestie dat de liberalen hierop een collectief antwoord zouden hebben. Ook de PvdA, met als recent voorbeeld de schutterige positie in het debat over de dubbele nationaliteiten van hun eigen bewindslieden, gaat op deze kwestie liever niet al te diep in.

Heel veel mag in Nederland van heel veel mensen. Maar ook over de bestrijding van het restje echt afwijkend gedrag loopt de politieke spanning op. Wat te doen met de hardnekkige dief of de moslimfundamentalist?

Voorlopig belichaamt het succes van de SP en de partij van Geert Wilders meer de omvang van deze kwesties, dan dat ze de problemen weet op te lossen. De vraag is nu: hoe erg is het eigenlijk als een politieke partij als de PvdA of de VVD daar geen goed antwoord op heeft? De klachten over onvoorspelbare, gemakzuchtige of wantrouwende kiezers zijn talrijk. Maar de opkomst bij parlementsverkiezingen is verre van problematisch. Met het onvoorspelbare kiezersgedrag valt het ook reuze mee. Er is meer aanbod buiten het centrum, maar linkse kiezers blijven links en rechtse kiezers blijven rechts. Kortom, het zou goed kunnen dat de crisis in de politieke partijen dieper is dan de crisis in de maatschappij.

Neem de verrassende opkomst van de ChristenUnie als regeringspartij, door Sytze Faber beschreven in De wet van de koestal. Faber mocht bij alle vergaderingen van de CU aanschuiven, ook tijdens de kabinetsformatie. Hij richt zich vooral op de antwoorden van de partij op het optreden van het CDA; vandaar de titel, die verwijst naar de politieke wijsheid dat de grootste dief van je ruif pal naast je staat. Het CDA laat zich weer kennen als de machtspartij van weleer.

De wet van de koestal laat tussen de regels door zien uit hoeveel bronnen kiezers en ook partijen tegenwoordig putten bij de formulering van hun maatschappelijke agenda. In de CU komen ten minste drie Nederlandse politieke tradities samen. Die van de 19de-eeuwse strijd om soevereiniteit in eigen kring voor de ‘kleine luyden’, waaruit de Anti-Revolutionaire Partij ontstond. Dan is er de traditie van het onderhandelen, plooien en schikken van de 20ste-eeuwse verzuiling, die niet zozeer tot uitdrukking komt in de CU-opvattingen over abortus en euthanasie, maar wel in de pragmatische wijze waarop de partij aan die opvattingen invulling geeft. Ten slotte is er ook de 21ste-eeuwse praktijk van het bespelen van de media, waarin partijleider André Rouvoet zeker niet de slechtste is. Door een deels toevallige gang van zaken komen deze drie politieke tradities nu op een voor de partij gunstige manier bijeen.

De praktijken en tradities waaruit zowel oude als nieuwe politieke partijen, en ook burgers, bewust of onbewust kunnen putten, is gevarieerder dan ooit. Dat loopt uiteen van de regionale eigengereidheid uit de tijd van de Nederlandse Republiek tot de nieuwe mediatechniek van internetbewegingen als coolpolitics en geenstijl.nl. Nationalisten gaan tegenwoordig ook te rade bij de opvattingen van Atatürk over de scheiding van kerk en staat, gelovige moslims beheersen noodgedwongen het liberale discours beter dan wie dan ook.

De uitkomst is telkens ongewis. Dat de politiek in zulke ongewisse tijden harder wordt is bijna onvermijdelijk, maar hoeft geen dramatische gevolgen te hebben. Misschien moeten we voor het verwerken van de grote maatschappelijke veranderingen van de laatste decennia ons meer concentreren op de lokale politiek. Pragmatische maar activistische politici kunnen daar relatief veel betekenen voor de ‘moderniseringsverliezers’. Partijkleur doet er daarbij zelden toe. Bescheidenheid over het oplossend vermogen van de grote politiek kan in elk geval geen kwaad.

Sytze Faber: De wet van de koestal. Gereformeerden in Den Haag. Balans, 174 blz. € 15,-

Frans Becker en René Cuperus: Verloren slag. De PvdA en de verkiezingen van november 2006. Mets en Schilt, 185 blz. € 20,-

Addie Schulte & Bas Soetenhorst: Daadkracht en duidelijkheid. 5 jaar crisis in de VVD. Van Gennep. Amsterdam. 285 blz. € 19,90

Zie ook: www.regering.nl/index.jsp