Uit de kast, maar wel in een kooi

Vorig jaar werden deelnemers aan een mars voor homorechten in Letland nog met poep bekogeld. Gisteren vielen de reacties van homofoben in Riga mee, al werd er wel een antihomofestival gehouden.

Ze heeft gewikt en gewogen. Twee dagen geleden wist ze het nog niet zeker. Maar vandaag, zondag, staat ze hier dan, op de homoparade in de Letse hoofdstad Riga. Met een regenboogvlaggetje in haar hand. Stralend. Trots. Maar toch ook heel bezorgd. Want wat zullen ze in Dobele wel niet zeggen?

„Aan de camera’s valt niet te ontsnappen”, zegt Tatiana Savicka (28), lerares op een middelbare school. „Morgen weet iedereen in Dobele dat ik lesbisch ben, wat ik tot nu toe altijd verborgen heb gehouden. Mijn moeder is erg bezorgd, want in ons stadje wonen maar tienduizend mensen. Niemand is daar anoniem. Dobele is geen Riga.”

Maar voorlopig geniet de lerares Engels nog even. „Ik heb mijn moeder vijf jaar geleden verteld dat ik op vrouwen viel. Uit de kast komen, noemen ze dat. Maar als je uit Dobele komt, blijf je buitenshuis in de kast leven. Vandaag kom ik er voor de tweede keer uit. Het is fantastisch om te zien dat er andere mensen zijn zoals ik.”

De parade begint. Zo’n vijfhonderd deelnemers, veel Nederlanders en Zweden, zetten zich in beweging. Parade is een groot woord, want van de politie mogen er alleen rondjes gelopen worden in een plantsoen, Vermanes, net buiten de oude binnenstad. Om het park staat een gietijzeren hekwerk en daaromheen zijn weer politiehekken neergezet. Uit de kast, maar in een kooi.

„Net een dierentuin”, zegt europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD), die een Teletubby met zich meedraagt. „Belachelijk.”

„Inderdaad jammer”, zegt Ceferino Sanchez, een activist uit Spanje. „Maar het is een eerste stap. De eerste parades in Spanje waren precies zo, in parkjes, met meer politieagenten dan homo’s.”

„Ik ben blij dat de hekken er staan”, zegt Maris Sants, een bekende anglicaanse priester in Riga die openlijk homoseksueel is. „Het afgelopen jaar ben ik al zes keer fysiek aangevallen.” De kerk van Sants was vorig jaar juli het decor van een zwarte bladzijde uit de recente Letse geschiedenis. Omdat voor het houden van een homoparade geen toestemming was gegeven, hadden activisten zich in zijn kerk verzameld, voor een informele bijeenkomst. Na afloop werden ze buiten opgewacht door homohaters, die met eieren en poep gooiden. De politie reageerde niet of nauwelijks.

Die gebeurtenis ging als een schok door Europa. En dat hebben de Letse autoriteiten zich aangetrokken. „De samenwerking met de politie is dit jaar heel goed”, zegt Anna Bokaldere van Mozaika, de homo-organisatie die de parade organiseert. „We worden serieus genomen.” Sants: „Van de belangrijkste partijen heeft geen enkele politicus zich dit jaar laatdunkend uitgelaten over homoseksuelen. Ze zijn erg geschrokken van de negatieve aandacht.”

Bovendien hebben tientallen ‘verborgen’ homoseksuelen, zoals Tatiana Savicka uit Dobele, zich alsnog aangesloten bij Mozaika. Het ledenbestand van de homoclub is gegroeid van zestien tot meer dan honderd. Savicka: „Ik ben heel conservatief, zoals alle Letten. Ik geloof dat kinderen het beste af zijn met een vader en een moeder. Ik ben ook een huismus, niet extravagant. Bij Gay Pride dacht ik al snel aan halfnaakte mensen. Nu weet ik beter. We vechten voor elementaire rechten. Dit is geen feestje ofzo.”

De haat is nooit ver weg, ook vandaag niet. In de oude binnenstad is een tegendemonstratie georganiseerd, door het gratis dagblad Ritdiena, dat zich het afgelopen jaar in de kijker heeft gespeeld met snijdende homofobe commentaren. Ritdiena heeft duidelijk meer geld dan Mozaika. Op de oever van de Daugava staat een professioneel muziekpodium, waar Letse topacts elkaar in rap tempo afwisselen. Tussen de bedrijven door noemt hoofdredacteur Armends Stendzinieks homoseksualiteit „een atoombom” op de samenleving.

„Ik heb niks tegen homo’s”, zegt Raimond, een jongen met ‘nopride’ op zijn T-shirt. „Zolang ze in hun clubs blijven of thuis. Maar ik wil niet dat mijn kinderen ze op straat zien lopen. Wij zijn christenen en homoseksualiteit is een zonde.” „Wij hebben een klasgenoot die homo is”, zeggen twee pubermeisjes. „We hebben al tegen hem gezegd dat we dat niet accepteren.”

Wie een handtekening zet onder een petitie tegen de „atoombom” aan het parlement krijgt een shirt met de tekst: de wereld en Ritdiena tegen homoseksualiteit. Een politieagente in vol tenue zet haar handtekening. De opkomst valt tegen. Stendzinieks had de komst van 50.000 mensen voorspeld. De politie hield rekening met 25.000. Maar het zijn er veel minder. Het Letse persagentschap LETA houdt het op duizend.

Raimond is de manifestatie van Ritdiena zat, want een antihomodemonstratie zonder homo’s is natuurlijk niks. Samen met twee vrienden besluit hij naar de homoparade te gaan kijken, in het plantsoen, op tien minuten lopen. Bij de ingang van het park worden de jongens tegengehouden door politieagenten. „Dit is discriminatie”, schreeuwt Raimond. „Het is ook mijn park.”

Aan de andere kant van de hekken zit Tatiana Savicka te genieten van haar laatste momenten zorgeloosheid. Morgen gaat ze terug naar Dobele, naar een onzeker bestaan, naar haar leerlingen, naar de lerarenkamer.

Ze is niet bang om haar baan te verliezen. Zo zelfverzekerd is ze wel. Ze is bang voor onbegrip, zoals destijds met haar moeder. „Die dacht dat ik door een sekte was binnengezogen. Ze wilde me laten behandelen, door een psychiater.”