Verwarring over rechtspraak op Guantánamo

Er is gisteren grote verwarring ontstaan over de vernieuwde wet waaronder terreurverdachten die vastzitten in het Amerikaanse detentiecentrum op Guantánamo Bay berecht moeten worden.

De wetgeving werd vorig jaar met haast door president Bush bij het Congres ingediend. Dat was nodig nadat het Hooggerechtshof had geoordeeld dat het juridische systeem dat het leger tot dan toe hanteerde, ongrondwettelijk was. De volksvertegenwoordiging had het systeem nooit met haar goedkeuring geschraagd. En bepaalde aspecten waren volgens het Hof in strijd met het internationaal oorlogsrecht, zoals vastgelegd in de Geneefse Conventies. Het Congres keurde de wet in augustus goed.

Van de circa 380 mensen die nog op de basis vastzitten, zijn de twee mannen die gisteren voorkwamen de enige die in staat van beschuldiging zijn gesteld onder de nieuwe wetgeving. Het gaat om de Jemeniet Salim Ahmed Hamdan, die chauffeur van Osama bin Laden zou zijn geweest. En om Omar Khan, de enige Canadees die vastzit op de basis en die 15 jaar was toen hij in Afghanistan werd opgepakt omdat hij een Amerikaanse soldaat gedood zou hebben.

In beide, afzonderlijk behandelde zaken verklaarden de militaire rechters zich gisteren niet-ontvankelijk. Khan en Hamdan werden eerder door een ander type militair tribunaal, dat slechts oordeelde over hun juridische status, aangeduid als „enemy combatants” (vijandelijke strijders). De rechters zeiden dat zij onder de nieuwe wetgeving alleen over „unlawful enemy combatants” (onwettige vijandelijke strijders) mogen oordelen.

De toevoeging ‘unlawful’ is een gevolg van de wens van de regering-Bush om de gevangenen buiten de Geneefse Conventies te houden. Zodra ze zouden worden aangeduid als ‘lawful enemy combatants’, zouden ze onder het internationaal oorlogsrecht vallen.

Over de consequenties van het ontbreken van het woord ‘unlawful’ in de status van de twee beklaagden wordt nu van mening verschild. Het legerkantoor dat de processen organiseert, liet weten dat komende zaken nu niet in gevaar komen. Een woordvoerder zei dat dit aantoonde dat „de militaire rechters onafhankelijk opereren”. Het Pentagon noemde de kwestie niet meer dan semantisch.

De militaire aanklagers zeiden in beroep te gaan bij een hogere militaire rechtbank. Dit hof is echter nog niet operationeel. Een andere mogelijkheid is om de juridische status van de beklaagden opnieuw te laten beoordelen.

De civiele advocaat van Hamdan had hier grote vragen bij. (AP)